• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Grondrechten

Artikel 4

Iedere Nederlander van achttien jaar en ouder mag stemmen. Ook mag je dan in de gemeenteraad, de provinciale staten en de Tweede Kamer worden gekozen.

 

TEKST GRONDWET

000000 Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen alsmede tot lid van deze organen te worden verkozen, behoudens bij de wet gestelde beperkingen en uitzonderingen.

 

TOELICHTING

Art. 4 Gw gaat over het actief kiesrecht (= het recht om te kiezen) en het passief kiesrecht (= het recht om te worden verkozen).
Bij gemeenteraden, provinciale staten en Tweede Kamer kent Nederland rechtstreekse verkiezingen. Voor de Eerste Kamer hebben we zogeheten getrapte verkiezingen. Hier kiezen de burgers de leden van Provinciale Staten. Vervolgens kiezen de Statenleden de Eerste Kamer. Dit laatste is geregeld in art. 55 Gw.

Kiezersdemocratie en partijendemocratie
In art. 4 Gw komen politieke partijen niet voor. Het gaat uitsluitend om burgers die kiezen en gekozen kunnen worden. Van der Pot wijst er in zijn Handboek van het Nederlandse staatsrecht op dat er tussen de letter van de wet en wat hij de 'constitutionele werkelijkheid' noemt, wel enig licht zit (16e druk, pag. 552):
Vanuit de Grondwet bezien is ons land een kiezersdemocratie en wel omdat de volksvertegenwoordigingen door de kiezers worden samengesteld, terwijl daarbij niet wordt gerept over een rol van politieke partijen. Kijkt men naar de constitutionele werkelijkheid dan is Nederland een partijendemocratie, omdat zowel bij verkiezingen als in het functioneren van de volksvertegenwoordigingen politieke partijen - en de met hen verwante fracties - een dominante rol spelen.

Overzicht nieuwe verkiezingen
Dit zijn alle eerstvolgende Nederlandse verkiezingen op een rijtje.

  • De meeste verkiezingen vinden om de vier jaar plaats. Alleen de Europese verkiezingen zijn om de vijf jaar.
  • Bij Kamerverkiezingen is het een politiek gebruik geworden om na een kabinetscrisis tussentijds tot nieuwe verkiezingen te besluiten.
  • Verkiezingen zijn in Nederland vrijwel altijd rechtstreeks. Alleen de leden van de Eerste Kamer worden niet door de Nederlandse kiezers, maar door de leden van de nieuwe Provinciale staten gekozen.

Voor de laatste Kamerverkiezingen in maart 2021 waren in verband met coronadrukte drie data aangewezen: maandag 15, dinsdag 16 en woensdag 17 maart. Daarnaast bestond er voor kiezers van 70 jaar en ouder voor het eerst de mogelijkheid om per brief te stemmen.

 

Gemeenteraad 16 maart 2022
Stadsdeelraad Amsterdam en Rotterdam 16 maart 2022
Provinciale Staten 15 maart 2023
Waterschap 15 maart 2023
Eilandsraad Bonaire, Saba en Sint Eustatius     15 maart 2023
Eerste Kamer mei 2023 (gekozen door Prov. Staten)
Europees parlement mei 2024
Tweede Kamer maart 2025

 

Veel landen organiseren hun verkiezingen op zondag, omdat de meeste mensen dan vrij zijn. In Nederland reserveren we de zondag van oudsher voor andere besognes en is het gebruikelijk om de verkiezingen op woensdag te houden. Vaak worden verkiezingen in het voorjaar gehouden. Dan schijnt de opkomst het hoogste te zijn.

Uitwerking in de Kieswet
In de Kieswet van 1989 staan tot in detail de spelregels rondom het kiezen en gekozen worden. Aan het eind staat een overzicht van de twintig kieskringen waarin Nederland is verdeeld. De Kieswet wordt sindsdien regelmatig geactualiseerd.

Een tip voor hardwerkende Nederlanders: art. 10 van de Kieswet zegt dat je als werknemer maximaal twee uur vrij kunt krijgen om te kunnen stemmen!

Klassieke grondrechten
De meeste van de eerste 23 artikelen in de Grondwet worden klassieke grondrechten genoemd. Het gaat hier om rechten die de burgers tegen een oppermachtige staat moeten beschermen. In die zin is art. 4 Gw niet klassiek.
Bovendien kent het artikel ook geen zogeheten horizontale werking. Dat wil zoveel zeggen als: als de buurman het mag, dan mag ik het ook. Ook dit is bij dit kiesrechtartikel feitelijk niet relevant.

Kiesrecht elders in de Grondwet
Een aantal zaken rond het kiesrecht en de instituties is elders in de Grondwet geregeld:

Art. 54 lid 1      
Actief kiesrecht vanaf 18 jaar
Art. 54 lid 2

Bij een veroordeling van een gevangenisstraf van
tenminste één jaar kan ook het kiesrecht worden
afgenomen

Art. 50 t/m 64       
Inrichting en samenstelling Staten-Generaal
Art. 65 t/m 72
Werkwijze Staten-Generaal
Art. 129-130
Kiezen gemeenteraad en Provinciale Staten

 

Statenverkiezingen in Caribisch Nederland
In 2010 zijn Saba, Sint-Eustatius en Bonaire bijzondere gemeenten van Nederland geworden. Gevolg was dat de Nederlandse staatsburgers daar niet in de gelegenheid zouden zijn om (indirect) hun stem uit te brengen voor de Eerste Kamer. Om het probleem op te lossen is de Kieswet aangepast en daarvoor moest in 2017 ook de Grondwet veranderd worden. Er werd een nieuw artikel 132a Gw voor in het leven geroepen.

Aanvankelijk was het plan om de drie betrokken eilandsraden mee te laten stemmen voor de Eerste Kamer. Daar deed zich echter de moeilijkheid voor dat net als bij de gemeenteraden ook niet-Nederlanders voor de eilandraden mogen stemmen, terwijl voor de Statenverkiezingen het Nederlanderschap een vereiste is.
Voor de drie kleine Caribische eilanden is daarom een aparte verkiezing bedacht. Tegelijk met de eilandsraadverkiezingen mogen de kiesgerechtigden met een Nederlandse nationaliteit op de eilanden ook hun stem uitbrengen voor een ‘kiescollege’. Dit college heeft als enige taak mee te doen aan de verkiezingen van de Eerste Kamer.- Samen zijn de drie eilanden goed voor 0,11 Kamerzetel.

 

TOELICHTING OP ONDERDELEN

'Geheime stemming'
Art. 53 lid 2 Gw zegt dat de verkiezingen bij geheime stemming worden gehouden. Dit artikel werd verrassend actueel toen enkele jaren geleden verzet werd aangetekend tegen het gebruik van de stemcomputer.
Zie hieronder bij ACTUEEL.

'Gelijkelijk recht'
Art. 4 Gw zegt nadrukkelijk dat iedere Nederlander gelijkelijk recht heeft om te kiezen en gekozen te worden. In Nederland telt elke stem voor één stem. Uiteraard mag je wel stemmen bij volmacht waarbij je als stemmer méér stemmen mag uitbrengen.
Art. 53 lid 1 Gw bepaalt dat de leden van beide kamers gekozen worden op de grondslag van evenredige vertegenwoordiging binnen door de wet te stellen grenzen. Kiesrecht in Nederland is het recht van individuen. In de praktijk is het echter vrijwel onmogelijk om gekozen te worden zonder lid te zijn van een politieke partij. Zie het citaat van Van der Pot hierboven in de TOELICHTING.

'Iedere Nederlander'
Er is één uitzondering op de regel dat je het Nederlanderschap moet hebben om aan Nederlandse verkiezingen te mogen deelnemen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen mogen namelijk ook de niet-Nederlanders die in de gemeente staan ingeschreven, aan de verkiezingen deelnemen.
Zie verder bij EUROPEES RECHT.

 

GESCHIEDENIS

Opkomstplicht
Van 1917 tot 1970 kende Nederland een opkomstplicht bij de verkiezingen. Destijds was de invoering van de evenredige vertegenwoordiging een reden om deze plicht in te voeren. Wilde de Tweede Kamer een zo goed mogelijke afspiegeling van de kiezers zijn, dan moesten die ook allemaal aan de verkiezing meedoen, vond de politiek toen. Wie niet bij de stembus verscheen, kreeg een boete.
Overigens ging het hier om een opkomstplicht, niet om stemplicht. Wat je in het hokje met je stembiljet deed, daar ging de wetgever niet over.

Sinds de invoering van de opkomstplicht zijn er vanuit verschillende politieke partijen voortdurend pogingen gedaan om de opkomstplicht af te schaffen. Uiteindelijk kwam het Kabinet-De Jong in 1969 met een wetsvoorstel met die strekking dat moeiteloos door Tweede en Eerste Kamer kwam. Het jaar daarop werden de gevolgen van de afschaffing van de opkomstplicht voor het eerst zichtbaar. Nog geen 70 procent van de kiezers kwam opdagen bij de Statenverkiezingen.

Op de site van het ministerie van Binnenlandse Zaken vindt u een overzicht van de opkomst sinds 1969..

Leeftijdsgrenzen
De leeftijd waarop je in Nederland mag stemmen, was lange tijd 25 jaar. In 1917 ging de leeftijd naar beneden naar 23 jaar, vervolgens in 1963 naar 21 jaar en in 1972 naar 18 jaar.
Voor het passieve kiesrecht moest je tot 1963 dertig jaar zijn om verkozen te worden. Bij de Grondwetsherziening dat jaar werd de leeftijd verlaagd naar 25 jaar en in 1971 naar 21 jaar. De nieuwe Grondwet van 1983 bracht ook voor het passieve kiesrecht de minimumleeftijd op 18 jaar.

 

NIEUWSITEMS

 

ACTUEEL

Waterschapsverkiezingen

De waterschappen gelden als de oudste democratische organen van Nederland. Ze ontstonden destijds om alle betrokken partijen bij de bescherming tegen het water invloed op het beleid te geven indachtig de Nederlandse filosofie 'Wie betaalt, bepaalt'.
Sinds de nieuwe Waterschapswet van 1992 kennen we om de vier jaar directe waterschapsverkiezingen voor alle stemgerechtigde burgers. Wel werden de waterschappen zo ingericht dat er naast de democratisch gekozen waterschapsbestuurders ook een aantal zogeheten 'geborgde zetels' waren die in handen van belangengroepen kwamen, zoals de landbouw, het bedrijfsleven en de natuurorganisaties.

De geborgde zetels staan tegenwoordig flink ter discussie. In mei 2020 bracht de Commissie-Boelhouwer haar advies Geborgd gewogen uit. De commissie kwam tot de conclusie dat een waterschap best zonder geborgde zetels kan. Belangrijk argument was dat de klimaatverandering de verdeling van water meer van algemeen belang maakt dan in dit geval louter landbouwbelang.
In juni 2020 heeft GroenLinks een initiatiefwet ingediend om de geborgde zetels met ingang van de komende waterschapsverkiezingen in 2023 af te schaffen. De kiezer moet over álle zetels kunnen beslissen, aldus Groen Links. In oktober 2020 heeft Groen Links de wet ingediend bij de Raad van State voor advies.

 

Zetelroof als Kamerlid uit fractie stapt?

In de zittingsperiode 2017-2021 van de Tweede Kamer hebben zich met de afsplitsing van Henk Krol van 50Plus in mei 2020 tot nu toe vier splitsingen voorgedaan:

  • Van Kooten-Arissen (2019-2020)  Op 16 juli 2019 verliet Femke Merel van Kooten-Arissen de fractie van de Partij voor de Dieren en vormde de fractie Lid Van Kooten-Arissen.
  • Van Haga (2019-heden)  Op 24 september 2019 verliet Wybren van Haga de fractie van de VVD en vormde vanaf 7 oktober 2019 de fractie Van Haga.
  • Krol (2020-heden)  Op 3 mei 2020 verliet Henk Krol de fractie van 50PLUS. Hij vormde vanaf 5 mei 2020 met Femke Merel van Kooten-Arissen de fractie Groep Krol/Van Kooten-Arissen.
  • Groep Krol/Van Kooten-Arissen  Op 5 augustus 2020 werd de groep opgeheven. De twee leden gingen zelfstandig verder als Lid Van Kooten-Aris

Afsplitsingen zijn vaak een bron van kritiek. De partij waar de betrokken parlementariër voor in de Kamer zit, zal hem of haar onmiddellijk onder druk zetten de zetel terug te geven aan de partij. In Nederland vinden we nu eenmaal dat Kamerzetels aan politieke partijen toebehoren. Volgens het Nationale Kiezersonderzoek uit 2017 vond 80 procent van de ondervraagden dat afgesplitste Kamerleden hun zetel zouden moeten teruggeven.

In NRC Handelsblad van 13 mei 2020 schreef politicoloog Tom van der Meer een artikel over deze zaak onder de titel: 'Accepteer dat af en toe een Kamerlid afsplitst':
Parlementariërs worden bij Grondwet geacht te stemmen zonder last, als autonome leden van de Staten-Generaal. De zetel is van het gekozen Kamerlid dat op de kieslijst stond; niet van de fractie, en al helemaal niet van een of ander partijbestuur. Het frame ‘zetelroof’ dat vaak bij afsplitsingen klinkt, is staatsrechtelijke onzin. En met reden. De Grondwet zorgt dat de toch al bijzonder grote greep van de partij op Kamerleden nog enigszins beperkt blijft.

Van der Meer noemt het feit dat grondwettelijk onafhankelijke Kamerleden botsen met een fractie of een partij een 'in ons politieke systeem ingebakken paradox'. Kamerleden moeten zonder last stemmen, maar ze worden verkozen via kandidatenlijsten van politieke partijen.
Hij eindigt zijn artikel met de volgende regels:
De wortel van het probleem zit niet bij het parlement of het kiesstelsel, maar bij de politieke partijen. Partijen zoeken enerzijds naar geprofileerde kandidaten die met een eigen geluid een specifieke achterban kunnen aanspreken. Tegelijkertijd willen zij deze politici, eenmaal verkozen, binden aan de fractielijn. Die tucht is in Nederland wel bijzonder streng. Zolang politieke partijen in hun spagaat staan, blijven afsplitsingen een vervelende noodzaak.

 

Voorkeurstemmen belangrijker

lage drempelsIn het eindrapport Lage Drempels, hoge dijken van de Staatscommissie Parlementair stelsel schrijven Remkes c.s. dat niet iedereen in Nederland zich vertegenwoordigd voelt in ons parlementaire stelsel.

In een reactie op het rapport schrijft het kabinet het kiesstelsel aan te willen passen met een systeem waarbij de kiezer óf zijn stem uitbrengt op een partij - en daarmee op de hele kandidatenlijst - óf op een individuele kandidaat van die partij. De kans is daarmee groter dat kandidaten met voorkeurstemmen gekozen zullen worden.
Het kabinet gaat een voorstel om de Kieswet te wijzigen de komende tijd uitwerken.

In een column in Trouw van 29 juni 2019 schrijft Hans Goslinga dat hij niet veel van het voorstel verwacht. Er zijn volgens hem zaken waar de politiek zich je drukker om zou moeten maken:
De overheid kan zich beter bekommeren om de half miljoen ingezetenen die hier op basis van een verblijfsvergunning langer dan vijf jaar wonen, werken en belasting betalen, maar niet aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer mogen meedoen. De politieke historicus en staatsrechtgeleerde Joop van den Berg wierp de vraag op of je wel van algemeen kiesrecht kunt spreken als je zo'n grote groep mensen van het actieve en passieve kiesrecht uitsluit.

 

Ledenaantallen politieke partijen

De leden van de politieke partijen stellen de kandidatenlijsten bij de verkiezingen vast. Het betekent dat zo'n 300 duizend leden van politieke partijen letterlijk het gezicht van de Nederlandse politiek bepalen.

(De cijfers in het overzicht zijn verzameld door het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen in Groningen en betreffen de ledentallen op 1 januari 2016, 2018, 2020 en 2021. Het ledental van het FvD kon niet door de accountant worden gecontroleerd. De PVV staat niet in de lijst omdat deze partij geen leden kent.)

 

PARTIJ 2016 2018 2020 2021
CDA 50.181 46.630 39.187   37.375
PvdA 46.045    45.040 41.078 40.953    
SP     41.710 36.465 32.196 31.960
SGP 29.928 30.399 29.655 29.345
D66 25.349 28.820 24.955 27.121
GroenLinks 21.188  28.429 30.438 32.685
VVD 28.391 27.692 23.907 25.035
Christen-Unie 23.398 25.071 25.234 25.495
Forum voor Democratie   - 22.884 43.716 45.322
PvdD 12.131 16.156 18.344 19.173
50plus 06.056 06.081 05.104 03.659
DENK 01.055 03.658 03.705 02.938
totaal
285.432   317.325    317.519   321.061   

 

Benoemde burgemeester uit de Grondwet

Op 20 november 2018 is een tweederde meerderheid van de Eerste Kamer akkoord gegaan met een initiatiefvoorstel van D66 om art. 131 Gw te schrappen. Dit artikel zegt dat de commissaris van de Koning en de burgemeester bij koninklijk besluit worden benoemd. De politiek kan de manier waarop de commissaris en de burgemeester worden benoemd nu via een gewone wetswijziging wijzigen.
De grondwetswijziging verandert op dit moment niets aan de manier van benoeming. De huidige benoeming bij ‘koninklijk besluit’ staat namelijk ook in de Gemeentewet en de Provinciewet, terwijl in de praktijk gemeenteraden en staten via een vertrouwenscommissie de nieuwe ambtsdragers kiezen.

De coalitiefracties in de Eerste Kamer lieten in een motie vastleggen dat de burgemeester zijn relatief onafhankelijke positie moet behouden en dat hij een verbindend bestuurder van álle burgers moet blijven.
Of een rechtstreekse verkiezing in de toekomst een reële optie is, valt te bezien. Op dit moment hebben alleen D66 en de PVV zich voor de gekozen burgemeester uitgesproken.

 

Raadgevend referendum bleek van tijdelijke aard

Over een referendum wordt in de Nederlandse poltiek al heel lang gesproken is als belangrijke aanvulling op ons kiesstelsel. Een referendum zou kunnen zorgen voor een meer directe vorm van democratie: burgers nemen besluiten zonder tussenkomst van gekozen vertegenwoordigers.

De afgelopen jaren zijn de volgende drie referenda de revue gepasseerd:

  • Bindend referendum  Het meest vergaand is het bindend referendum. Bij een bindend referendum wordt een te nemen besluit aan de kiesgerechtigden voorgelegd en moet de politiek zich aan de uitslag van de volksraadpleging conformeren. Een tijdlang heeft het er naar uitgezien dat Nederland zo'n bindend referendum zou krijgen, want in 2014 was de meerderheid van Tweede en Eerste Kamer akkoord met het invoeren ervan. Omdat het een Grondwetswijziging betreft, was dit de zogeheten eerste lezing met een beslissing met een gewone meerderheid van stemmen. Een tweederde meerderheid bleek in de volgende Kamerperiode niet haalbaar en in 2017 besloten de indieners het voorstel  niet ter behandeling in te dienen.
  • Raadgevend referendum  Minder vergaand is het raadgevend referendum dat in 1 juli 2015 geregeld werd in de Wet raadgevend referendum. Daarvoor was geen grondwetswijziging nodig. De kiezer adviseert hier slechts over een wetsvoorstel en daarmee is de uitslag van het referendum niet bindend. Op 1 juli 2015 werd de wet formeel van kracht. Het was een kort leven beschoren. Na twee raadgevende referenda viel in 2018 het besluit om het raadgevend referendum weer in te trekken.
  • Correctief bindend referendum  Eind 2018 kwam de Staatscommissie Parlementair stelsel met haar advies een correctief bindend referendum in te voeren om de Nederlandse burger de mogelijkheid te geven achteraf iets over bepaalde wetten te zeggen. Correctief betekent dat de kiezers een wet kunnen tegenhouden die al door Tweede en Eerste Kamer is aangenomen. Om dit te bereiken moet een meerderheid bestaande uit meer dan eenderde van de kiesgerechtigden tegen de wet stemmen.

 

Informatie Kamerverkiezingen 15-17 maart 2021

Partijen in de Tweede Kamer

partijen           stemmen             zetels 2021            zetels 2017 
VVD 2.279.130 34 33
D66 1.565.861 24 19
PVV 1.124.482 17 20
CDA 990.601 15 19
SP 623.371 9 14
PvdA 597.192 9 9
GroenLinks 537.308 8 14
Forum voor Democratie 523.083 8 2
Partij voor de Dieren 399.750 6 5
ChristenUnie 351.275 5 5
Volt 252.480 3 -
Ja21 246.620 3 -
SGP 215.249 3 3
DENK 211.237 3 3
50-plus 106.702 1 4
BBB 104.319 1 -
Bij1 87.238 1 -

 

 

Overzicht uitgebrachte stemmen

aantal kiesgerechtigden           13.293.081
aantal uitgebrachte stemmen 10.462.677
aantal geldige stemmen 10.422.852
aantal blanco stemmen 17.173
aantal ongeldige stemmen 22.539
aantal briefstemmen 70-plus 1.069.048
aantal briefstemmen buitenland 36.340
aantal stemmen per volmacht 917.698
kiesdeler (geldige stemmen/150)     70.106,94


Voorkeurstemmen

De meeste mensen stemmen op de bovenste van de lijst, ofwel de lijsttrekker. Geef je de voorkeur aan iemand anders op de lijst, dan is dat een voorkeurstem. Veel vrouwen stemmen bijvoorbeeld op de eerste vrouw op de lijst. Soms zijn voorkeurstemmen voor iemand min of meer een signaal van protest tegen de betreffende partij die de betreffende persoon op een te lage plaats heeft gezet.

De Kieswet biedt de mogelijkheid om iemand die op grond van de lijst niet wordt gekozen, toch in de Kamer te krijgen. Om met voorkeursstemmen in de Tweede Kamer te komen heb je 25 procent van de kiesdeler nodig.
Bij de verkiezingen van 2021 waren er 17.372 stemmen voor een zetel nodig. In totaal hadden 43 Kamerleden meer stemmen dan de voorkeurdrempel. Drie Kamerleden die op een lagere plaats op hun lijst stonden, werden via voorkeurstemmen toch gekozen. Voor Lisa Westerveld was het zelfs de tweede keer dat dit haar overkwam.

  • Lisa Westerveld (227.982 stemmen) (GroenLinks)
    (plaats 10 op de lijst wordt plaats 3)
  • Marieke Koekkoek (37.093 stemmen) (Volt)
    (plaats 4 op de lijst wordt plaats 3)
  • Kauthar Bouchallikh (27.038 stemmen) (GroenLinks)
    (plaats 9 op de lijst wordt plaats 4)

Verhouding mannen / vrouwen

  • 2010     89 mannen     61 vrouwen
  • 2012     92 mannen     58 vrouwen
  • 2017     96 mannen     54 vrouwen
  • 2021     91 mannen     59 vrouwen

Opkomstpercentages

  • 1986     85,8 procent
  • 2010     75,4 procent
  • 2012     74,6 procent
  • 2017     81,9 procent
  • 2021     78,7 procent

Restzetelverdeling
Nadat op basis van de kiesdeler het aantal toe te wijzen volle zetels is bepaald, worden de restzetels verdeeld. Bij deze verkiezingen waren er 139 volle zetels en er bleven dus elf restzetels over.

  • Om de restzetels te verdelen wordt voor elke lijst bij het aantal volle zetels één zetel opgeteld.
  • Het aantal uitgebrachte stemmen wordt daarna door het nieuwe aantal zetels gedeeld.
  • Zo wordt voor elke lijst het gemiddeld aantal stemmen per zetel berekend voor het geval de te verdelen restzetel naar die lijst zou gaan. De lijst met het grootste gemiddelde krijgt de eerste restzetel toebedeeld.
  • Zolang er restzetels te verdelen zijn wordt deze procedure herhaald waarbij steeds voor de partij die de restzetel kreeg, die extra zetel meetelt in het berekenen van het gemiddelde.

 

VVD      2 zetels
PVV 1 zetel
CDA 1 zetel
D66 2 zetels
GroenLinks 1 zetel
SP 1 zetel
PvdA   1 zetel
PvdD 1 zetel
Forum voor Democratie 1 zetel

 

Uitgesloten van het actieve kiesrecht
Bij de Kamerverkiezingen van 2017 waren 56 personen uitgesloten van het actieve kiesrecht. Het gaat om degenen die volgens de wet zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf van tenminste een jaar die door de rechter expliciet ontzet zijn uit het actieve kiesrecht.
Zie verderop in ACTUEEL het artikel Rechter mag burgers van kiesrecht uitsluiten.

 

Problemen met de Nederlandse stemcomputers

De invoering van stemcomputers leek in Nederland rimpelloos te verlopen. Nagenoeg alle gemeenten gebruikten in 2007 stemcomputers. Niet lang daarna besloot de ministerraad echter om vanaf 2009 vooralsnog weer met het potlood te gaan stemmen. Reden hiervoor was de discussie onder aanvoering van de actiegroep Wij vertrouwen stemcomputers niet over de manipuleerbaarheid en controleerbaarheid van stemcomputers.

Aanleiding voor het oprichten van de actiegroep was in 2006 het besluit van de minister van Binnenlandse Zaken om de stemcomputers van 35 gemeenten af te keuren. Hij deed dit op basis van een onderzoek waaruit bleek dat deze computers elektromagnetische straling afgaven die tot op enkele tientallen meters afstand nog opgevangen en geanalyseerd kon worden. Hierdoor was het stemgeheim niet gewaarborgd.
De actiegroep 'Wij vertrouwen stemcomputers niet' spande vervolgens een kort geding aan om ook de andere typen te verbieden. De rechter oordeelde op 1 oktober 2007 dat de andere stemcomputers niet goedgekeurd hadden mogen worden en daarom niet bij die verkiezingen gebruikt hadden mogen worden. Deze stemcomputers bleken niet in staat om zinvolle hertellingen en controles mogelijk te maken, omdat ze de stemmen alleen softwarematig verzamelen.

Op 27 september 2007 bracht de Commissie Korthals Altes het adviesrapport Stemmen met vertrouwen aan het kabinet uit. De commissie kwam met de aanbeveling geen stemcomputers meer in te zetten en eventueel als alternatief een nieuw te ontwikkelen stemprinter te gaan gebruiken. Op zo'n apparaat brengt de kiezer dan zijn of haar stem uit, waarna de stemprinter vervolgens een papieren stembiljet produceert die in een stembus wordt gedeponeerd. Indien noodzakelijk kunnen deze stemmen ook handmatig worden geteld.
De staatssecretaris liet in een reactie op het adviesrapport weten de aanbevelingen over te nemen. Deze geavanceerde apparatuur is voorlopig nog niet beschikbaar en tot die tijd stemt Nederland vooralsnog met het rode potlood…

 

Rechter mag burgers van kiesrecht uitsluiten

Als de rechter iemand veroordeelt tot een vrijheidsstraf van tenminste één jaar, dan kan hij als bijkomende straf betrokkene het kiesrecht ontnemen. Art. 54 lid 2 Gw maakt dit mogelijk. Vroeger verviel het kiesrecht van zo iemand van rechtswege, maar de Grondwetsherziening van 1983 heeft een rechterlijke uitspraak noodzakelijk gemaakt. Het gaat hier om een uiterst klein groepje. Bij de Kamerverkiezingen van 2017 betrof het aantal mensen dat uitgesloten van het kiesrecht was, slechts 56 personen.
Tot 2008 konden ook mensen die door een rechter 'wegens een geestelijke stoornis' onbekwaam werden geacht om rechtshandelingen te verrichten, uit het kiesrecht worden ontzet. Door een wijziging in de Grondwet in 2008 is deze laatste uitsluitingsgrond komen te vervallen.

De rechter mag alleen tot uitsluiting besluiten bij bepaalde door de wet aangewezen misdrijven. In de praktijk zijn dit strafbare gedragingen die naar hun wettelijke omschrijving een aantasting van de grondslagen van ons staatsbestel inhouden. Denk aan het vervalsen van stembiljetten, maar ook aan een aanslag tegen de koning of een actie gericht op het omverwerpen van de regeringsvorm. In de praktijk is deze straf al jaren niet meer opgelegd. Gedetineerden mogen dus stemmen. Ten gevolge van beperkingen in hun bewegingsvrijheid is het aan gedetineerden uitsluitend toegestaan per volmacht te stemmen. Gedetineerden ontvangen hun oproepingskaart of stempas op hun huisadres.

In 2007 kreeg minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken een Kamervraag of zij het mogelijk wilde maken om in penitentiaire inrichtingen stemlokalen in te richten om de deelname van gedetineerden aan de verkiezingen te bevorderen. De minister bleek daartoe niet bereid omdat het onmogelijk was om in een gevangenis een stemlokaal in te richten die aan de eisen van de Kieswet voldeed. Al was het alleen maar omdat zo'n stemlokaal niet openbaar toegankelijk zou kunnen zijn.

 

JURISPRUDENTIE

Raadsvergoeding niet rechtstreeks naar politieke partij

Een SP-raadslid in de gemeente Noordoostpolder stapte naar de rechter omdat de gemeente weigerde haar raadsvergoeding op de bankrekening van de landelijke SP te storten.
Binnen de SP is het gebruikelijk dat zo’n vergoeding naar de partij gaat die vervolgens een deel ervan aan de betrokken volksvertegenwoordiger teruggeeft. Vrijwillig is zo’n afdrachtsregeling niet. Reeds bij de kandidaatstelling wordt een zogeheten cessie-overeenkomst getekend die de kandidaat daartoe t.z.t. zou verplichten.
Kun je een gemeente echter verplichten om die vergoeding rechtstreeks op de partijrekening te storten?

Volgens de gemeente was de vergoeding voor het betrokken raadslid en was het in strijd met de wet om de vergoeding aan haar politieke partij te geven. Als een volksvertegenwoordiger een vergoeding niet van de overheid maar van een politieke partij ontvangt, wordt betrokkene financieel afhankelijk van de partij. De overheid zou dan meewerken aan een afhankelijkheidsrelatie tussen volksvertegenwoordiger en partij. Dat is in strijd met het uitgangspunt in het Nederlandse staatsrecht dat de volksvertegenwoordiger zonder last moet kunnen functioneren.

Op 22 februari 2017 deed de rechtbank in Utrecht uitspraak in deze zaak. De gemeente Noordoostpolder werd in het gelijk gesteld.
De rechter vond dat het betalen van de raadsvergoeding niet aan het raadslid zelf, maar aan zijn of haar politieke partij, de onafhankelijkheid van betrokkene in gevaar zou kunnen brengen. Cessieovereenkomsten vanuit een politieke partij tot overdracht van inkomen aan de partijkas zijn dan ook nietig volgens de rechter.

De uitspraak van de Utrechtse rechtbank heeft minister Plasterk van Binnenlandse Zaken ertoe gebracht de zogeheten afdrachtsregeling, waar de volksvertegenwoordigers van de SP gebruik van maken, in de toekomst te verbieden en de vergoedingen op de persoonlijke bankrekeningen van de betrokkenen storten. Tegenover BNN-nieuwsradio zei de minister op 7 juli 2017:
Het staat een politicus volledig vrij om een deel van zijn inkomen aan zijn partij af te staan. Wat niet mag van de rechter is dat een overheid het totale inkomen naar een landelijke politieke partij overdraagt en dat dié vervolgens bepaalt of zo'n politicus wel of geen inkomen krijgt. Dan creëer je een afhankelijkheidssituatie en dat is in strijd met het eigen mandaat dat een volksvertegenwoordiger heeft.

 

Raad van State verklaart te laat ingeleverde kandidatenlijst ongeldig

De Kieswet zegt dat op de dag van de kandidaatstelling de kandidatenlijsten tussen 9 en 15 uur bij de voorzitter van het hoofdstembureau op het gemeentehuis moeten worden ingeleverd.

In de Limburgse gemeente Margraten ging iets helemaal fout met het inleveren van de lijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen op maandag 23 januari 2006. De man die de kandidatenlijst van de combinatie PvdA-D66-GroenLinks moest komen brengen, haalde drie uur niet, maar leverde de lijst om 15:13 uur op het gemeentehuis in. Hij had van tevoren nog even gebeld dat hij van een afspraak elders moest komen, kwam vervolgens in een file terecht en arriveerde bijna een kwartier te laat.
Het hoofdstembureau besliste evenwel dat er sprake was van een ‘verschoonbare termijnoverschrijding’ en verklaarde dat de lijst van PvdA-D66-GroenLinks geldig was. Tegen dit besluit ging een inwoner van Margraten op 27 januari 2006 in beroep. De zaak kwam in een spoedprocedure voor bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State die op 2 februari uitspraak deed.

De Raad van State stelde vast dat de lijst van PvdA-D66-GroenLinks niet tussen 9 en 15 uur was ingeleverd en dat dat de lijst op grond van artikel I-5 van de Kieswet ongeldig maakte. ‘Deze bepaling is dwingend van aard en vereist strikte naleving’, aldus de Raad van State die er bovendien aan toevoegde dat nergens in de Kieswet de mogelijkheid staat om een te late indiening van kandidatenlijsten ongedaan te maken. Er kon weliswaar in zeer uitzonderlijke gevallen sprake zijn van een ‘verschoonbare termijnoverschrijding’, maar daar was in Margraten geen sprake van geweest, zo had de Kiesraad desgevraagd aangegeven.
Het hoofdstembureau had ter verdediging aangevoerd dat, als de combinatie PvdA-D66-GroenLinks niet zou kunnen deelnemen aan de gemeenteraadsverkiezingen, ‘het democratisch beginsel van evenredige vertegenwoordiging zou zijn aangetast’. De Raad van State stelde daar tegenover dat ‘de keuze van de wetgever voor een strikte regeling in de Kieswet juist als achtergrond heeft een voor ieder gelijke eerlijke verkiezing te waarborgen’.
De Raad van State besloot het besluit van het hoofdstembureau van 26 januari 2006 te vernietigen waarmee de kandidatenlijst van PvdA-D66-GroenLinks ongeldig verklaard werd.

Bij de verkiezingen van 7 maart 2006 verloor de combinatie PvdA-D66-GroenLinks in Margraten haar twee zetels. Maar liefst 640 kiesgerechtigden besloten blanco te stemmen, de meesten ongetwijfeld omdat hun partij niet op de lijst stond.

 

EUROPEES RECHT

Vooraf

  • Staatsrechtelijk is de Nederlandse wetgeving inclusief Grondwet ondergeschikt aan het Europees recht. Mochten Nederlandse wetten de burger echter méér garantie bieden, dan heeft hij aanspraak op de meest vergaande bescherming, in dit geval van de Nederlandse wet. Lees meer over de relatie tussen Grondwet en Europese grondrechten en de manier waarop de rechter daarmee om gaat.
  • De integrale teksten van de verdragen en andere regelgeving hieronder vindt u bij de downloads.

Verdrag Werking Europese Unie

  • Art. 20-22 VWEU   Opmerkelijk is dat dit artikel bepaalt dat aan iedere burger van de Europese Unie het passief en actief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen toekomt in een lidstaat waar hij verblijft, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat. Tot dan toe kende Nederland een beperking van vijf jaar onafgebroken ingezetenschap.
    Zie ook art. 39-40 Handvest Grondrechten Europese Unie.

Europees Verdrag Rechten van de mens

  • Art. 3 Protocol EVRM: Recht op vrije, geheime verkiezingen

 

 

Uitgelicht

 


Kraakhelder

Een dag voor de installatie van de nieuwe Tweede Kamer op 31 maart 2021 twitterde Pieter Omtzigt:
Morgen zal ik aanwezig zijn bij de installatie van de nieuwe Kamer en mijn zetel als Kamerlid innemen. Vergeet niet, ik zit er niet voor mijn eigen kiezers of voor het CDA. Artikel 50 van de Grondwet is kraakhelder. De Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk. Volksvertegenwoordiger is het hoogste ambt dat we kennen in dit land.
De opgaven waar we als land voor staan zijn enorm. Door COVID-19 zitten we in de grootste crisis sinds WOII, de wooncrisis. En er zijn grote problemen met macht en tegenmacht die om oplossingen vragen. Dat begint bij een parlement dat zijn controlerende functie serieus neemt.  (21.03.30)

Knipoog

 

Omfloerst

In zijn boek Het land moet bestuurd worden signaleert Wim Voermans dat er in Nederland sinds jaar en dag een huiver voor volksdemocratie bestaat. Hij ziet die zelfs terug in de Grondwet:
Waar andere grondwetten in de wereld overkoken van halleluja’s over het volk (‘We the people’, ‘Government of, for and by the people et cetera), komt het ‘volk’ slechts één keer voor in onze eigen Grondwet en dan ook nog een beetje omfloerst: ‘De Staten-Generaal vertegenwoordigen het Nederlandse volk’. (02.05.2021)

 

NET VERSCHENEN

omtzigtPieter Omtzigt,
Een nieuw sociaal contract

CDA’er Pieter Omtzigt beschrijft zijn ervaringen in Den Haag en probeert aan te geven waarom er zoveel misgaat in ons politieke systeem. Omtzigt schrijft uiteraard ook over de toeslagenaffaire en zijn eerdere strijd tegen corrupte Europese politici. Regelmatig benadrukt hij hoe belangrijk kennis van details is als je misstanden aan wilt pakken. In het boek komt hij met voorstellen hoe je het vertrouwen tussen overheid en burgers zou kunnen herstellen.

Kijk hier voor meer nieuwe publaties