• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Raad van State kritisch over invloed maatschappelijke groeperingen

De Raad van State vindt dat de wetgever steeds vaker een stapje terug doet ten gunste van de uitvoerende macht. Daarmee geeft de politiek een deel van zijn taak vrijwillig uit handen.

In de inleiding van het Jaarverslag 2018 doet de Raad van State een beroep op de politiek om het wetgevingsproces te versterken. De overheid kiest er steeds vaker voor om maatschappelijke groeperingen al in een vroeg stadium bij de totstandkoming van wetten en regels te betrekken. Ook sluit de overheid akkoorden die haar vervolgens verplichten om afspraken in wetten vast te leggen. Zo geeft de wetgever volgens de Raad van State een deel van zijn eigen taak uit handen en levert de politiek in op de ruimte om zelf belangen af te wegen ten opzichte van het algemeen belang.

Volgens de Raad van State is er al een aantal jaren een proces gaande waarbij de wetgever de uitvoerende macht steeds meer ruimte biedt voor oplossingen die aansluiten bij de praktijk van alledag. Vervolgens worden de normen die de wetgever zelf in de wet moet invullen, dan zo open geformuleerd dat ze nauwelijks richting kunnen geven.
De Raad van State zegt hierover in zijn Jaarverslag 2018:
Dit terugtreden van de wetgever ten gunste van de uitvoerende macht heeft weliswaar voordelen voor de slagkracht van de overheid, maar doet afbreuk aan de functie van wetgeving als rechtsstatelijke waarborg. (…) Het wetgevingsproces is geen stempelmachine van besluiten die anderen dan de wetgever hebben genomen. Niet alleen kan deze ontwikkeling het vertrouwen van de burger in de democratische rechtsstaat aantasten, maar ook stelt ze zowel de uitvoerende als de rechterlijke macht voor problemen. Het bestuur moet zelf regels maken en de rechter moet invulling geven aan open normen in de wet en antwoorden vinden waar de wet die duidelijkheid niet biedt.

Volledige tekst Jaarverslag 2018 Raad van State

Nieuwsarchief

Uitgelicht

 


Rechtspraak niet meer openbaar

NRC-columnist Folkert Jensma schreef in de krant van 1 augustus 2020:
Toen ik drie weken geleden een strafzitting bijwoonde, drong het tot me door. De rechtspraak is nu al drie maanden niet meer openbaar. De burger mag er helemaal niet meer bij. Journalisten mogen naar binnen, mits tevoren aangemeld en met niet meer dan drie tegelijk. (…)
Twee maanden geleden mailde een lezer die de strafzaak over de moord op haar kapper had willen bijwonen, dat ze nul op het rekest kreeg. Die zitting was digitaal te volgen, onder meer voor journalisten, maar zij mocht niet inloggen. De rechtbank vreesde dat deze burger via Skype de zitting ook zou opnemen. Er was weliswaar niets wat daar op wees, maar de rechtbank zag grote privacy-bezwaren. Geen risico’s met Twitter of YouTube filmpjes. Klagen hielp niet. De rechters waren onverbiddelijk. (20.08.20)

De openbaarheid van de rechtszittingen en  bij het uitspreken van vonnissen staat vanaf het prille begin in de Nederlandse Grondwet.
Hoe zit het nu de beperkingen vanwege de coronamaatregelen waar Jensma over schreef?
We zetten een aantal feiten op een rijtje.

Knipoog

 

Tractorcratie

Het hoofdredactioneel commentaar van NRC Handelsblad stond op 20 december 2019 stil bij de acties van de boeren: ‘Wie behalve een mening ook een trekker heeft, mag er in Nederland kennelijk meer ruimte mee afdwingen’, stelde de krant vast. De commentator voegde eraan toe te voegen dat het gezag er op een gegeven moment niet onderuit kan ook fysiek te laten zien dat de boeren geen blanco cheque hebben om alle regels aan hun laars te lappen. Is het einde van de ‘tractorcratie’ al weer in zicht? (21.12.19)