• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Grondrechten

Artikel 9

In Nederland mag je vergaderen en demonstreren. De overheid mag alleen regels voor demonstraties maken in het belang van de verkeersveiligheid en om wanordelijkheden te voorkomen.

 

 

TEKST GRONDWET

1   Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
2   De wet kan regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bescherming of voorkoming van wanordelijkheden.

 

TOELICHTING

Art. 9 Gw zegt dat de overheid niet mag ingrijpen bij vergaderingen en betogingen. Wel geeft het tweede lid van het artikel de overheid de ruimte om burgers in enkele gevallen beperkingen op te leggen:

  • ter bescherming van de gezondheid
  • in het belang van het verkeer
  • ter bescherming of voorkoming van wanordelijkheden

Wet openbare manifestaties
Deze drie criteria zijn nader uitgewerkt in de Wet openbare manifestaties (WOM) uit 1983. De wet is in 1988 in werking getreden en bevat bepalingen over 'de uitoefening van het recht tot vrije belijdenis van godsdienst en levensovertuiging en betreffende de uitoefening van het recht tot vergadering en betoging'. De WOM is dus niet alleen een uitwerking van art. 9 Gw, maar ook van art. 6 Gw over de godsdienstvrijheid.
N.B. In het tweede lid van art. 6 Gw is sprake van beperkingen 'buiten gebouwen en besloten plaatsen', terwijl art. 9 Gw een dergelijk onderscheid niet maakt.
De WOM geeft de gemeenteraad de mogelijkheid om bij een betoging op de openbare weg te eisen dat dit van tevoren wordt gemeld. Een niet-gemelde betoging valt weliswaar onder de grondwettelijke vrijheid van betoging, maar een burgemeester kan met de WOM in de hand zo'n betoging beëindigen en de deelnemers opdracht geven uiteen te gaan.
Veel gemeenten hebben rond demonstraties en betogingen een zinsnede in deze geest in hun verordeningen opgenomen: 'Voor het houden van een betoging of demonstratie heeft u geen voorafgaande vergunning van de gemeente nodig. Om de openbare orde tijdens een betoging of demonstratie te kunnen handhaven, is het wel noodzakelijk dat u de gemeente tijdig van uw plannen op de hoogte stelt.

johnson

Tijdens de protesten in de jaren zestig werd de kreet 'Johnson moordenaar' snel populair. Vier Utrechtse studenten werden tot aan de Hoge Raad in 1967 aan toe vanwege de leuze veroordeeld, omdat ze daarmee een bevriend staatshoofd zouden hebben beledigd. Het viertal kreeg ieder honderd gulden boete. De Groninger filosofieprofessor Bernard Delfgauw bedacht als correct alternatief 'Johnson oorlogsmisdadiger volgens de rechtsnormen van Neurenberg en Tokio'. Justitie trad niet op.

'Hostile audience'
Van een overheid mag je verwachten dat ze zich niet inhoudelijk bemoeit met demonstraties. Zo kan het voorkomen dat betogende extreme groeperingen beschermd moeten worden tegen 'brave burgers' die zich opwinden over de demonstratie. De gedachten en uitingen van de demonstranten roepen bij het publiek wanordelijkheden en intolerant gedrag op.
Vaak wordt voor deze problematiek de term 'hostile audience' gebruikt, ofwel 'vijandig publiek'. Soms gaat het om mensen die proberen een demonstratie verbaal en fysiek te verstoren, soms organiseren de tegenstanders een tegendemonstratie op hetzelfde tijdstip en het liefst op dezelfde plek. In de loop van de tijd heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens min of meer een aantal criteria vastgesteld rond 'hostile audience'.

  • De overheid moet niet te snel uit angst voor wanordelijkheden een demonstratie verbieden. Er is altijd een zeker risico dat een demonstratie wordt verstoord. Is de angst van de overheid gegrond, zijn er duidelijke aanwijzingen dat het uit de hand gaat lopen dan is een verbod op zijn plaats.
  • De overheid mag geen tegendemonstatie weigeren omdat die demonstranten op dezelfde plaats op dezelfde tijd willen demonstreren.
  • Mensen moeten een demonstratie kunnen houden zonder bang te hoeven zijn dat ze aangevallen worden door tegendemonstranten. Autoriteiten hebben de verplichting om niet alleen demonstraties, maar óók tegendemonstraties te faciliteren en te beschermen.
  • De overheid hoeft geen garantie te geven op het recht van demonstreren en tegendemonstreren. Het is een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting.

Specifieke beperkingen ambtenaren
Voor ambtenaren geldt op dit moment nog een aantal specifieke beperkingen die te maken hebben met de goede vervulling van hun functie in de openbare dienst. Ze staan in art. 125a van de Ambtenarenwet.

1   De ambtenaar dient zich te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
2   Het eerste lid is, voor wat betreft het recht van vereniging, niet van toepassing op het lidmaatschap van:
   a   een politieke groepering, waarvan de aanduiding is ingeschreven overeenkomstig de Kieswet of
   b   een vakvereniging.
  De ambtenaar is verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in verband met zijn functie ter kennis is gekomen, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt.

In maart 2017 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) gepubliceerd. De nieuwe wet gaat ervoor zorgen dat de arbeidsverhouding van de Nederlandse ambtenaren van een eenzijdige publiekrechtelijke aanstelling verandert in een arbeidsovereenkomst gebaseerd op het Burgerlijk Wetboek, zoals alle andere Nederlandse werknemers die al sinds jaar en dag kennen. De implementatie van het nieuwe systeem gaat de nodige tijd kosten, want er moeten naar schatting honderd wetten plus een meervoud aan regelingen aangepast worden. De feitelijke inwerkingtreding van de Wnra wordt dan ook pas op 1 januari 2020 verwacht.


GESCHIEDENIS

Staatsregeling 1798
Het recht op vereniging dook samen met het recht op vergadering voor het eerst op in de Staatsregeling 1798.
Artikel 18 zag er als volgt uit:

recht vergadering 1797.'

Grondwet 1848
Vervolgens verdween het een tijdje achter de constitutionele horizon om in 1848 terug te keren als art. 10 Gw: 'Het regt der ingezetenen tot vereeniging en vergadering wordt erkend. De wet regelt en beperkt de uitoefening van dat regt in het belang der openbare orde.' De beperking 'in het belang der openbare orde' werd in 1855 geregeld in de Wet vereniging en vergadering.
Thorbecke toonde zich overigens geen voorstander van een dergelijke constructie. Hij schreef: 'Wat baat de erkenning van een recht in de Grondwet, welks uitoefening afhangt van de wet? Beter dan, eenvoudig te zeggen: het regt van vereeniging wordt door de wet geregeld. Ook eene Grondwet moet oprecht zijn, en niet den schijn aannemen iets te geven wat zij inderdaad onthoudt.'Beide rechten verdwenen daarna een tijdje achter de constitutionele horizon om in 1848 terug te keren als art. 10 Gw: 'Het regt der ingezetenen tot vereeniging en vergadering wordt erkend. De wet regelt en beperkt de uitoefening van dat regt in het belang der openbare orde.'

Vereniging en vergadering in één artikel
Vanaf 1848 tot de Grondwetswijziging van 1983 stonden het recht van vereniging en het recht van vergadering samen in één artikel. Men ging uit van de niet onlogische gedachte dat als je als vereniging iets wilt bereiken, het onontkoombaar is dat je ook met elkaar vergadert. De Grondwet van 1983 bracht daar verandering in door het verenigingsrecht in art. 8 en het vergaderingsrecht in art. 9 te regelen. De twee rechten werden apart opgenomen, zodat ze op verschillende wijze beperkt kunnen worden. Ook in veel internationale verdragen is voor zo'n verdeling gekozen.

  • Artikel 8 kent alleen een beperking bij wet. In vergelijking met de Grondwet van 1848 is het recht niet alleen aan de ingezetenen voorbehouden, maar geldt het voor iedereen. De verplichting richting de overheid is vervangen door de soepele formulering 'kan worden beperkt'.
  • Artikel 9 geeft aan dat het recht tot vergadering ook op een andere manier kan worden beperkt door het voorbehoud te maken 'behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet'. Vergeleken met oudere Grondwetartikelen is het recht op vergadering uitgebreid met het recht te mogen betogen.

 

NIEUWSITEMS

 

ACTUEEL

Discussie demonstratieverbod (1)

Op 11 november 2017 hielden demonstranten op snelweg A7 een groep Anti-Pietbetogers tegen voorafgaand aan de intocht van Sinterklaas in Dokkum. Met behulp van de politie kon de groep de reis voortzetten. De Anti-Pietbetogers hadden toestemming voor een demonstratie, maar uit vrees dat het zaak uit de hand zou lopen verbood de burgemeester dat met een noodbevel.

Discussie in de pers
Naar aanleiding van wat erin in de Friese stad gebeurd was, ontstond een discussie in de pers over het demonstratieverbod. Uitgesproken in zijn mening was hoogleraar Rechtswetenschap Jan Brouwer die in NRC Handelsblad van 19 november een artikel schreef onder de kop ‘Na Bonifatius is bij Dokkum nu het betogingsrecht vermoord’. Brouwer zag zelf geen redenwaarom dat de demonstratie tegen Zwarte Piet na het ‘A7-incident’ niet gewoon kon doorgaan. Hij verweet de tegendemonstranten ‘het opzettelijk storen van een geoorloofde betoging door het verwekken van wanorde hetgeen in het Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld wordt'.

Risicomijdend gedrag
In het onderzoek Demonstreren, een schurend grondrecht constateert de Nationale ombudsman dat de overheid bij het demonstratierecht naar risicomijdend gedrag neigt. De burgemeester moet demonstraties in zijn gemeente faciliteren en beschermen, zodat demonstranten hun grondrecht kunnen uitoefenen. Overheden beschouwen het demonstratierecht in de praktijk volgens de Nationale ombudsman nog te vaak als onderdeel van een belangenafweging: het recht op demonstreren versus het belang van de openbare orde en veiligheid. Maar demonstratievrijheid is geen onderdeel van een belangenafweging, aldus de ombudsman.
De essentie van het grondrecht tot demonstreren moet voorop staan: de overheid dient zich tot het uiterste in te spannen om demonstraties te faciliteren en te beschermen. Burgers moeten in vrijheid hun mening – hoe impopulair ook – kunnen laten horen. Elke andere houding van de overheid doet afbreuk aan de kern van het demonstratierecht.
Tekst rapport 'Demonstreren, een schurend grondrecht'
Samenvatting rapport

 

Discussie demonstratieverbod (2)

Een jaar na de gebeurtenissen in Dokkum liet VVD-voorman Klaas Dijkhoff op Facebook een proefballonnetje op over een mogelijk demonstratieverbod voor de tegenstanders van Zwarte Piet tussen de dag van de sinterklaas-intocht en 5 december, omdat ze het kinderfeest aan het 'verkloten'.
Dijkhoff kreeg van alle kanten kritiek op zijn plan. Zo zei hoogleraar algemene rechtswetenschap Jan Brouwer in het Dagblad van het Noorden van 24 november 2018:
Het voorstel van Dijkhoff is een simplificatie van de werkelijkheid. Het kan niet anders dan zijn ingegeven door onwetendheid. Het heeft geen enkele rechterlijke grond. Dat mensen juist tijdens de sinterklaas-intocht hun pijlen richten op Zwarte Piet vind ik volkomen begrijpelijk. Dat zo’n burgemeester van Tilburg de demonstranten om 8 uur ’s ochtends de kans geeft op een industrieterrein te demonstreren, is een faliekante schending van dat recht. Het is juist de essentie dat ze hun stem kunnen verheffen op een plaats waar ze gezien en gehoord worden.

In NRC Handelsblad van 24 november 2018 citeerde hoofdredacteur Folkert Jensma uitgebreid het vonnis van de rechtbank in Leeuwarden van 9 november 2018 die de groep 'Blokkeerfriezen' tot flinke straffen veroordeeld had:
De burgemeester heeft tot taak, met hulp van de politie, al het mogelijke te doen om dat recht op demonstratie mogelijk te maken en ook te beschermen.'„Hoe impopulair die mening ook is'. Want 'juist impopulaire meningen die lokaal mogelijk op verzet kunnen rekenen' moet de overheid beschermen. Sterker, 'de burgemeester mag geen belangenafweging maken tussen de demonstratievrijheid en de belangen van de openbare orde'. Zijn er risico’s, bijvoorbeeld op basis van ervaringen uit het verleden, dan moet er meer politie komen, zodat er juist kan worden gedemonstreerd.
Jensma eindigt zijn commentaar met:
Niet jouw politieke opvattingen of de demonstranten een redelijk of een ‘extreem’ doel bepleiten, zijn hier maatgevend. Noch de mate waarin die burgers van hun eigen gelijk zijn overtuigd. In een vrij land hoort de overheid daar zolang mogelijk ruimte voor te maken, totdat het écht niet meer gaat. Daar hoort iedere parlementariër dus mede borg voor te staan. In het bijzonder ook als het om onwelgevallige meningen gaat, die kunnen schokken, kwetsen of verontrusten. Dat is wat de burger van een volksvertegenwoordiger mag verwachten. Ook van jou.

 

JURISPRUDENTIE

Bestuur vereniging gedetineerden eist vergaderruimte

In het arrest Vereniging Gedetineerden De Schans heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan over beperkingen op de vrijheid van vergadering bij gedetineerden. Het besluit van de directeur van de penitentiaire inrichting om geen vergaderruimte beschikbaar te stellen werd door de hoogste Nederlandse rechter 'niet onjuist' geacht.
De Vereniging van Gedetineerden De Schans vroeg de directeur van het huis van bewaring om vergaderruimte voor de wekelijkse bestuursvergaderingen beschikbaar te stellen. Toen de directeur dit weigerde, vroeg het bestuur aan de rechtbank om de Staat der Nederlanden de directeur de opdracht te geven om alsnog ruimte beschikbaar te stellen.
De rechtbank stelde de vereniging in het gelijk. De Staat stapte daarop naar het hof die het vonnis van de rechtbank vernietigde en de vordering van de vereniging afwees. Nu was het de vereniging die in hoger beroep ging en de zaak bij de Hoge Raad aanhangig maakte. Het cassatieberoep van de vereniging bij de Hoge Raad werd uiteindelijk verworpen.

Beperking grondrecht
De Hoge Raad stelde dat gedetineerden in beginsel aansprak kunnen maken op het recht van vergadering zoals dat in art. 9 Gw en in verschillende Europese en internationale verdragen is vastgelegd. Steeds echter bevatten de betreffende artikelen een clausule dat een beperking van het grondrecht toegestaan is als dit bij wet voorzien is.
De Hoge Raad haalde vervolgens de Beginselenwet Gevangeniswezen en het Huishoudelijk Reglement van De Schans erbij en kwam tot de conclusie dat directeur wel degelijk bevoegd was om te besluiten geen vergaderruimte ter beschikking te stellen. Het was weliswaar een beperking van het grondrecht, maar volgens de Hoge Raad 'moet worden aanvaard dat degenen aan wie rechtmatig hun vrijheid is ontnomen, door een beschikking van de daartoe krachtens voornoemde wettelijke bepalingen bevoegde directeur van het betreffende gesticht kunnen worden beperkt in de uitoefening van hun grondrecht voor zover die uitoefening zich niet met de vrijheidsbeneming verdraagt'.
Het besluit van de directeur van De Schans om geen vergaderruimte beschikbaar te stellen werd ondanks de beperking van het grondrecht dan ook niet onjuist geacht.
Opmerkelijk in dit arrest is volgens de juristen dat de Hoge Raad niet alleen de wet, maar ook het huishoudelijk reglement ('een beschikking van een daartoe bevoegd orgaan') in zijn oordeel betrok.
Uitspraak Hoge Raad 25.06.1982 niet digitaal beschikbaar (NJ 1983/296)

 

EUROPEES RECHT

Vooraf

  • Staatsrechtelijk is de Nederlandse wetgeving inclusief Grondwet ondergeschikt aan het Europees recht. Mochten Nederlandse wetten de burger echter méér garantie bieden, dan heeft hij aanspraak op de meest vergaande bescherming, in dit geval van de Nederlandse wet. Lees meer over de relatie tussen Grondwet en Europese grondrechten en de manier waarop de rechter daarmee om gaat.
  • De integrale teksten van de verdragen en andere regelgeving hieronder vindt u bij de downloads.
  • In onze Grondwet zijn het recht op vrijheid van vereniging (art. 8 Gw) en vrijheid van vergadering en betoging (art. 9 Gw) gesplitst. Europees recht vat ze samen, vandaar dezelfde verwijzingen naar artikelen in EVRM en Handvest Grondrechten.

Europees Verdrag Rechten van de Mens

  • Art. 11 EVRM   Sterker dan de Nederlandse wetgeving legt het tweede lid van art. EVRM de staat expliciet de plicht op om met passende maatregelen te komen om demonstranten te beschermen tegen bedreigingen met geweld van de kant van tegenstanders.

Handvest Grondrechten Europese Unie

  • Art. 12 Hv   In lid 2 van dit artikel wordt nog even apart genoemd dat politieke partijen ook onder dit grondrecht vallen.

Uitgelicht

 


Nashville-verklaring
De door 250 Nederlanders ondertekende Nashville-verklaring leidde tot felle discussies. Mogen de ondertekenaars zich beroepen op de vrijheid van meningsuiting van art. 7 Gw? Zijn homo’s en transgenders door de verklaring gediscrimineerd op grond van art. 1 Gw? Welk recht weegt zwaarder?
Hoogleraar rechtsfilosofie Thomas Mertens zei er in dagblad Trouw van 8 januari 2019 over:
Hier lijkt mij toch vooral de boodschap: wij christenen zijn in de verdrukking en we houden vast aan onze waarheid. Dat is mijn waarheid niet en ook niet die van vele anderen, maar ze mogen het van mij zeggen. En van de rechter ook, vermoed ik. Het is een gevecht van een groep die zich in de verdrukking voelt in deze seculiere tijd en die waarschijnlijk nog steeds de openstelling van het huwelijk voor mensen van het gelijke geslacht betreurt. Tolerantie voor onwelgevallige meningen is cruciaal voor de vrije meningsuiting.

Lees het hele artikel

Knipoog

Parlementair taalgebruik

Op 26 september 2018 schreef Ewoud Sanders een column in NRC Handelsblad over parlementair taalgebruik.
'Na de Algemene Politieke Beschouwingen van vorige week begint de vraag zich op te dringen hoe ver politici kunnen gaan voordat zij door de Kamervoorzitter worden teruggefloten. Wilders, die de beschouwingen mocht openen, zette meteen de toon. Ik telde drie keer oprotten en één keer 'Rot zelf lekker op!' Dit was gericht tegen 'de bende van Denk', zoals Wilders ze noemde. (…) Inmiddels lijken oprotten, oppleuren en oplazeren in Haagse kringen zo geaccepteerd dat de Kamervoorzitter ze kritiekloos laat passeren. Ik vind dat opmerkelijk. Zeker als je bedenkt dat van politici nog altijd wordt verwacht dat ze een voorbeeldfunctie vervullen.'

 Lees de hele column van Ewoud Sanders.