• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Grondrechten

Artikel 19

De overheid moet bevorderen dat er in Nederland voldoende werk is. Ook maakt ze regels voor rechtspositie, arbeidsomstandigheden en medezeggenschap. Als je je als Nederlander aan de wet houdt, ben je vrij om het beroep te kiezen dat je wilt.

 

LETTERLIJKE TEKST GRONDWET
1 Bevordering van voldoende werkgelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.
2 De wet stelt regels omtrent de rechtspositie van hen die arbeid verrichten en omtrent hun bescherming daarbij, alsmede omtrent medezeggenschap.
3 Het recht van iedere Nederlander op vrije keuze van arbeid wordt erkend, behoudens de beperkingen bij of krachtens de wet gesteld.


TOELICHTING BIJ ARTIKEL 19

Net als artikel 18 wordt ook artikel 19 tot de sociale grondrechten gerekend, maar kent het ook een ‘klassiek’ element. Lid 3 van artikel 19 bevat namelijk een subjectief recht, het recht op de vrije keuze van arbeid in dit geval. Zo’n recht is bij de rechter af te dwingen. In lid 1 en lid 2 gaat het om een opdracht aan de overheid in het algemeen (lid 1) en aan de wetgever in het bijzonder (lid ).


TOELICHTING PER ARTIKEL


Lid 1

Een van de taken van de overheid is ervoor te zorgen dat er voldoende werkgelegenheid komt. Hier is alleen sprake van een inspanningsverplichting. Je hebt geen recht op arbeid en de overheid hoeft geen banen te creëren.
Bij de parlementaire voorbereiding van het artikel in 1976 maakte de regering bij monde van minister De Gaay Fortman al duidelijk dat het artikel niet mag inhouden dat er dan ook voor iedereen werk moet zijn:
De voorgestelde redactie geeft naar onze opvatting een reële aanduiding van wat van de overheid te dezen verwacht mag worden en van hetgeen waartoe de overheid in staat moet worden geacht. Als de Grondwet uitdrukkelijk zou bepalen dat er werk moet zijn voor iedereen dan zou zij haar eigen macht overschatten. Er zit in het woord ‘voldoende’ echter wel een zekere normering. Deze normering impliceert een zekere minimumgrens. Waar die grens loopt is weer afhankelijk van de concrete mogelijkheden en van de relevante politieke en sociaaleconomische mogelijkheden.

In zijn boek De Grondwetsherziening 1983 zegt prof. Bart Kortmann het zo (pag. 111):
Politiek mag men op een gegeven ogenblik een bepaald werkloosheidspercentage onaanvaardbaar achten, juridische argumenten zijn aan de bepaling niet te ontlenen.

En wat moet je onder ‘voldoende werkgelegenheid’ verstaan? Het is duidelijk dat het eerste lid van artikel 19 door het ontbreken van een rechtstreeks 'recht op arbeid' weinig concrete betekenis heeft.
In een aantal internationale verdragen wordt dit veel sterker geformuleerd. Zo staat in artikel 23 van Universele Verklaring van de Rechten van de mens van de Verenigde Naties uit 1948 simpelweg: 'Everyone has the right to work'.


Lid 2

Dit deel van het artikel geeft de wetgever drie opdrachten: ‘Regel de rechtspositie, bescherming en de medezeggenschap!. De opdrachten monden uit in een zorgplicht van de werkgever ten opzichte van de werknemer die in Nederland erg ver gaat ver. Zie bijvoorbeeld in de jurisprudentie het arrest van de Hoge Raad van 26 juni 2015 in de zaak van de werknemer die bij het schoonmaken van een auto over een stofzuigerslang struikelde.

Dit tweede lid heeft betrekking op iedereen die arbeid verricht, al dan niet in dienstverband. Inmiddels is door rechters ook al uitgesproken dat de zorgplicht van werkgevers ten opzichte van werknemers ook geldt voor zzp'ers en onderaannemers.

Opvallend is dat de ambtenaren voor dit onderdeel een 'lex specialis', ofwel een eigen grondwetsartikel hebben, namelijk artikel 109: 'De wet regelt de rechtspositie van de ambtenaren. Zij stelt tevens regels omtrent hun bescherming bij de arbeid en omtrent medezeggenschap.'
De komende jaren zal er op dit punt het een en ander veranderen nu in maart 2017 de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) is gepubliceerd. De nieuwe wet gaat ervoor zorgen dat de arbeidsverhouding van de Nederlandse ambtenaren van een eenzijdige publiekrechtelijke aanstelling verandert in een arbeidsovereenkomst gebaseerd op het Burgerlijk Wetboek, zoals alle andere Nederlandse werknemers die al sinds jaar en dag kennen. De implementatie van het nieuwe systeem gaat de nodige tijd kosten, want er moeten naar schatting honderd wetten plus een meervoud aan regelingen aangepast worden. De feitelijke inwerkingtreding van de Wnra wordt dan ook pas op 1 januari 2020 verwacht.


Lid 3

Dit lid geldt alleen voor Nederlanders en het is eigenlijk een klassiek grondrecht. Het is namelijk een vrijheidsrecht, een plicht tot overheidsonthouding en dat betekent dat dit ook bij de rechter af te dwingen is.

In 1976 was de regering bij monde van minister De Gaay Fortman er niet voor om dit lid op te nemen in de Grondwet. Men voorzag veel bezwaren, omdat de overheid dit nooit kunnen garanderen.
Bij monde van VVD-voorman Rietkerk maakte de Tweede Kamer duidelijk dat de minister op het verkeerde spoor zat. Het gaat bij het derde lid niet om een zorgplicht voor de overheid, maar om een vrijheidsrecht. De Tweede Kamer nam het Amendement-Rietkerk over.
Er is overigens heel veel jurisprudentie voor nodig geweest en nog nodig om de juiste reikwijdte van dit artikel vast te stellen. In onze grondwet staat geen stakingsrecht. In voorkomende gevallen wordt teruggegrepen op artikel 6 lid 4 van het Europees Sociaal Handvest:
Partijen erkennen het recht van werknemers en werkgevers op collectief optreden in gevallen van belangengeschillen, met inbegrip van het stakingsrecht, behoudens verplichtingen uit hoofde van reeds eerder gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten.


GESCHIEDENIS ARTIKEL 19

Sinds de middeleeuwen regelden gilden in Nederland eeuwenlang per bedrijfstak de arbeidsvoorwaarden en de sociale voorzieningen. Vaak kende een gilde het alleenrecht op het uitoefenen van het vak en in de ogen van de Bataafse Republiek was daarmee sprake van een grove schending van de individuele vrijheden.
In artikel 53 van de Staatsregeling voor het Bataafsche Volk uit 1798 werden de gilden dan ook afgeschaft:
Bij de aanneming der Staatsregeling, worden vervallen verklaard alle Gilden, Corporatiën of Broederschappen van Neeringen, Ambagten of Fabrieken.
Ook heeft ieder Burger, in welke Plaats woonachtig, het regt, zoodanige Fabriek of Trafiek opterigten, of zoodanig eerlijk bedrijf aantevangen, als hij verkiezen zal.
Het Vertegenwoordigend Lichaam zorgt, dat de goede orde, het gemak en gerief der Ingezetenen, ten dezen opzigte, worden verzekerd.

Bijna twee eeuwen lang bleef alles wat met het recht op arbeid en de regels rond de arbeidsvoorwaarden te maken had, uit de Grondwet.
In 1967 vroeg toenmalig staatssecretaris Kruisinga van Sociale Zaken en Volksgezondheid het advies van de SER over de Proeve van een nieuwe grondwet.

Het advies van de SER kwam in 1969. De raad gaf in overweging een artikel met de volgende tekst in de nieuwe Grondwet op te nemen:
Artikel A Wetgeving en bestuur zijn gericht op welzijn en ontplooiing van mens en samenleving. Zij betreffen daartoe in het bijzonder het waarborgen van veiligheid en rechtsbescherming, het bevorderen van bestaanszekerheid en werkgelegenheid, alsmede van verantwoordelijkheid en medezeggenschap in maatschappelijke verhoudingen en van evenwichtige inkomensverhoudingen, de zorg voor volksgezondheid, ruimtelijke ordening en huisvesting, rechtspleging en rechtsbijstand, het verschaffen van algemeen vormend en vakonderwijs.
Artikel B De wet stelt regels vast ter zake van de rechtspositie van de arbeidende mens en van zijn bescherming bij het verrichten van arbeid.
Artikel C De wet stelt regels vast ter bevordering van de sociale zekerheid, waaronder begrepen de voorzieningen ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid en die ter zake van de kosten van geneeskundige verzorging.
Artikel D De wet stelt regels vast in zake de verlening van bijstand aan Nederlanders die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeren of dreigen te geraken, dat zij niet over de middelen beschikken om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien.
Artikel E Het recht van iedere Nederlander op vrije keuze van arbeid wordt erkend binnen de bij of krachtens de wet gestelde regels.
Artikel F De wet stelt regels vast betreffende de uitoefening van het stakingsrecht.

De voorstellen van de SER in artikel B en C en in artikel E zijn uiteindelijk vrijwel in deze vorm in de nieuwe Grondwet terechtgekomen. De weidse omschrijving van de taken van de overheid in artikel A haalde het niet, evenals artikel F over het stakingsrecht.


ARTIKEL 19 IN DE ACTUALITEIT

Links naar nieuwsitems

Verplichte arbeid
De laatste jaren komen er steeds meer rechtszaken waarbij uitkeringsgerechtigden een beroep doen op het recht op vrije keuze van arbeid. Zij zijn het dan niet eens met de verplichte arbeid die de overheid oplegt als voorbereiding op een reguliere baan c.q. als tegenprestatie voor het ontvangen van een uitkering.
Zie Gemeente verplicht werkloze traject te accepteren in Jurisprudentie.

Zorgplicht werkgever
De zorgplicht van een werkgever is geregeld in artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek. Lid 1 gaat over de zorgplicht, lid 2 t/m 4 over een eventuele aansprakelijkheid:
1 De werkgever is verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.
2 De werkgever is jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 genoemde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
3 Van de leden 1 en 2 en van hetgeen titel 3 van Boek 6, bepaalt over de aansprakelijkheid van de werkgever kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken.
4 Hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, is overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. De kantonrechter is bevoegd kennis te nemen van vorderingen op grond van de eerste zin van dit lid.

Deze zorgplicht gaat erg ver. Zo geldt het ook voor situaties waarin de werknemer schade ondervindt bij het verrichten van alledaagse handelingen tijdens het werk. Om werkongelukken en eventuele schadevorderingen te voorkomen moet de werkgever beleid voeren dat erop gericht is ongelukken te voorkomen.
Zie Werkgever wil schadevergoeding werkgever na struikelen over stofzuigerslang en Caissière wil schadevergoeding werkgever na overval op supermarkt in Jurisprudentie.

Wet Werk en zekerheid
De Wet werk en zekerheid (WWZ) heeft per 1 juli 2015 grote veranderingen in het Nederlands arbeidsrecht teweeggebracht. Voortaan kan de werknemer een ‘billijke vergoeding’ van zijn werkgever vorderen, wanneer de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd als gevolg van ‘ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever’.

Op dit moment is het nog niet echt duidelijk wanneer hiervan sprake is. De jurisprudentie zal gaan uitwijzen wanneer een werknemer zo’n vergoeding wordt toegekend en hoe deze zich verhoudt tot de schadevordering op grond van artikel 7:658 BW.


JURISPRUDENTIE ROND ARTIKEL 19

Gemeente verplicht werkloze traject te accepteren
Kan een gemeente een werkloze dwingen deel te nemen aan een traject in een bloemenkas om werknemersvaardigheden op te doen? X woont in Amsterdam en zit sinds 1988 werkloos thuis. In 2006 loopt hij stage om te leren internetfilms te maken, maar dat is vrijwilligerswerk. Voor zijn inkomen is de inmiddels 42-jarige X al die jaren afhankelijk geweest van de bijstand.
In dat jaar besluit de gemeente Amsterdam dat X mee moet doen aan hun zogeheten Hoya-traject, genoemd naar het fraaie klimplantje hoya. Het traject is bedoeld om langdurig werklozen in een bloemenkas 'algemene werknemersvaardigheden' te laten opdoen, zoals op tijd komen en werkdiscipline.

X voelt niets voor het traject en meldt zich ziek. De gemeente kort zijn uitkering van zo'n € 600 per maand met € 200. Als de sanctie niet helpt, stopt de gemeente de uitkering helemaal.
X gaat tegen de beslissing in beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Zijn advocaat voert daar aan dat X via zijn vrijwilligerswerk uitzicht op een baan heeft en dat de verplichtingen die de gemeente X oplegt, neerkomen op verplichte arbeid, dwangarbeid zo je wilt. Dat is volgens de advocaat in strijd met artikel 4 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

In zijn uitspraak komt de Centrale Raad tot het oordeel dat er hier weliswaar sprake is van verplichte arbeid, maat dat deze vorm niet verboden is. Van dwangarbeid is alleen sprake bij fysieke of psychische dwang. Verplichte arbeid is volgens de raad alleen verboden als het te belastend is en geen perspectief biedt op een reguliere baan. Wel vindt de raad het volledig korten van de uitkering te ver gaan. Een deel van de uitkering die zijn neus voorbijgegaan is, moet alsnog worden uitgekeerd.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.

Werkgever wil schadevergoeding werkgever na struikelen over stofzuigerslang
X werkt bij een autoverhuurbedrijf en is verantwoordelijk voor het halen en brengen en het schoonmaken van huurauto’s. Tijdens de schoonmaak van een bestelbus, die half op de stoep en half op de weg geparkeerd staat, stapt hij achterwaarts uit een bestelbus. Daarbij struikelt hij over de slang van een stofzuiger. X komt met zijn rechterarm lelijk ten val op de stoeprand.
X stelt zijn werkgever aansprakelijk voor de schade als gevolg van het ongeval. De kantonrechter te Utrecht wijst de schadevordering in november 2012 af. Het ongeval is gebeurd tijdens een alledaagse handeling, waarvoor geen specifieke waarschuwing of instructie hoeft te worden gegeven. Het feit dat de bestelbus scheef stond tijdens het schoonmaken doet daaraan volgens de kantonrechter niets af.

X gaat in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat in februari 2014 tot een ander oordeel komt. Het hof overweegt dat de werkgever in deze specifieke zaak (geen gelijkvloerse ondergrond, niveauverschil ondergrond) geen adequate instructies heeft gegeven, maar e.e.a. aan de werknemer heeft overgelaten. Omdat de werkgever niet heeft voldaan aan zijn instructieplicht, vindt het hof dat de werkgever zijn zorgplicht heeft geschonden en dat deze een schadevordering aan X moet voldoen.

In juni 2015 bevestigt de Hoge Raad het vonnis van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de zaak stelt advocaat-generaal F.F. Langemeijer dat een waarschuwing als ‘Pas op afstap’ voor de werkgever voldoende geweest was om deze ellende te voorkomen.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de Hoge Raad.

 

Caissière wil schadevergoeding werkgever na overval op supermarkt
Op 31 juli 2011 vindt er een roofoverval plaats bij een supermarkt in Veghel. Caissière X vindt dat haar werkgever verantwoordelijk is voor de immateriële schade die zij heeft geleden en zal lijden.i Ze vraagt de kantonrechter om haar werkgever te veroordelen tot een vergoeding van 1500 euro schade als voorschot op definitieve schadevergoeding.

In maart 2014 komt de kantonrechter tot de conclusie dat de werkgever aan zijn zorgplicht heeft voldaan. De rechter vindt dat de werkgever al die maatregelen genomen heeft die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de caissière in de uitoefening van haar werkzaamheden schade leed. De kantonrechter stelt X dan ook in het ongelijk.

Vervolgens gaat X in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Deze bevestigt het oordeel van de kantonrechter. Daarbij staat het hof uitgebreid stil bij verschillende aspecten van de in artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek omschreven zorgplicht.

  • In de ogen van het hof heeft de werkgever bewezen zijn werknemer al die aanwijzingen te hebben gegeven die redelijkerwijs nodig zijn om schade te voorkomen.Volgens de caissière heeft de werkgever nagelaten haar voldoende te instrueren hoe zij moest handelen bij een overval. De werkgever stelt dat X al conform de instructies gehad heeft en dat nog meer instructies daar geen verandering in zouden hebben gebracht.
  • X stelt verder dat er geen echte camera’s in de winkel hebben gehangen, maar dummy’s. Is dat echter een probleem? Het hof concludeert dat de overvaller kennelijk niet wist dat de camera's nep waren, dus dat hij de supermarkt ook had overvallen als ze echt waren geweest.
  • Het derde punt dat X aanvoert, is dat er geen veiligheidsfunctionaris in de winkel aanwezig was. Het hof is het met de werkgever eens dat je niet mocht vragen dat er zonder concrete aanwijzing in elke supermarkt altijd een beveiliger aanwezig zou moeten zijn.

Het gerechtshof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt X tot het betalen van de kosten van het hoger beroep.

Klik hier voor de volledige uitspraak van het gerechtshof.


EUROPESE GRONDRECHTEN

Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens

Artikel 4

Verbod van slavernij en dwangarbeid
1 Niemand mag in slavernij of dienstbaarheid worden gehouden.
2 Niemand mag gedwongen worden dwangarbeid of verplichte arbeid te verrichten.
3 Niet als 'dwangarbeid of verplichte arbeid' in de zin van dit artikel worden beschouwd:
(a) elk werk dat gewoonlijk wordt vereist van iemand die is gedetineerd overeenkomstig de bepalingen van artikel5 van dit Verdrag, of gedurende zijn voorwaardelijke invrijheidstelling;
(b) elke dienst van militaire aard of, in het geval van gewetensbezwaarden in landen waarin hun gewetensbezwaren worden erkend, diensten die gevorderd worden in plaats van de verplichte militaire dienst;
(c) elke dienst die wordt gevorderd in het geval van een noodtoestand of ramp die het leven of het welzijn van de gemeenschap bedreigt;
(d) elk werk of elke dienst die deel uitmaakt van normale burgerplichten.


Europees Sociaal Handvest

Artikel 1

Recht op arbeid
Teneinde de doeltreffende uitoefening van het recht op arbeid te waarborgen, verbinden de Partijen zich:
• de totstandbrenging en handhaving van een zo hoog en stabiel mogelijk werkgelegenheidspeil, met het oogmerk een volledige werkgelegenheid te verwezenlijken, als een van hun voornaamste doelstellingen en verantwoordelijkheden te beschouwen;
• het recht van de werknemer om in zijn onderhoud te voorzien door vrijelijk gekozen werkzaamheden daadwerkelijk te beschermen;
• kosteloze arbeidsbemiddelingsdiensten in te stellen of in stand te houden voor alle werknemers;
• te zorgen voor doelmatige beroepskeuzevoorlichting, vakopleiding en re-integratie en deze te bevorderen.


Universele Verklaring van de Rechten van de Mens

Artikel 23
Everyone has the right to work


Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten

Deel III Artikel 6

1 De Staten die partij zijn bij dit Verdrag erkennen het recht op arbeid, hetgeen insluit het recht van een ieder op de mogelijkheid in zijn onderhoud te voorzien door middel van vrijelijk gekozen of aanvaarde werkzaamheden; zij nemen passende maatregelen om dit recht veilig te stellen.
2 De door een Staat die partij is bij dit Verdrag te nemen maatregelen ter volledige verwezenlijking van dit recht, dienen onder meer te omvatten technische programma's, programma's voor beroepskeuzevoorlichting en opleidingsprogramma's, alsmede het voeren van een beleid en de toepassing van technieken gericht op gestadige economische, sociale en culturele ontwikkeling en op het scheppen van volledige gelegenheid tot het verrichten van productieve arbeid onder omstandigheden die de individuele mens het genot waarborgen van de fundamentele politieke en economische vrijheden.


Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten

Artikel 8

1 Niemand mag in slavernij worden gehouden; slavernij en slavenhandel in iedere vorm zijn verboden.
2 Niemand mag in horigheid worden gehouden.
3 (a) Niemand mag gedwongen worden dwangarbeid of verplichte arbeid te verrichten;
(b) Lid 3 (a) mag niet zodanig worden uitgelegd dat in landen waar gevangenisstraf met dwangarbeid kan worden opgelegd als straf voor een misdrijf, het verrichten van dwangarbeid op grond van een door de bevoegde rechter uitgesproken veroordeling tot een zodanige straf, wordt verboden;
(c) Niet als 'dwangarbeid of verplichte arbeid' in de zin van dit lid worden beschouwd:
• arbeid of diensten, voor zover niet bedoeld in alinea (b), die gewoonlijk worden verlangd van iemand die wordt gevangen gehouden uit hoofde van een wettig bevel van een rechtbank of van iemand gedurende diens voorwaardelijke invrijheidstelling;
• elke dienst van militaire aard en, in landen waar dienstweigering op grond van gewetensbezwaren wordt erkend, die nationale diensten die bij de wet van principiële dienstweigeraars worden gevorderd;
• elke dienst welke wordt gevorderd in het geval van een noodtoestand of ramp die het bestaan of het welzijn van de gemeenschap bedreigt;
• alle arbeid of elke dienst die deel uitmaakt van de normale burgerplichten.

Uitgelicht

 


Nashville-verklaring
De door 250 Nederlanders ondertekende Nashville-verklaring leidde tot felle discussies. Mogen de ondertekenaars zich beroepen op de vrijheid van meningsuiting van art. 7 Gw? Zijn homo’s en transgenders door de verklaring gediscrimineerd op grond van art. 1 Gw? Welk recht weegt zwaarder?
Hoogleraar rechtsfilosofie Thomas Mertens zei er in dagblad Trouw van 8 januari 2019 over:
Hier lijkt mij toch vooral de boodschap: wij christenen zijn in de verdrukking en we houden vast aan onze waarheid. Dat is mijn waarheid niet en ook niet die van vele anderen, maar ze mogen het van mij zeggen. En van de rechter ook, vermoed ik. Het is een gevecht van een groep die zich in de verdrukking voelt in deze seculiere tijd en die waarschijnlijk nog steeds de openstelling van het huwelijk voor mensen van het gelijke geslacht betreurt. Tolerantie voor onwelgevallige meningen is cruciaal voor de vrije meningsuiting.

Lees het hele artikel

Knipoog

Parlementair taalgebruik

Op 26 september 2018 schreef Ewoud Sanders een column in NRC Handelsblad over parlementair taalgebruik.
'Na de Algemene Politieke Beschouwingen van vorige week begint de vraag zich op te dringen hoe ver politici kunnen gaan voordat zij door de Kamervoorzitter worden teruggefloten. Wilders, die de beschouwingen mocht openen, zette meteen de toon. Ik telde drie keer oprotten en één keer 'Rot zelf lekker op!' Dit was gericht tegen 'de bende van Denk', zoals Wilders ze noemde. (…) Inmiddels lijken oprotten, oppleuren en oplazeren in Haagse kringen zo geaccepteerd dat de Kamervoorzitter ze kritiekloos laat passeren. Ik vind dat opmerkelijk. Zeker als je bedenkt dat van politici nog altijd wordt verwacht dat ze een voorbeeldfunctie vervullen.'

 Lees de hele column van Ewoud Sanders.