• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Vanaf 1 juli gaat rechter scherper op ontslaggronden letten

(15.07.15) Per 1 juli 2015 is het tweede deel van de Wet werk en zekerheid in werking getreden. Eén van de belangrijkste wijzigingen is dat de werkgever voortaan nauwkeurig moet bewijzen waarom een werknemer niet meer functioneert en dat dat een grond is om hem of haar te ontslaan.

Eén ontslaggrond
Vóór 1 juli was het nog zo dat voor het ontslag van een werknemer een aantal verschillende gronden kon worden aangevoerd. In het jargon heette dat een ‘cocktail’. Denk aan de man of vrouw die zich vaak ziek meldde, niet goed functioneerde op de afdeling en ruzie met de directe chef had.
Zo’n cocktail bevatte tot voor kort voldoende ontslaggronden, maar dat is onder de nieuwe regels niet meer mogelijk. Volgens de WWZ moet één van de ontslaggronden van dien aard zijn dat die alleen al een ontslag rechtvaardigt. Voortaan moet de werkgever kunnen bewijzen dat ‘daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is of niet in de rede ligt’. In de procedure zal de werkgever bij de kantonrechter aannemelijk moeten maken dat de medewerker op diens onvoldoende functioneren is aangesproken en voldoende gelegenheid heeft gekregen om zich te verbeteren. Hier moet een dossier over zijn aangelegd.

Billijke vergoeding
Verder zegt de nieuwe wet dat het disfunctioneren niet het gevolg mag zijn van onvoldoende zorg van de kant van de werkgever voor de arbeidsomstandigheden en scholing van werknemers. Voortaan kan de werknemer een ‘billijke vergoeding’ van zijn werkgever eisen wanneer de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd als gevolg van ‘ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever’.

Klik hier voor de complete tekst van de nieuwe ontslagregeling.
→  artikel 19 Grondwet

Nieuwsarchief

Uitgelicht

 


Rechtspraak niet meer openbaar

NRC-columnist Folkert Jensma schreef in de krant van 1 augustus 2020:
Toen ik drie weken geleden een strafzitting bijwoonde, drong het tot me door. De rechtspraak is nu al drie maanden niet meer openbaar. De burger mag er helemaal niet meer bij. Journalisten mogen naar binnen, mits tevoren aangemeld en met niet meer dan drie tegelijk. (…)
Twee maanden geleden mailde een lezer die de strafzaak over de moord op haar kapper had willen bijwonen, dat ze nul op het rekest kreeg. Die zitting was digitaal te volgen, onder meer voor journalisten, maar zij mocht niet inloggen. De rechtbank vreesde dat deze burger via Skype de zitting ook zou opnemen. Er was weliswaar niets wat daar op wees, maar de rechtbank zag grote privacy-bezwaren. Geen risico’s met Twitter of YouTube filmpjes. Klagen hielp niet. De rechters waren onverbiddelijk. (20.08.20)

De openbaarheid van de rechtszittingen en  bij het uitspreken van vonnissen staat vanaf het prille begin in de Nederlandse Grondwet.
Hoe zit het nu de beperkingen vanwege de coronamaatregelen waar Jensma over schreef?
We zetten een aantal feiten op een rijtje.

Knipoog

 

Tractorcratie

Het hoofdredactioneel commentaar van NRC Handelsblad stond op 20 december 2019 stil bij de acties van de boeren: ‘Wie behalve een mening ook een trekker heeft, mag er in Nederland kennelijk meer ruimte mee afdwingen’, stelde de krant vast. De commentator voegde eraan toe te voegen dat het gezag er op een gegeven moment niet onderuit kan ook fysiek te laten zien dat de boeren geen blanco cheque hebben om alle regels aan hun laars te lappen. Is het einde van de ‘tractorcratie’ al weer in zicht? (21.12.19)