• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Grondrechten

Artikel 1

In Nederland wordt iedereen in gelijke gevallen gelijk behandeld.
Elke vorm van discriminatie is verboden.

 

 

TEKST GRONDWET

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

 

TOELICHTING

Gelijke gevallen gelijke behandeling
Art. 1 Gw betekent in de praktijk dat gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden en ongelijke gevallen ongelijk. Het is een verbod op ongelijke behandeling van overheidswege.
In bepaalde gevallen is ongelijke behandeling echter niet in strijd met de wet. Zo'n uitzondering is mogelijk wanneer voor een onderscheid een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Het bekendste voorbeeld hiervan is de zogeheten positieve discriminatie waarbij bijvoorbeeld bij een vacature bepaalde bevolkingsgroepen het opzettelijk bevoordeeld worden bij gelijke geschiktheid.

Gelijkheidsbeginsel
Art. 1 Gw wordt ook wel het gelijkheidsbeginsel genoemd. Het geldt als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. De Grondwet kent geen rangorde tussen de grondrechten. Art. 1 is dan ook niet belangrijker dan Art. 23 Gw. Als zich conflicten tussen grondrechten voordoen, zal de rechter de belangen die op dat moment in het geding zijn, tegen elkaar afwegen.

Open opsomming
De opsomming in art. 1 Gw eindigt met een open opsomming: 'op welke grond dan ook'. Dit in tegenstelling tot een vergelijkbaar rijtje in artikel 3, lid 3 van de Duitse Grondwet: 'Niemand mag omwille van geslacht, afkomst, ras, taal, vaderland en herkomst, geloof, religie of politieke overtuiging of voorkeur benadeeld of bevoordeeld worden. Niemand mag worden gediscrimineerd op grond van zijn handicap.'
In februari 2017 bleek een meerderheid in de Tweede Kamer er voorstander van te zijn om discriminatie op grond van handicap en seksuele geaardheid expliciet in art. 1 Gw op te nemen. Reeds in 2010 namen PvdA, D66 en GroenLinks het initiatief om tot een specificatie van het gelijkheidsbeginsel in de Grondwet te komen. De VVD heeft zich daar altijd tegen verzet.

Discriminatieverbod in andere wetten
Ook in elders in de Nederlandse wetten staan regelingen over het discriminatieverbod. De belangrijkste uitwerking staat in de artikelen 137 c tot en met 137 h van het Wetboek van Strafrecht. Deze artikelen worden in de praktijk van de rechtszaken gebruikt. Denk aan het begrip 'aanzetten tot haat' dat in de processen tegen Wilders twee keer een grote rol heeft gespeeld.

Een andere wet die in dit verband van belang is, is de Algemene Wet Gelijke Behandeling van mannen en vrouwen (AWGB) uit 1980. Deze wet kent overigens wél een gesloten (limitatieve) opsomming.
De AWBG verbiedt discriminatie naar:

  • geslacht
  • ras
  • kleur
  • etnische/sociale afkomst
  • genetische kenmerken
  • taal
  • godsdienst of overtuigingen, politieke of andere denkbeelden
  • behoren tot een nationale minderheid
  • vermogen
  • geboorte
  • handicap
  • leeftijd
  • seksuele geaardheid

Omdat het mogelijk is rechtstreeks een beroep te doen op internationale verdragen, kun je dit lijstje nog met twee punten uitbreiden:

  • nationaliteit
  • gelijke beloning mannen en vrouwen

Toelichting begrip ras
Naar aanleiding van een vraag van de Stichting Nationaal Monument Nederlands Slavernijverleden is minister Ollongren in een brief van 16 november 2018 dieper ingegaan op het begrip ras. De stichting had geconstateerd dat nergens een definitie of nadere uitleg van het begrip ras staat.
De minister reageerde hier in haar brief als volgt op:
Hoewel derhalve niet expliciet benoemd, bestaat er evenwel geen twijfel over dat het begrip ras moet worden uitgelegd conform de definitie in het VN Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie. Dit is vaste jurisprudentie sinds een uitspraak van de Hoge Raad van 15 juni 1976 (NJ 1976, 551).

Commissie voor de Rechten van de Mens
Om na te gaan of de regels van de AWGB goed worden toegepast werd in 1994 de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) ingesteld. Het was een onafhankelijk college dat toezag op de naleving van de wet. In 2012 werd de Wet College voor de rechten van de mens van kracht en kwam er het College voor de Rechten van de Mens waar de Commissie Gelijke Behandeling in opging.

Behalve op de AWGB ging het College voor de rechten van de mens ook toezicht houden op het naleven van een aantal andere wetten:

  • Wet Onderscheid arbeidsduur
  • Wet Onderscheid bepaalde en onbepaalde tijd
  • Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd
  • Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte

Ook als er sprake zou zijn van ongelijke behandeling bij het toepassen van de bepalingen in het Burgerlijk wetboek en de Ambtenarenwet, kan het College voor de Rechten van de Mens worden ingeschakeld.

Iedereen die zich ongelijk behandeld voelt, kan een verzoek om een oordeel indienen bij het College voor de Rechten van de Mens. Het oordeel van het college is juridisch niet bindend, maar in de praktijk blijkt het meestal wél opgevolgd te worden.
Uit het Jaarverslag 2015 van het college blijkt dat dat jaar 422 verzoeken zijn ingediend door mensen die zich gediscrimineerd voelen. Hiervan werden 107 verzoeken ongegrond verklaard en kwam het college in 76 van de gevallen tot het oordeel dat er sprake was geweest van discriminatie en in 79 gevallen niet.

 

NIEUWSITEMS

 

ACTUEEL

Artikel 1 en de vrijheid van godsdienst

Het komt nogal eens voor dat het gelijkheidsbeginsel van art.1 Gw in conflict komt met de godsdienstvrijheid van art. 6 Gw. Een voorbeeld is de Haagse sjeik Fawaz Jneid die in 2002 verkondigde dat dat corrigerend slaan van vrouwen toegestaan was.
Schrijfster Nahed Selim schreef hierover in Trouw van 24 mei 2008:
Sjeik Fawaz beriep zich op teksten uit de Koran en op de overleveringen van Mohammed. Zijn uitingen leidden niet tot strafvervolging en niet tot intrekken van zijn werkvergunning. (...) In 2004 in Spanje kreeg imam Mohammed Kamal Mustafa een celstraf van één jaar en drie maanden. In een boekje had hij duidelijk gemaakt hoe mannen hun vrouwen het beste kunnen bestraffen als zij ongehoorzaam is. Hij adviseerde zijn gelovigen haar op handen en voeten te slaan met een lichte stok die geen littekens of kneuzingen achterlaat.
De Nederlandse rechtspraak geeft bijna altijd de voorrang aan de vrijheid van godsdienst boven antidiscriminatiebepalingen. De volgelingen van Mohammed, Allah of welke God dan ook, mogen in ons land naar hartenlust discrimineren, terwijl mensen die niet namens een god of een profeet spreken, wel kunnen worden vervolgd.

 

Artikel 1 en de vrijheid van meningsuiting

Pim Fortuyn baarde in een interview in de Volkskrant 09.02.02 het nodige opzien. Zijn uitspraken resulteerden onder andere in zijn aftreden als lijsttrekker van Leefbaar Nederland.
In de Volkskrant zei Fortuyn onder andere:
Ik ben ook voor afschaffen van dat rare Grondwetsartikel 'Gij zult niet discrimineren'. Prachtig. Maar als dat betekent dat mensen geen discriminerende opmerkingen meer mogen maken, en die maak je in dit land nogal snel, dan zeg ik: Dit is niet goed. Laat mensen die opmerkingen maar maken.

In de Anton De Kom-lezing van 30 juni 2011 zei voormalig minister van Volksgezondheid Ab Klink het volgende over art. 1 Gw:
Dit grote goed is ons niet zomaar te beurt gevallen. Juridische documenten kwamen niet tot stand op de tekentafel van studeerkamergeleerden of in collegezalen. Zij zijn eerder de uitkomst van bloed, zweet, tranen en inspanningen dan van leeg geschreven inktpotten van academici.

Interessant in dit verband zijn ook de opmerkingen van emeritus-hoogleraar Internationaal recht Theo van Boven in Trouw naar aanleiding van de eerste zaak Wilders in 2010:
Waar extreme uitingen van racisme en vreemdelingenhaat structureel en bij voortduring aan de orde zijn, zoals geciteerd in de tenlastelegging tegen Wilders, is justitieel optreden geboden. Dan is het bij uitstek een rechterlijke taak om tot een oordeel te komen hoe dergelijke uitingen zich verhouden tot de vrijheid van meningsuiting.

 

JURISPRUDENTIE

Een vrouw geef je geen hand

X is een orthodoxe moslim. Hij kleedt zich op orthodox-islamitische wijze in lang gewaad en met een hoofddeksel. Vanwege zijn geloofsovertuiging schudt X vrouwen niet de hand.
X solliciteert als klantmanager bij de gemeente Rotterdam en weigert tijdens het sollicitatiegesprek op 23 februari 2006 het vrouwelijke hoofd P&O van de gemeente de hand te schudden. De gemeente weigert hem de baan. Als hij tijdens het sollicitatiegesprek de dame van de gemeente wél een hand zou hebben gegeven, zou hij de baan gekregen hebben. De gemeente voert verder aan dat het weigeren van de baan niets te maken heeft met de godsdienst van X. Het geven van een hand geven is een in Nederland gebruikelijke, algemeen geaccepteerde begroetingsvorm, aldus de gemeente Rotterdam.

X gaat naar de Commissie Gelijke Behandeling. Deze veroordeelt het gedrag van de gemeente, maar de gemeente ziet hierin geen aanleiding om haar standpunt te wijzigen. Vervolgens stapt X naar de rechter.
De rechter doet uitspraak op 6 augustus 2008 en stelt X in het ongelijk. Hij vindt het gemaakte onderscheid objectief gerechtvaardigd. Van onrechtmatig handelen is geen sprake.
In hoger beroep bevestigt het Gerechtshof op 4 april 2012 het vonnis van de lagere rechter.Het geven van een hand is een algemeen geaccepteerd gemeenschappelijke omgangsvorm en het weigeren om een uitgestoken hand van een vrouw te schudden is een ontkenning van de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen en kan dus als extra kwetsend worden ervaren. Het Gerechtshof achtte het handen schudden als klantmanager 'een passend en noodzakelijke eis' van de gemeente.

 

EUROPEES RECHT

Vooraf

  • Staatsrechtelijk is de Nederlandse wetgeving inclusief Grondwet ondergeschikt aan het Europees recht. Mochten Nederlandse wetten de burger echter méér garantie bieden, dan heeft hij aanspraak op de meest vergaande bescherming, in dit geval van de Nederlandse wet. Lees meer over de relatie tussen Grondwet en Europese grondrechten en de manier waarop de rechter daarmee om gaat.
  • De integrale teksten van de verdragen en andere regelgeving hieronder vindt u bij de downloads.

Verdrag Europese Unie

  • Art. 3 lid 3 VEU   Het gaat hier met name om de zin: 'De Unie bestrijdt sociale uitsluiting en discriminatie, en bevordert sociale rechtvaardigheid en bescherming, de gelijkheid van vrouwen en mannen, de solidariteit tussen generaties en de bescherming van de rechten van het kind'.

Verdrag Werking Europese Unie

  • Art. 18 VWEU   Onder het kopje 'Non-discriminatie en burgerschap van de Unie', verbiedt het verdrag elke discriminatie op grond van nationaliteit.
  • Art. 19 VWEU   In dit artikel staat een opsomming die vergelijkbaar is met de opsomming in onze Grondwet. Na goedkeuring door het Europees parlement en de Raad kan men passende maatregelen nemen.
  • Art. 157 VWEU   Hier komt gelijke beloning mannen vrouwen aan de orde.

Handvest Grondrechten Europese Unie

  • Art. 20-26 Hv   In het Handvest is onder Titel III een geheel hoofdstuk aan gelijkheid gewijd waarbij in zes artikelen alle aspecten aan de orde komen. De strekking is duidelijk: een volstrekt verbod van elke discriminatie!

Europees Verdrag Rechten van de Mens

  • Art. 14 en Art. 1 Protocol 12 EVRM   Ook deze artikelen bieden net als art. 1 Gw de ongelimiteerde opsomming 'op welke grond dan ook'.

Uitgelicht

 


Nashville-verklaring
De door 250 Nederlanders ondertekende Nashville-verklaring leidde tot felle discussies. Mogen de ondertekenaars zich beroepen op de vrijheid van meningsuiting van art. 7 Gw? Zijn homo’s en transgenders door de verklaring gediscrimineerd op grond van art. 1 Gw? Welk recht weegt zwaarder?
Hoogleraar rechtsfilosofie Thomas Mertens zei er in dagblad Trouw van 8 januari 2019 over:
Hier lijkt mij toch vooral de boodschap: wij christenen zijn in de verdrukking en we houden vast aan onze waarheid. Dat is mijn waarheid niet en ook niet die van vele anderen, maar ze mogen het van mij zeggen. En van de rechter ook, vermoed ik. Het is een gevecht van een groep die zich in de verdrukking voelt in deze seculiere tijd en die waarschijnlijk nog steeds de openstelling van het huwelijk voor mensen van het gelijke geslacht betreurt. Tolerantie voor onwelgevallige meningen is cruciaal voor de vrije meningsuiting.

Lees het hele artikel

Knipoog

Parlementair taalgebruik

Op 26 september 2018 schreef Ewoud Sanders een column in NRC Handelsblad over parlementair taalgebruik.
'Na de Algemene Politieke Beschouwingen van vorige week begint de vraag zich op te dringen hoe ver politici kunnen gaan voordat zij door de Kamervoorzitter worden teruggefloten. Wilders, die de beschouwingen mocht openen, zette meteen de toon. Ik telde drie keer oprotten en één keer 'Rot zelf lekker op!' Dit was gericht tegen 'de bende van Denk', zoals Wilders ze noemde. (…) Inmiddels lijken oprotten, oppleuren en oplazeren in Haagse kringen zo geaccepteerd dat de Kamervoorzitter ze kritiekloos laat passeren. Ik vind dat opmerkelijk. Zeker als je bedenkt dat van politici nog altijd wordt verwacht dat ze een voorbeeldfunctie vervullen.'

 Lees de hele column van Ewoud Sanders.