Website over de 23 grondrechten in de Grondwet

Nieuws

Feiten over het Internationaal Strafhof op een rijtje

President Trump kwam in oktober 2026 met nieuwe sancties tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Wat was in 2002 de aanleiding een permanent gerechtshof op te richten om oorlogsmisdadigers te vervolgen? Wat i hun rechtsmacht? En wat kunnen de Verenigde Staten tegen een Internationaal Strafhof hebben?

De Engelse naam van het Internationaal Strafhof geeft duidelijker dan de Nederlandse de functie van het instituut aan: International Criminal Court (ICC). Het in 2002 opgerichte gerechtshof mag wereldwijd individuen strafrechtelijk aansprakelijk stellen voor genocide.
Het ICC wordt nogal eens verward met het International Court of Justice (ICJ) dat in het Vredespaleis in Den Haag zetelt. Dit Internationaal Gerechtshof is in 1945 opgericht als onderdeel van de Verenigde Naties om conflicten tussen landen op te lossen om conflicten te voorkomen.

Bij de processen van Neurenberg en Tokio werden na de Tweede Wereldoorlog individuen veroordeeld voor genocide. In 1951 namen de Verenigde Naties het Genocideverdrag aan. Het onderwerp bleef actueel in de jaren die volgden. De tribunalen over de genocides in Joegoslavië en Rwanda in de jaren negentig waren een belangrijke aanleiding om een permanent strafhof op te richten.
De juridische basis van dit nieuwe strafhof werd het Statuut van Rome in 1998 waar uiteindelijk 125 landen voor stemden. Landen die het statuut niet hebben ondertekend, waren  China, India, Israël, Rusland en Soedan.

Het Internationaal Strafhof werd opgericht op 1 juli 2002. Den Haag werd als vestigingsplaats gekozen waar het hof sinds 2015 aan de Oude Waalsdorperweg is gevestigd. Inmiddels zijn alle lidstaten van de Europese Unie en alle NAVO lidstaten lid van het Internationaal Strafhof, met uitzondering van Turkije en de Verenigde Staten.
Het hof berecht personen die verdacht worden van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. Het hof kan alleen personen berechten als hun land het Statuut van Rome heeft ondertekend of als de misdaden gepleegd zijn in een land dat het verdrag heeft ondertekend.

De belangrijkste bezwaren van de Verenigde Staten tegen het Internationaal Strafhof zijn:

  • Soevereiniteit   De Verenigde Staten vinden dat een internationaal hof niet zonder toestemming rechtsmacht over Amerikanen mag uitoefenen.
  • Politieke vervolgingen   De Verenigde Staten vrezen dat het hof beslissingen kan nemen die politiek ingegeven zijn.
  • Wereldwijde inzet   Omdat de Verenigde Staten wereldwijd militairen inzetten, lopen Amerikanen relatief veel risico met de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof geconfronteerd te worden.

In het verleden hebben de Verenigde Staten in bepaalde gevallen met het hof samengewerkt. Voorbeelden zijn de oorlogsmisdaden in Libië en de kinderdeportaties uit Oekraïne door Rusland. President Trump heeft in zijn eerste termijn een aantal sancties tegen het hof opgelegd die vervolgens door zijn opvolger Biden weer zijn ingetrokken.

Een belangrijke aanleiding voor de recente sancties van president Trump tegen het Internationaal Strafhof is de zaak die Zuid-Afrika in 2023 aanspande tegen Israël. Deze mondde in november 2024 vooralsnog uit in arrestatiebevelen tegen de Israëlische premier Netanyahu en zijn minister van Defensie.
Israël werd er in de aanklacht uit 2023 van beschuldigd het Genocideverdrag te hebben geschonden tijdens de Gaza-oorlog. Militairen uit Israël zouden oorlogsmisdaden hebben gepleegd op het grondgebied van Palestina in Gaza. Israël heeft het Statuut van Rome niet ondertekend, maar Palestina wel. Het Internationaal Strafhof heeft dan ook geoordeeld dat zijn territoriale rechtsmacht zich uitstrekt tot Palestina. Een Israëlische burger kan door het hof worden vervolgd voor een misdrijf dat in Gaza is gepleegd, ook al is Israël geen partij bij het Statuut.

De bedoeling van de in oktober 2026 door de Verenigde Staten aangekondigde sancties is het Internationaal Strafhof lam te leggen en te voorkomen dat het zijn werk kan doen. ‘We zullen deze losgeslagen rechtbank van transacties afsluiten en de middelen beperken om het functioneren lam te leggen’, aldus de Amerikaanse minister Rubio van Buitenlandse zaken. Hij beloofde het Internationaal Strafhof ‘steen voor steen’ te zullen afbreken.
Minister-president Rob Jetten Nederland zei in zijn reactie dat Nederland het Internationaal Strafhof ‘steen voor steen’ zal verdedigen. Dat is volgens hem het enig mogelijke antwoord op de sancties die de Amerikaanse regering afkondigde.
Zelf noemde het Internationaal Strafhof de sancties ‘een aanval op de rechtsstaat en de internationale rechtsorde’. Hoofdaanklager Nazhat Shameem Khan beloofde dat de onderzoeken en strafrechtelijke vervolgingen van het hof zullen doorgaan.

Uitgelicht

Rechter als schuldige

In februari zette de rechter een streep door een inreisverbod voor drie conservatieve islamitische predikers dat de ministers Faber en Van Weel hadden uitgevaardigd. Minister Faber noemde de uitspraak van de rechter  'een zwarte dag’, Van Weel had het over 'een teleurstellende uitkomst'. De rechter werd in de socials zwaar onder vuur genomen.

Voorzitter Marc Flierstra van de Vereniging voor Rechtspraak hekelde in Trouw van 25 februari 2025 de reactie van beide ministers: ‘Door dit soort uitspraken denken mensen dat het door deze rechter komt dat de haatpredikers Nederland in mochten. De ministers zijn zo medeschuldig aan het creëren van een klimaat waarbij deze rechter als schuldige wordt gezien. Het probleem lag bij het besluit van de ministers. Die hebben hun huiswerk niet goed gedaan. Als je dat nalaat, moet je vervolgens niet verbaasd zijn als een rechter gewoon zijn werk doet en oordeelt: Zo kan het niet. (06.04.2025)

Bekijk oude afleveringen Uitgelicht

Nieuw verschenen

 Schimmelpeninck

Hans Verbeek

De vergeten minister-president

Hans Verbeek beschrijft het leven van Gerrit Schimmelpenninck (1794-1863), zoon van Rutger Jan Schimmelpenninck die in de Franse tijd staatshoofd van Nederland was. Zelf werd Gerrit Schimmelpenninck in 1848 de eerste minister-president van Nederland, zij het slechts twee maanden. Hij was in 1848 de grote tegenstander van Thorbecke bij het tot stand komen van de nieuwe grondwet.
Hans Verbeek wil in zijn boek het beeld nuanceren van de progressieve liberaal Thorbecke tegenover een conservatieve graaf Schimmelpenninck die niets van grondwetswijzigingen wilde weten. Aan de hand van een reconstructie van de gebeurtenissen in 1848 beschrijft Verbeek de opkomst en ondergang van deze markante man. (20.04.2026)

ISBN 9789044660586, Prometheus Amsterdam, 2026

Lees meer over nieuwe boeken!

 

Knipoog

Het voorkomen van het kwaad

Bij de behandeling van de asielwetten in de Eerste Kamer in april 2026 kwam ook de functie van de Eerste Kamer weer eens uitgebreid aan de orde. Een discussie die al in 1848 ontstond toen de liberale coryfeeën Johan Rudolph Thorbecke en Dirk Donker Curtius het volkomen oneens bleken over de toekomst van de Eerste Kamer.

Bij zijn pogingen om de Nederlandse staatsinrichting te hervormen was Thorbecke in 1848 stellig van plan om de Eerste Kamer op te heffen. Hij noemde deze ‘zonder grond en doel’.
Dat dat niet lukte, moet op het conto van minister Donker Curtius worden geschreven. In zijn biografie De man van 1848 over Dirk Donker Curtius schrijft Mathijs van de Waardt over deze kwestie (pag. 246):

Donker zocht in de Eerste Kamer een instelling voor 'bedaarde overweging'. De Eerste Kamer was 'een waarborg tegen overijling, eene beperking van hartstogten in onrustige tijden, een bolwerk voor de troon' en daarnaast 'een krachtigen steun der wet'.
Dat de Kamer zelf niet veel bewerkstelligde, maar een waarborg was, was voor Donker evident. Hij benadrukte nog eens ‘dat in het algemeen het nut eener Eerste Kamer, hoe ook zamengesteld, meer gelegen is in het voorkomen van het kwaad dan in het stichten van het goede.
(20.04.2026)

Bekijk oude afleveringen Knipoog