• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Grondrechten

Artikel 20

De overheid moet ervoor zorgen dat iedereen in Nederland voldoende inkomen heeft om van te kunnen leven. Nederlanders die dat niet op eigen kracht lukt, komen in aanmerking voor een uitkering.

 

TEKST GRONDWET

100000 De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.
2 De wet stelt regels omtrent de aanspraken op sociale zekerheid.
3 Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, hebben een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege.

 

ALGEMENE TOELICHTING

Spreiding van kennis, macht en inkomen
Art. 20 Gw is een typisch sociaal grondrecht. In lid 1 krijgt de overheid een taak toebedeeld waarna de wetgever in lid 2 en lid 3 de opdracht krijgt deze taak in wetten uit te werken.
Destijds in 1975 stelde de regering in haar toelichting: 'Dit artikel beoogt enige hoofdlijnen van het sociaaleconomisch beleid vast te leggen’. Het waren de jaren van het Kabinet-Den Uyl (1973-1977) dat de overheid een hoofdrol toekende bij de spreiding van kennis, macht en inkomen.

Als een wet als de Algemene ouderdomswet regelt dat je vanaf een bepaalde leeftijd Aow krijgt, geeft dat de burger een afdwingbare recht in handen.Juridisch biedt art. 20 Gw in dit opzicht geen enkel houvast. Zie bijvoorbeeld de JURISPRUDENTIE waarin de rechter tegen een man uit Haarlem zegt dat hij in zijn zaak aan art. 20 Gw geen recht op een minimuminkomen mag ontlenen.

Participatiewet
Op 1 januari 2015 is de Participatiewet in werking getreden. Met de nieuwe wet wil het kabinet komen tot één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt en hoopt men uiteindelijk meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt weer aan het werk te krijgen. Deze mensen zaten voorheen onder andere in de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening en de Wajong.

Artikel 8 verplicht gemeenten om bij verordening regels op te stellen voor een tegenprestatie door uitkeringsgerechtigden. Overigens kan iemand niet tot een tegenprestatie worden gedwongen. Het niet nakomen van de plicht kan hooguit leiden tot financiële sancties.

Artikel 9 van de Participatiewet zegt dat het bij de tegenprestatie moet gaan om ‘onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden’:

  • De tegenprestatie is niet vrijwillig. Het gaat ook niet om reguliere arbeid, want dan zou je de tegenprestatie als dwangarbeid kunnen opvatten.
  • De tegenprestatie heeft niet primair tot doel de re-integratie te bevorderen, maar moet worden gezien als een nuttige bijdrage aan de samenleving.


TOELICHTING OP ONDERDELEN

Lid 1   'Bestaanszekerheid'
Naast de spreiding van inkomen staat het begrip bestaanszekerheid centraal in het eerste lid. Bestaanszekerheid is een vaag begrip. Op een Kamervraag naar de betekenis ervan reageerde het Kabinet-Den Uyl destijds met: ‘Wij hebben alleen een zekere notie dat er een grens is waar beneden men niet meer van bestaanszekerheid kan spreken: de armoedegrens, het bestaansminimum.' Volgens het kabinet moet je bij het begrip welvaart niet alleen denken aan materiële welvaart maar ook ideële. 'Het betreft ook het bereiken van een zekere tevredenheid’, aldus het kabinet.

Staatsrechtdeskundige prof. Constantijn Kortmann merkt hierover op:
Het ontbreekt er nog maar aan dat de term 'geluk' wordt gebezigd. Die tevredenheid, dat geluk, moeten kennelijk ook worden gespreid.

Lid 2   'Sociale zekerheid'
Het tweede lid is een uitwerking van het algemeen geformuleerde eerste lid. Wat ‘sociale zekerheid’ inhoudt, is nogal subjectief. Het hangt van de politieke kleur van een kabinet af in hoeverre mensen aanspraak kunnen maken op een uitkering.
Volgens C.W. van der Pot in zijn beroemde Handboek van het Nederlandse Staatsrecht trapte de regering met dit artikel een open deur in 'Sinds het begin van de twintigste eeuw kende ons land al veel sociale verzekeringswetten.'

Lid 3   'Recht op bijstand'
Ook het derde lid is een uitwerking van het eerste lid. De formulering geeft in zekere zin een ondergrens aan. Niets doen en niets regelen is voor de overheid geen optie. Wel kon de grote versobering van ons sociaal stelsel sinds de jaren tachtig gewoon worden doorgevoerd. Art. 20 Gw biedt daar geen bescherming tegen.

Opvallend in dit lid is dat een eventueel recht op bijstand alleen geldt voor Nederlanders, hoewel de wetgever niet verbiedt dat er regelingen voor anderen komen. Voorbeeld hiervan is dat vreemdelingen die hier rechtmatig verblijven door de huidige wetgeving gelijk aan Nederlanders worden gesteld en voor bijstand in aanmerking kunnen komen. De reden dat men hier niet de elders in de Grondwet gebruikelijke formulering 'een ieder' of 'ingezetenen' heeft gebruikt was een financiële. Het kabinet was bang dat de kosten uit de hand zouden lopen.


GESCHIEDENIS

In het Ontwerp van Constitutie voor het Bataafsche volk uit 1797 kwamen maar liefst vier artikelen 'Over de zorg voor de Armen'. Artikel 772 benadrukte de rol van de staat daarbij:

000000 De Staat beschouwt alle behoeftige Leden der Maatschappy, die buiten de mogelykheid zyn, om zich en hunnen huisgezinnen het noodige levensonderhoud te verschaffen, als voorwerpen zyner byzondere zorg en oplettendheid, zonder aanzien van Godsdienst of Kerk genootschap, waar toe zy zouden mogen behooren.



Ook de Grondwet van 1814 gaf de overheid een hoofdrol in het Armbestuur. Artikel 141 luidde namelijk:

000000 Als eene zaak van hoog belang wordt ook het armbestuur en de opvoeding der arm-kinderen der aanhoudende zorg der Regering aanbevolen. De Souvereine Vorst doet insgelijks van de inrigtingen dienaangaande jaarlijks een uitvoerig verslag aan de Staten Generaal geven.



In art.195 van de Grondwet van 1848 bleef het artikel feitelijk onveranderd:

000000 Het armbestuur is een onderwerp van aanhoudende zorg der Regering, en wordt door de wet geregeld. De Koning doet van de verrigtingen dienaangaande, jaarlijks een uitvoerig verslag aan de Staten-Generaal geven.



Deze formulering heeft standgehouden tot 1983 toen het recht op bijstand in een nieuw art. 20 in de nieuwe Grondwet terecht kwam.

Bijstandswet
In 1965 kreeg Nederland de Algemene bijstandswet waarmee feitelijk al handen en voeten gegeven werd aan art. 20 Gw zou komen.
Bij de behandeling van de wet zei toenmalig minister van Sociale Zaken Marga Klompé: 'Bijstand is geen gunst maar een juridisch afdwingbaar recht'.
Juristen noemen het opmerkelijk dat in de formulering van art. 20 Gw geen referentie te vinden is naar de op dat moment reeds behoorlijk ingeburgerde bijstandswet.
De Algemene bijstandswet is op 1 januari 2004  vervangen door de Wet werk en bijstand.


ACTUEEL

 

OVERZICHT UITKERINGEN IN NEDERLAND

De hoogte van de uitkeringen in Nederland wordt doorgaans elk halfjaar aangepast. Ze zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. De bedragen in dit overzicht gelden per 1 juli 2022.

  • Bruto wettelijk minimumloon vanaf 21 jaar € 1756,20 per maand
    Voor jongeren van 18 jaar € 878,10
    Voor jongeren van 16 jaar € 605,90
  • Netto bijstandsuitkering vanaf 21 jaar € 1495,33 voor gehuwden/samenwonenden per maand
    Voor alleenstaanden € 1046,73
  • Bruto AOW-uitkering voor gehuwden/samenwonenden € 914,15 per maand
    Voor alleenstaanden € 1334,94
  • Kinderbijslag per kind voor 0 t/m 5 jaar € 249,31 per kwartaal
    Voor kinderen van 6 t/m 11 jaar € 302,74
    Voor kinderen 12 t/m 17 jaar € 356,16

 

EEN BASISINKOMEN VOOR IEDEREEN

Art. 20 Gw zegt dat de overheid ervoor moet zorgen dat iedereen in Nederland voldoende inkomen heeft om van te kunnen leven. Wie dat niet zelf lukt, heeft recht op bijstand van overheidswege.

De snel om zich heen grijpende coronacrisis maakte in het voorjaar van 2020 het recht op bijstand plotseling actueel. Veel landen zagen zich genoodzaakt inkomenssteun te verlenen aan burgers die van de ene dag op de andere zonder inkomsten zaten. Zo kregen de Amerikanen van hun overheid de mogelijkheid om eenmalig een cheque van 1200 dollar aan te vragen. Een historisch gebaar in een land dat niet bepaald bekend staat om zijn sociale vangnet.
In Nederland nam de regering onder andere het besluit om het inkomen van zzp’ers waar nodig aan te vullen tot maximaal 1500 euro per maand. Voorzitter Alexander de Roo van de Vereniging Basisinkomen deed een oproep aan Mark Rutte om een stap verder te gaan en in Nederland een basisinkomen in te voeren.

Het idee van een basisinkomen bestaat al jaren. In 1991 werd de Vereniging Basisinkomen opgericht om in Nederland de invoering ervan te bepleiten. Als definitie hanteert de vereniging ‘een maandelijks bedrag voor iedere burger, dat voldoende is om sober van te leven, zonder dat daar een verplichting tegenover staat en ongeacht het inkomen, vermogen of de samenstelling van het huishouden’.
In 2014 kwam het basisinkomen in het nieuws dankzij historicus Rutger Bregman die er een boek over schreef onder de titel ‘Gratis geld voor iedereen’.

Alexander de Roo verscheen na zijn oproep aan Rutte regelmatig in de media om de zaak te bepleiten. Zo zei hij in Trouw van 14 april 2020:
De economische gevolgen van de coronacrisis maken duidelijk hoeveel werkenden in Nederland zich na een maand al niet redden zonder inkomen. Om nog maar te zwijgen over de mensen met een uitkering voor wie het al jaren niet loont om een baan te zoeken. Bijna alles wat zij verdienen, moeten ze afstaan waardoor ze er amper op vooruitgaan.

De Vereniging Basisinkomen wil iedere Nederlander boven de achttien jaar een maandinkomen van 600 euro netto van de staat geven plus 600 euro per huishouden er bovenop. Het betekent dat een alleenstaande volwassene daarmee recht zou hebben op 1200 euro per maand en een stel op 1800 euro.
De vereniging gaat ervan uit dat het systeem nagenoeg volledig kan worden gefinancierd met een herschikking van middelen. In het nieuwe systeem hoeven geen uitkeringen, heffingskortingen en toeslagen meer te worden betaald en de belastingvoordelen van betaald werkenden kunnen flink verminderen, want iedereen ontvangt immers het basisinkomen.

Maakt het basisinkomen in Nederland een kans als structurele oplossing? Mark Sanders is hoofddocent economie aan de Universiteit Utrecht. In de Volkskrant van 11 april 2020 vertelde hij dat een systeem van basisinkomen in Nederland zou kunnen werken, maar hij heeft zijn twijfels over de haalbaarheid: ‘We gaan nu eerst de economie redden met tijdelijke maatregelen, na de crisis zijn echte oplossingen niet meer urgent.‘
Volgens Sanders zou een belangrijk voordeel van een basisinkomen kunnen zijn dat we dan niet meer van de ene dag op de andere een heel systeem moeten optuigen om groepen te redden die buiten de boot vallen: ‘Het wegvallen van onze inkomsten blijkt nu een risico dat we allemaal lopen. Het zou logischer zijn om ons daar standaard gezamenlijk tegen te verzekeren.’

 

EUROPEES BURGERINITIATIEF BASISINKOMEN

In april 2016 hebben de initiatiefnemers van het Burgerinitiatief Basisinkomen 2018 in Nederland de verplichte 40.000 handtekeningen gehaald en kon het basisinkomen op de agenda van de Tweede Kamer worden geplaatst. Men koos er echter voor het te laten uitgroeien tot een initiatief dat zich op de hele Europese Unie richt.
Op 15 mei 2020 heeft de Europese Commissie besloten dat er een Europees burgerinitiatief gehouden mag worden over basisinkomens in de Europese Unie. Het gaat om het European Citizens Initative for an Unconditional Basic Income (ECI-UBI 2020/21).

Vanaf 25 september 2020 moesten er binnen een jaar digitaal één miljoen stemmen worden opgehaald van EU-burgers uit tenminste kwart van de lidstaten. Werd aan deze voorwaarde voldaan, dan moest de Europese Commissie een voorstel indienen voor 'de invoering van onvoorwaardelijke basisinkomens in de hele EU, zodat ieders materiële bestaan is verzekerd en iedereen de kans krijgt deel te nemen aan de samenleving in het kader van het economisch beleid'.
Na afloop van de termijn van een jaar werd in verband met de coronacrisis de sluitingsdatum verlengd tot 25 juni 2022. Ook toen bleek het miljoen handtekeningen (in 27 landen!) bij lange na niet gehaald en is het basisinkomen terug bij landelijke initiatieven.
Er is nog een lange weg te gaan merkte de Vereniging Basisinkomen op haar website op  Het is net alsof basisinkomen een taboewoord geworden is waar men in Den Haag het liefst over zwijgt.

 

Vrouwe Justitia 7 KLEINJURISPRUDENTIE

GRONDWETTELIJK RECHT OP MINIMUMINKOMEN?

De gemeente Haarlem had besloten de bijstandsuitkering van X vier maanden lang met 50 procent te verlagen omdat hij in één jaar tijd tot tweemaal toe werk geweigerd had.
X maakte bezwaar tegen dit besluit. Niet omdat hij de twee werkweigeringen betwistte, maar omdat het halveren van de uitkering het gezin in onoverkomelijk grote problemen zou brengen. Zijn jongste kind dat diabetes had, zou hij bijvoorbeeld niet meer de vereiste medische verzorging kunnen geven.
Volgens X heeft iedere burger een absoluut recht op een minimuminkomen waar de overheid verantwoordelijk voor is. Daarbij beriep hij zich niet alleen op art.20 Gw, maar ook op de verschillende artikelen in de Europese wet- en regelgeving.
De gemeente Haarlem verklaarde dat X primair verantwoordelijk is voor de verzorging van zijn gezin. In zijn positie had hij moeten weten dat hij niet anders kon dan het aangeboden werk aanvaarden. In de verlaging van de uitkering had de gemeente zich juist gematigd door de korting slechts over vier maanden in te houden.

Bestaat er een in het internationale recht verankerd absoluut recht op een minimum arbeidsloos inkomen, zoals X beweerd had?
Volgens de rechter is daar geen sprake van. Weliswaar staat in art. 20 lid 3 Gw dat er waarborgen moeten worden geschapen voor een recht op bijstand van overheidswege, maar nergens staat dat de overheid iemand een inkomen moet garanderen als deze er zelf verwijtbaar toe heeft bijgedragen dat zijn inkomen beneden een sociaal minimum gedaald is. In het geval van X was de rechter van mening dat de gemeente in redelijkheid tot haar besluit gekomen is.
Dat de maatregel zijn weerslag heeft op het gehele gezin, vloeide volgens de rechter rechtstreeks voort uit de keuze die X gemaakt heeft om voor tweede keer werk te weigeren, hoewel hij daartoe wel in staat was. De rechter wees het verzoek van X om de korting ongedaan te maken dan ook af.

 

EUROPEES RECHT

Vooraf

  • Staatsrechtelijk is de Nederlandse wetgeving inclusief Grondwet ondergeschikt aan het Europees recht. Mochten Nederlandse wetten de burger echter méér garantie bieden, dan heeft hij aanspraak op de meest vergaande bescherming, in dit geval van de Nederlandse wet. Lees meer over de relatie tussen Grondwet en Europese grondrechten en de manier waarop de rechter daarmee om gaat.
  • De integrale teksten van de verdragen en andere regelgeving hieronder vindt u bij de downloads.

Handvest Grondrechten Europese Unie

  • Art. 34 Hv   Het Handvest erkent het recht op en de toegang tot de sociale voorzieningen. Wel wordt er nadrukkelijk bij gezegd dat het gaat om op de door de nationale recht gestelde voorwaarden.

 

Uitgelicht

 

 Mag je een partij verbieden?

De volksvertegenwoordiging staat in principe open voor alle leden van het volk, mits ze voldoende stemmen halen. Welke overtuigingen ze koesteren doet er niet toe. Al leggen ze wel een eed (of belofte) af op de Grondwet, dat schept toch enige verplichting, zou je zeggen. Temeer omdat daar sinds kort, afgelopen augustus, de volgende bepaling aan is toegevoegd: 'De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat.

Aldus Stevo Akkerman in Trouw van 18 november 2022. Er gaan steeds meer stemmen op om Forum voor Democratie te verbieden. Hebben we dat punt bereikt toen Forum-Kamerlid Guido van Meijeren bedacht dat je met een volksopstand de regering kon verdrijven? Zou Forum dezelfde weg opgaan als de Centrumpartij '86? Die werd in 1998 door de rechter verboden onder verwijzing naar art. 8 Gw.

Stevo Akkerman aarzelt. Sinds 2018 vraagt de Tweede Kamer om een Partijwet waarin expliciet vastligt wat je als partij moet hebben gedaan om verboden te worden. Die wet afwachten of nu ingrijpen? Akkerman breekt zich er nog steeds het hoofd over.
(21.11.2022)

Bekijk oude afleveringen Uitgelicht

Pas verschenen

boeken

 

 

 
Carla van Baalen en Anne Bos (red.)
Grote idealen, smalle marges - Een parlementaire geschiedenis van de lange jaren zeventig (1971‑1982)

In maar liefst 1000 pagina’s reconstrueren de auteurs van dit tiende deel in de reeks Parlementaire geschiedenis van Nederland na 1945 de jaren van idealisme, activisme en hooggestemde verwachtingen over welzijn, welvaartsverdeling en democratisering. Het was ook het decennium waarin het economisch tij keerde dankzij de eerste oliecrisis. Het boek schetst een beeld van de kabinetten Biesheuvel (1971-1973), Den Uyl (1973-1977) en Van Agt (1977-1982).
Bij het boek hoort een website met achtergrondinformatie in de vorm van artikelen, podcasts, video’s en archiefmateriaal.

smalle marges

Kijk hier voor meer nieuwe publicaties

 

 

Knipoog

EEN
EERSTE
VEREISCHTE

 

Mr. Dirk Fock zat namens de Liberale Unie in de Tweede Kamer en was Kamervoorzitter tussen 1917 en 1920. Hij was voorzitter in een bijzondere tijd. Pieter Jelles Troelstra verklaarde op 12 november 1918 in de Tweede Kamer dat de socialisten zich verplicht voelden om de staatsmacht te grijpen.

Dirk Fock zei dat je als voorzitter van het parlement meer tot je beschikking had dan alleen het reglement van orde:
Een eerste vereischte van een voorzitter is dat hij zich nooit boos maakt en altijd zijn humeur behoudt. Een feit is dat men met een grap zelfs de woeligste Kamer tot bedaren kan brengen.

Citaat uit Gerry van der List, Boven de partijen, pag. 164 (18.11.22)

 

Bekijk oude afleveringen Knipoog