• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Grondrechten

Artikel 13

In Nederland mag je andermans brieven niet openen behalve als de wet dat toestaat. Telefoons mag je niet afluisteren behalve als de wet dat toestaat of als de rechter er toestemming voor geeft.

 

TEKST GRONDWET

100000 Het briefgeheim is onschendbaar, behalve, in de gevallen bij de wet bepaald, op last van de rechter.
2 Het telefoon- en telegraafgeheim is onschendbaar, behalve, in de gevallen bij de wet bepaald, door of met machtiging van hen die daartoe bij de wet zijn aangewezen.

 

TOELICHTING

Vooraf
Art. 13 Gw omschrijft wat onder het briefgeheim verstaan wordt. Het vormt samen met de artikelen 10, 11 en 12 Gw wat je bij wijze van spreken de 'harde kern' van onze grondrechten zou kunnen noemen. Van deze vier is art. 10 Gw een soort kapstokartikel. Het artikel is zo geformuleerd dat het het in de praktijk mogelijk maakt om op nieuwe ontwikkelingen in te spelen. Denk aan mobiele telefoons, internet, cameratoezicht en het mogen fouilleren van burgers.

Een levensgroot probleem met het huidige art. 13 Gw is dat de formulering techniekafhankelijk is en bovendien limitatief, want het beperkt zich tot brieven, telefoongesprekken en telegrammen, terwijl het privacyrecht op de laatste jaren juist in het nieuws geweest is vanwege de nieuwere communicatiemogelijkheden.

Bescherming tegen derden
De bescherming is niet alleen gericht op bescherming tegen de overheid (verticale werking), maar ook om op bescherming tegen minder fraaie bedoelingen van derden (horizontale werking). Het is om deze reden dat er in het Wetboek van Strafrecht een verbod op huisvredebreuk staat, evenals de inbreuk op het briefgeheim en het strafbaar stellen van heimelijk afluisteren.
Vroeger was de PTT een overheidsbedrijf dat belast was met de ‘Postdienst’ binnen Nederland. Toen was dus sprake van een verticale werking van het grondrecht. Tegenwoordig zijn er diverse bedrijven die zich met het bezorgen van post bezighouden en gaat het dus om een horizontale werking.
De wetgever heeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) belast met toezicht en handhaving m..b. telecommunicatie, vervoer, post, zorg en energie.

Grondwetswijziging
De afgelopen jaren zijn er verschillende voorstellen gedaan om de tekst van art. 13 Gw aan te passen. De praktijk is echter dat als er een voorstel komt, de ontwikkeling van de techniek al weer een stuk verder is. Vandaar dat men op zoek gegaan is naar een meer algemene formulering om traditionele én nieuwe vormen van communicatie onder de bescherming van dit recht te kunnen laten vallen waardoor je niet meteen weer achterloopt bij een volgende ontwikkeling.
De Staatscommissie Grondwet adviseerde in november 2011 om de tekst als volgt te herzien:

1   Ieder heeft recht op vertrouwelijke informatie.
2   Beperking van dit recht is alleen mogelijk:
     a   in gevallen bij de wet bepaald, met machtiging van de rechter of
     b   in het belang van de nationale veiligheid door of met machtiging van hen die daartoe bij de wet zijn aangewezen

In het uiteindelijke kabinetsvoorstel  van juli 2014 heeft het ‘recht op vertrouwelijke informatie’ van de commissie plaatsgemaakt voor het specifiekere ‘brief- en telecommunicatiegeheim’:
1    Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn recht op brief- en telecommunicatiegeheim.
2    Beperking van dit recht is mogelijk in de gevallen bij de wet bepaald, met machtiging van de rechter of, in het belang van de nationale vrijheid, door of met machtiging van hen die daartoe bij de wet zijn aangewezen.

De Raad van State heeft daar blijkens haar advies van 17 juli 2014 enige moeite mee, omdat er ten aanzien van het briefgeheim sprake is van een achteruitgang in rechtsbescherming. Het advies pleit ervoor het onderscheid tussen briefgeheim en telecommunicatiegeheim te laten bestaan.
Ondanks het advies van de Raad van State heeft het Kabinet-Rutte II besloten de eigen concept uit 2014 te handhaven. Nadat eerder de Tweede Kamer al akkoord gegaan was met het voorstel, bleek op 11 juli 2017 ook de Eerste Kamer er unaniem mee in te stemmen. Daarmee is het voorstel tot Grondwetswijziging in eerste lezing door beide kamers.
Het zal nu in tweede lezing worden voorgelegd aan de huidige Tweede Kamer en na 2019 aan de op dat moment nieuwe Eerste Kamer.

Verkeersgegevens en inhoud
Bij telecommunicatie kun je onderscheid maken tussen de inhoud van een bericht en de zogeheten verkeersgegevens. Denk hier aan gegevens als naam, adres, telefoonnummer, duur gesprek, tijdstip, adressering en omvang bericht.
Op dit moment worden de verkeersgegevens niet beschermd door art. 13 Gw, maar door het meer algemene art. 10 Gw. Bij dit grondrecht heeft de overheid echter veel meer ruimte om beperkingen aan te brengen.
Het voorgestelde nieuwe art. 13 brengt de verkeersgegevens wél onder het telecommunicatiegeheim. In de toelichting worden de onderwerpregel van een mailbericht en de inhoud van een sms-bericht specifiek genoemd.

 

TOELICHTING OP ONDERDELEN

'Briefgeheim'
De eerste vraag die lid 1 van art. 13 Gw oproept, is uiteraard: wat is een brief? De envelop eerst openmaken en dan vaststellen of het wel of geen brief is, mag natuurlijk niet. Dus moet je alles wat in een gesloten enveloppe wordt verstuurd als brief beschouwen. De afzender heeft door middel van de envelop te kennen gegeven dat het niet de bedoeling is dat anderen de inhoud gaan bekijken of lezen.
Art. 5 van de Postwet regelt hoe je met onbestelbare post moet omgaan:
Gesloten poststukken die in het kader van postvervoerdiensten als onbestelbaar zijn aan te merken en niet aan de afzender kunnen worden teruggegeven, kunnen slechts worden geopend op last van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag, zulks uitsluitend ter opsporing van de voor teruggave of aflevering nodige gegevens omtrent de afzender of de geadresseerde.
Mogen ouders brieven aan hun kinderen openen? De huidige formulering geeft hier niet rechtstreeks antwoord op.

E-mail valt onder het briefgeheim. Het zonder toestemming doorsturen van een mailtje naar derden is dan ook een schending van het briefgeheim.
Bij gebrek aan een actuele formulering moest toenmalig minister Donner van Binnenlandse Zaken zich in een brief aan de Tweede Kamer van 29 november 2011 hierbij baseren op Europese regelgeving: ‘Het Europese Hof voor de bescherming van de Rechten van de Mens heeft expliciet bepaald dat een e-mail bericht onder de reikwijdte valt van art. 8 EVRM’.

'Telefoon- en telegraafgeheim'
Dit tweede lid over het telefoon- en telegraafgeheim in 1983 aan de Grondwet toegevoegd. De formulering van dit artikel is inmiddels flink achterhaald en duidelijk aan vernieuwing toe.
Het briefgeheim kan alleen worden aangepakt met een wettelijke maatregel, terwijl de wetgever in 1983 het telefoon- en telegraafgeheim ietwat zwakker geformuleerd heeft.

De bevoegdheid om een telefoon af te luisteren is geregeld in de Telecommuniocatiewet van 28 juli 2018. De wetgever kan telecombedrijven verplichten om hun datagegevens te bewaren. Dat kan gaan over wie met wie gesproken heeft, maar ook waar iemand was toen hij mobiele belde waarbij hij door een zendmast geregistreerd werd.
De wetgever heeft bepaald dat zulke informatie kan worden opgevraagd om de criminaliteit te bestrijden of ter voorkoming van terroristische daden.

Volgens sommige juristen moet niet alleen de communicatievorm maar ook het communicatieproces beschermd worden. Deze opvatting ligt ook aan de basis van art. 8 EVRM. Het daarin gehanteerde begrip ‘correspondence’ wordt als volgt toegelicht: 'Niet alleen het afluisteren van de inhoud is verboden, maar evenzeer het verzamelen van de verkeersgegevens, die een integraal element vormen van de communicatie per telefoon'.
Voor een goede beschrijving van het onderscheid tussen 'inhoud' en 'verkeersgegevens' zie de publicatie Verkeersgegevens en artikel 13 Grondwet van B. Koops.

 

NIEUWSITEMS

 

ACTUEEL

Bijzondere positie PostNL als postbezorger

Sinds enige tijd controleren politiehonden Nederlandse postpakketten bestemd voor het buitenland op de aanwezigheid van drugs. Aanleiding zijn klachten over het op grote schaal per post versturen van drugs vanuit Nederland.
Bij PostNL blijkt het vaak lastig om de afzenders terug te vinden, omdat het lang duurt voor een pakje geopend mag worden zodat veel sporen, zoals camerabeelden bij de inleverpunten, dan al verdwenen zijn. Het duurt in dit geval zo lang omdat PostNL de enige postbezorger is die gehouden is aan het wettelijk briefgeheim van art. 13 Gw. Dit stamt uit de tijd dat het overheidsbedrijf PTT als voorganger van PostNL belast was met de ‘postdienst' en binnen Nederland het monopolie op de postbezorging had.

Grondwetswijziging
Om de pakjes van PostNL net zo te kunnen behandelen als die van de concurrenten UPD en DHL moet de Grondwet gewijzigd worden en dat is in Nederland een lange procedure. De mededeling van PostNL in februari 2019 dat men de grootste concurrent op de zakelijke markt Sandd gaat kopen, maakt de zaak er naar verwachting niet eenvoudiger op.
In Trouw van 22 december 2018 bestrijdt jurist Manon Julicher overigens de noodzaak van een wijziging van de Grondwet. Alleen het wijzigen van art. 16 Postwet en het aanpassen van het Wetboek van strafvordering zouden volstaan om deze kwestie op te lossen.

Bewijslast postbezorging
Dat PostNL nog steeds een bijzondere positie als postbezorger inneemt, blijkt uit een uitspraak van de Raad van State van 24 februari 2019 die het primaat van PostNL als universele postdienst in Nederland bevestigt. Een bestuursorgaan dat stukken verzendt via een andere aanbieder dan PostNL moet volgens deze uitspraak rekening houden met een zwaardere bewijslast indien de ontvangst van het stuk wordt ontkend. Niet alleen moet aannemelijk gemaakt worden dat het stuk (tijdig) is verzonden, maar ook dat het stuk ontvangen is.

 

Wet Computercriminaliteit III geeft politie meer mogelijkheden om te hacken

 Eind juni 2018 heeft de meerderheid van de Eerste Kamer in navolging van de Tweede Kamer ingestemd met de Wet Computercriminaliteit III. De nieuwe wet is bedoeld om in het wetboek van Strafrecht en het wetboek van Strafvordering meer mogelijkheden in te bouwen om computercriminaliteit op te sporen en te vervolgen. Zo wil de wet burgers beter beschermen tegen bijvoorbeeld grooming (het verleiden minderjarigen tot ontucht).
Politie en justitie kunnen op grond van deze wet zonder dat verdachten het doorhebben online onderzoek doen in computers. Als het gaat om een ernstig misdrijf mogen ze communicatie aftappen, meeluisteren via de laptopmicrofoon en meekijken via de webcam.

In het debat rond de nieuwe wet draaide vooral om het aspect privacy. De fors uitgebreide 'hackbevoegdheden' van politie en justitie waren voor GroenLinks, Partij voor de Dieren, 50plus, SP en PVV een reden om tegen het voorstel te stemmen. Belangrijke punten waren het ontbreken van een onafhankelijke toetsing achteraf en de mogelijkheden die de wet de overheid geeft om buiten het parlement om de drempels te verlagen om te kunnen hacken.
De Eerste Kamer nam met algemene stemmen een motie van D66 aan om in een AMvB de misdrijven aan te wijzen waarvoor de opsporingsinstanties bij hun onderzoek mogen hacken.

 

Nederland luistert op grote schaal telefoons af

In Nederland wordt de telefoontap door politie en justitie veelvuldig gebruikt. Het zou om ruim 20 duizend gevallen per jaar gaan. Het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie deed in 2014 onderzoek naar de effectiviteit van het afluisteren en kwam tot de conclusie dat de effectiviteit van taps steeds minder wordt. Tegenwoordig gebruiken mensen zoveel andere manieren om te communiceren dat informatie uit telefoongesprekken steeds minder belangrijk wordt.

Dat politie en justitie vinden dat zo'n telefoontap nog steeds de moeite waard is, komt volgens het WODC onder meer omdat ze precies weten welke formele weg ze hiervoor moeten bewandelen en hoe het technisch werkt. Het onderzoekscentrum vindt de politie en justitie moeten uitkijken dat ze niet achter gaan lopen. Zo wordt de internettap die al een paar jaar ingezet kan worden om bijvoorbeeld iemands e-mail te lezen en te volgen, nog niet veelvuldig gebruikt. Het blijkt volgens de onderzoekers voor de politie veel werk om toestemming te krijgen en om zulke grote hoeveelheden informatie te verwerken.

 

JURISPRUDENTIE

De mailtjes van Lynette Copland

Lynette Copland werkte in de jaren negentig op het Carmarthenshire College in Wales. Ze kwam er in 1999 achter dat haar werkgever haar e-mails las en haar internetgedrag volgde. Ze spande een aantal processen aan tegen haar werkgever. Uiteindelijk kwam de zaak als Copland versus the United Kingdom voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Het hof deed op 3 april 2007 uitspraak.

Het hof rechter stelt in zijn uitspraak vast dat de werkgever op verschillende manieren het optreden van werknemers kan volgen en vastleggen, zoals met een prikklok, met cameratoezicht en met het opnemen van telefoongesprekken, zoals dat bij callcenters vaak gebeurt. Voorwaarde is dat hiervoor goede regels gemaakt zijn waar de werknemer van op de hoogte is en dus weet waar hij aan toe is.

In deze zaak gaat het volgens de rechter duidelijk om iets anders. De school wilde namelijk weten of mevrouw Copland tijdens haar werktijd privégesprekken voerde of dingen voor zichzelf op internet opzocht.
Het hof heeft het in dit verband over een 'normatief verwachtingspatroon'. De vraag is: wat mag een werknemer van zijn werkgever verwachten? De privacy binnen een bedrijf kan meer worden beperkt dan in de privésfeer, maar een geheime controle, zoals hier, is iets wat de Europese rechter altijd afwijst. Steeds moet worden getoetst of zulke beperkingen gerechtvaardigd zijn. Tevens moet de proportionaliteit worden getoetst. Een compleet verbod op kleine privé-handelingen tijdens het werk levert volgens de rechter dan ook een ongeoorloofde schending van de privacy op.
Het hof beslist dan ook dat Groot-Brittannië onder wiens verantwoordelijkheid de jurisprudentie in deze zaak tot stand gekomen is, in strijd gehandeld heeft met art. 8 EVRM.

Uitspraak Europees Hof (03.04.2007) (tekst het Engels)

 

EUROPEES RECHT

Vooraf

  • Staatsrechtelijk is de Nederlandse wetgeving inclusief Grondwet ondergeschikt aan het Europees recht. Mochten Nederlandse wetten de burger echter méér garantie bieden, dan heeft hij aanspraak op de meest vergaande bescherming, in dit geval van de Nederlandse wet. Lees meer over de relatie tussen Grondwet en Europese grondrechten en de manier waarop de rechter daarmee om gaat.
  • De integrale teksten van de verdragen en andere regelgeving hieronder vindt u bij de downloads.

Europees Verdrag Rechten van de Mens

  • Art. 8 EVRM   Ons huidige art. 13 Gw biedt door zijn verouderde omschrijvingen vaak onvoldoende juridische mogelijkheden. Vaak wordt dan ook er teruggegrepen op het in dit artikel omschreven ‘recht op eerbiediging van privé familie- en gezinsleven’. De jurisprudentie door het Europese Hof heeft er in de praktijk gezorgd dat op dit moment het mailverkeer al onder het briefgeheim valt.

Handvest Grondrechten Europese Unie

  • Art. 7 Hv   In tegenstelling tot de definities in onze Grondwet bevat dit artikel het ruime begrip 'communicatie' i.p.v. briefgeheim.

  • Art. 8 Hv   Dit artikel gaat specifiek over de bescherming van de persoonsgegevens.