• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Grondrechten

Artikel 12

In Nederland mag zonder de toestemming van de bewoner een woning niet binnengetreden worden, behalve als de wet dat toestaat of als de rechter er toestemming voor geeft.

 

 

TEKST GRONDWET

1OOOOO

Het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is alleen geoorloofd in de gevallen bij of krachtens de wet bepaald, door hen die daartoe bij of krachtens de wet zijn aangewezen.

2

Voor het binnentreden overeenkomstig het eerste lid zijn voorafgaande legitimatie en mededeling van het doel van het binnentreden vereist, behoudens bij de wet gestelde uitzonderingen.

3

Aan de bewoner wordt zo spoedig mogelijk een schriftelijk verslag van het binnentreden verstrekt. Indien het binnentreden in het belang van de nationale veiligheid of dat van de strafvordering heeft plaatsgevonden, kan volgens bij de wet te stellen regels de verstrekking van het verslag worden uitgesteld. In de bij de wet te bepalen gevallen kan de verstrekking achterwege worden gelaten, indien het belang van de nationale veiligheid zich tegen verstrekking blijvend verzet.

 

ALGEMENE TOELICHTING

Harde kern grondrechten
Art. 12 Gw omschrijft wat doorgaans het huisrecht wordt genoemd. Het vormt samen met de artikelen 10, 11 en 13 Gw wat je bij wijze van spreken de 'harde kern' van onze grondrechten zou kunnen noemen. Van deze vier is art. 10 Gw een soort kapstokartikel. Het artikel is zo geformuleerd dat het het in de praktijk mogelijk maakt om op nieuwe ontwikkelingen in te spelen. Denk aan mobiele telefoons, internet, cameratoezicht en het mogen fouilleren van burgers.

Huisrecht
Het ‘huisrecht’ in artikel 12 is in wezen een uitwerking van de bescherming van de persoonlijke vrijheid van de burger die in grote lijnen in art. 10 Gw geregeld is.
De woning hoort tot de persoonlijke levenssfeer. Niemand mag je huis binnengaan zonder jouw toestemming. Gebeurt dat toch, dan is er volgens art. 138 Wetboek van Strafrecht sprake van huisvredebreuk. Het eerste lid van art. 138 WvS zegt:
Hij die in de woning of het besloten lokaal of erf, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringt of, wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

Definitie woning
Wat is een woning? De uitleg van het begrip woning wordt erg bepaald door de omstandigheden die van geval tot geval kunnen verschillen. Daarom heeft de wetgever dan ook afgezien van het zoeken naar een sluitende definitie.
Volgens de jurisprudentie wordt dat de definitie bepaald door de bestemming die eraan wordt gegeven. Met andere woorden: een woning is een woning als je erin woont. Dus ook een woonwagen, een caravan, een woonboot, een barak, zelfs een hotelkamer kan een woning zijn. Wel moet de ruimte ook echt bewoond worden. Het niet in gebruik zijn maakt dat een ruimte ophoudt een woning te zijn.
Overigens, in 1981 heeft de Hoge Raad de bijzondere uitspraak gedaan dat zelfs als de hoofdbewoner overleden is, maar de woning nog in de oorspronkelijke staat verkeert, de woning als zodanig ‘in gebruik’ is (HR 14.04.1991, NJ 1981/421).

Huisbezoek bijstandsgerechtigden
De Participatiewet uit 2015 is de opvolger van de oude Algemene bijstandswet. De wet biedt de mogelijkheid om de woon-en leefsituatie van een bijstandsgerechtigde te onderzoeken. Zo’n onaangekondigd huisbezoek is aan regels gebonden. Zo moet er moet ‘een redelijke grond’ zijn voor het binnentreden van de woning, de betrokkene moet weten waarom het huisbezoek plaatsvindt en moet daarvoor toestemming geven.
Bij het huisbezoek mag niet zonder meer alles worden doorzocht. Uit de jurisprudentie blijkt bijvoorbeeld dat voor het openen van kasten en laden expliciete toestemming van de betrokkene nodig  is. Ook moet eerst worden nagegaan of bepaalde spullen daadwerkelijk van de betrokken bijstandsgerechtigde zijn voor ze mogen worden ingezien
Samenvattend: op grond van de Participatiewet is er niet alleen toestemming nodig om de woning van een bijstandsgerechtigde binnen te treden, maar ook voor sommige andere handelingen in de woning is expliciet toestemming vereist.


TOELICHTING OP ONDERDELEN

Lid 1   'Zonder toestemming van de bewoner'
Art. 12 Gw is in 2002 aangepast. In de oude tekst stond de zinsnede ‘tegen de wil van de bewoner’. Dit zou kunnen betekenen dat je rechtmatig mag binnentreden als de bewoner niet thuis is om zijn wil te uiten. In 2002 is daarom ‘tegen de wil van de bewoner’ vervangen door ‘zonder toestemming van de bewoner’.

Lid 1   'Bij of krachtens wet'
De term ‘bij of krachtens wet’ in art. 12 lid 1 Gw is de vaste formule in de Grondwet dat een en ander geregeld moet zijn in een wet, een aanwijzing of een beschikking. In dit geval is het uitgewerkt in de Algemene wet op het binnentreden (Awbi) uit 1994.

De wet zegt dat alleen bepaalde vertegenwoordigers van de overheid  in specifieke gevallen zonder expliciete toestemming mogen binnenkomen. Zo mag de politie binnentreden met een schriftelijke machtiging van een officier van justitie, een hulpofficier of de burgemeester.

Lid 2   'Behoudens bij de wet gestelde uitzonderingen'
In art. 12 lid 2 Gw staat dat alleen een formele wet de uitzonderingen mag regelen op de voorafgaande legitimatie en de mededeling van het doel van het binnentreden. Dit gebeurt in de Algemene wet op het binnentreden.
Art. 1 lid 2 Awbi luidt als volgt:
Indien de naleving van (…) deze verplichtingen naar redelijke verwachting ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van personen of goederen, feitelijk onmogelijk is dan wel naar redelijke verwachting de strafvordering schaadt ten aanzien van misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, gelden deze verplichtingen slechts voor zover de naleving daarvan in die omstandigheden kan worden gevergd.

Lid 3   'Schriftelijk verslag'
Art. 12 lid 3 Gw regelt het in een schriftelijk verslag verantwoording afleggen over het binnentreden. Zo’n verslag mag alleen achterwege blijven als de nationale veiligheid ernstig in het geding is.

 

 

ACTUEEL

WET KRAKEN EN LEEGSTAND

Op 1 oktober 2010 is de Wet kraken en leegstand in werking getreden. De nieuwe wet stelt kraken als misdrijf strafbaar ongeacht de duur van de leegstand. De wet maakt het mogelijk om gekraakte panden strafrechtelijk te laten ontruimen.

Iedere opsporingsambtenaar is bevoegd om een gekraakt pand te betreden en de daar aanwezige personen te verwijderen. Voor 2010 was ontruiming alleen mogelijk via een civielrechtelijke procedure.

Initiatief 2019 VVD en CDA
In 2019 werd een initiatiefwetsvoorstel van VVD en CDA ingediend om sneller tot ontruiming te kunnen overgaan. Tot dan toe was het zo dat overtreders van het kraakverbod in de gelegenheid gesteld werden om na aankondiging van de ontruiming een kort geding aanhangig te maken. Zolang er nog geen uitspraak in die kort geding lag, mocht er niet worden opgetreden.
In het voorstel van VVD en CDA hoeft niet meer op de uitkomst te worden gewacht. De rechter-commissaris krijgt de bevoegdheid om binnen 72 uur een machtiging te verlenen aan de officier van justitie tot ontruiming over ter gaan.
Het voorstel van VVD en CDA is op 17 december 2020 aangenomen door de Tweede Kamer, op 30 maart 2021 door de Eerste Kamer. Het is nog niet bekend wanneer de nieuwe beleidsregels in werking zullen treden.

 

Vrouwe Justitia 7 KLEINJURISPRUDENTIE

KLASSIEKE UITSPRAAK:
HET
ARM-ARREST

Het Nederlandse staatsrecht kent een aantal klassieke uitspraken van rechterlijke colleges waar jaren later nog steeds op wordt teruggegrepen. Een ervan is dit Arm-arrest uit 1956.

In de nacht van 27 op 28 mei 1954 geeft monteur B zijn echtgenote ‘opzettelijk gewelddadig een slag op het hoofd, ten gevolge waarvan zij pijnlijk werd aangedaan’. Hij bedreigt haar en zegt het weer te zullen doen. Een getuige waarschuwt de politie waarbij hij ‘het niet geraden achtte de echtgenoten die nacht samen in huis te laten’.
Een rijksveldwachter en een gemeenteveldwachter snellen naar de woning om B aan te houden. Ze vinden dat hierbij zoveel haast geboden is dat ze de komst van de officier van justitie niet afwachten.

De verdachte en zijn vrouw laten in eerste instantie de politiemannen binnen. Als B echter hoort waarvoor beide heren komen, ontzegt hij hen het verblijf in de woning. De agenten gaan vrijwillig weg. B gaat daarop in de deuropening staan schelden. De agenten besluiten de man alsnog te arresteren.
De verdachte verzet zich hevig. Het optreden van de veldwachters gaat gepaard met enig ‘rukken en trekken’ van de kant van B, zoals het arrest het zo mooi verwoord en wel in ‘tegenovergestelde richting als die waarheen de genoemde politiemannen hem wilden brengen’. B staat hierbij in de deuropening van zijn woning en de politiemannen zijn ‘zoal niet met hun voeten, dan toch met één arm of beide armen binnen de woning zijn geweest’.

Was de arrestatie van B rechtmatig? De zaak werd tot voor de Hoge Raad uitgevochten en staat in de jurisprudentie te boek als het Arm-arrest. Zelfs als je met één arm binnen de woning geweest bent, valt dat volgens de Hoge Raad onder het binnentreden van de woning. Niet de ‘vage en voor meerdere uitleg vatbare begrippen als huisrecht en vrijheid van woning zijn een waarborg, maar de concrete formulering het binnentreden in een woning tegen de wil van de bewoner’, aldus de Hoge Raad. B ging dan ook vrijuit.

  • Uitspraak Hoge Raad uit 1956 niet digitaal beschikbaar (HR 07.02.1956, NJ 1956/147)

In 1954 ging het uiteraard uitsluitend over het fysiek binnentreden van een woning. In het tijdperk van hacken van computers, afluisteren van buitenaf met microfoons en vele andere technieken is het basisstandpunt ongewijzigd gebleven: ook het op deze manier binnendringen van buitenaf is niet geoorloofd.


EUROPEES RECHT

Vooraf

  • Staatsrechtelijk is de Nederlandse wetgeving inclusief Grondwet ondergeschikt aan het Europees recht. Mochten Nederlandse wetten de burger echter méér garantie bieden, dan heeft hij aanspraak op de meest vergaande bescherming, in dit geval van de Nederlandse wet. Lees meer over de relatie tussen Grondwet en Europese grondrechten en de manier waarop de rechter daarmee om gaat.
  • De integrale teksten van de verdragen en andere regelgeving hieronder vindt u bij de downloads.

Europees Verdrag Rechten van de Mens

  • Art. 8 EVRM  Dit artikel geeft in lid 1 in een enkele zin de basis van de bescherming van de privacy:
    'Een ieder heeft recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.'[
    Verder laat het EVRM het over aan de nationale wetgevers (lid 2).

Handvest Grondrechten Europese Unie

  • Art. 7 Hv   Dit artikel wordt wel een 'corresponderende bepaling' voor art. 8 EVRM genoemd omdat inhoud en reikwijdte dezelfde is.

 

Uitgelicht

 

 Mag je een partij verbieden?

De volksvertegenwoordiging staat in principe open voor alle leden van het volk, mits ze voldoende stemmen halen. Welke overtuigingen ze koesteren doet er niet toe. Al leggen ze wel een eed (of belofte) af op de Grondwet, dat schept toch enige verplichting, zou je zeggen. Temeer omdat daar sinds kort, afgelopen augustus, de volgende bepaling aan is toegevoegd: 'De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat.

Aldus Stevo Akkerman in Trouw van 18 november 2022. Er gaan steeds meer stemmen op om Forum voor Democratie te verbieden. Hebben we dat punt bereikt toen Forum-Kamerlid Guido van Meijeren bedacht dat je met een volksopstand de regering kon verdrijven? Zou Forum dezelfde weg opgaan als de Centrumpartij '86? Die werd in 1998 door de rechter verboden onder verwijzing naar art. 8 Gw.

Stevo Akkerman aarzelt. Sinds 2018 vraagt de Tweede Kamer om een Partijwet waarin expliciet vastligt wat je als partij moet hebben gedaan om verboden te worden. Die wet afwachten of nu ingrijpen? Akkerman breekt zich er nog steeds het hoofd over.
(21.11.2022)

Bekijk oude afleveringen Uitgelicht

Pas verschenen

boeken

 

 

 
Carla van Baalen en Anne Bos (red.)
Grote idealen, smalle marges - Een parlementaire geschiedenis van de lange jaren zeventig (1971‑1982)

In maar liefst 1000 pagina’s reconstrueren de auteurs van dit tiende deel in de reeks Parlementaire geschiedenis van Nederland na 1945 de jaren van idealisme, activisme en hooggestemde verwachtingen over welzijn, welvaartsverdeling en democratisering. Het was ook het decennium waarin het economisch tij keerde dankzij de eerste oliecrisis. Het boek schetst een beeld van de kabinetten Biesheuvel (1971-1973), Den Uyl (1973-1977) en Van Agt (1977-1982).
Bij het boek hoort een website met achtergrondinformatie in de vorm van artikelen, podcasts, video’s en archiefmateriaal.

smalle marges

Kijk hier voor meer nieuwe publicaties

 

 

Knipoog

EEN
EERSTE
VEREISCHTE

 

Mr. Dirk Fock zat namens de Liberale Unie in de Tweede Kamer en was Kamervoorzitter tussen 1917 en 1920. Hij was voorzitter in een bijzondere tijd. Pieter Jelles Troelstra verklaarde op 12 november 1918 in de Tweede Kamer dat de socialisten zich verplicht voelden om de staatsmacht te grijpen.

Dirk Fock zei dat je als voorzitter van het parlement meer tot je beschikking had dan alleen het reglement van orde:
Een eerste vereischte van een voorzitter is dat hij zich nooit boos maakt en altijd zijn humeur behoudt. Een feit is dat men met een grap zelfs de woeligste Kamer tot bedaren kan brengen.

Citaat uit Gerry van der List, Boven de partijen, pag. 164 (18.11.22)

 

Bekijk oude afleveringen Knipoog