• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Grondrechten

Artikel 3

Iedereen die Nederlander is, mag ambtenaar worden.

 

TEKST GRONDWET

000000 Alle Nederlanders zijn op gelijke voet in openbare dienst benoembaar.

 

TOELICHTING

De klassieke grondrechten gelden voor iedereen. Het zijn individuele rechten die aan ieder individu toekomen. In art. 3 Gw wordt het grondrecht gekoppeld aan de nationaliteit. Het artikel geldt alleen voor Nederlanders en dus niet voor iedereen die zich in Nederland bevindt. In de Grondwet komt dit verder alleen voor in de art. 4, art. 19 lid 3 en art. 20 lid 3 Gw.
Hetzelfde verschil werd meer dan twee eeuwen geleden al gemaakt in de beroemde 'Déclaration des droits de l'homme et du citoyen' uit 1789, ofwel het onderscheid tussen 'droits de l'homme' en 'droits du citoyen'. Als de grondrechten aan een nationaliteit gekoppeld zijn, gebruiken juristen in navolging van deze Franse klassieker de term ‘burgerrechten’.

De term ‘openbare dienst’ heeft betrekking op het werken bij de overheid. In de praktijk betekent het werken bij de ministeries, provincies, gemeenten en waterschappen. Je kunt je overigens afvragen in hoeverre er sprake is van 'op gelijke voet' benoembaar. Zo moet je in Nederland feitelijk lid zijn van een politieke partij om tot burgemeester te worden benoemd

Ambtenarenwet
Vanaf 1858 kende Nederland een wet waarin de openbare functies genoemd werden die vreemdelingen hier wél mochten vervullen. Deze wet is in 1988 ingetrokken omdat de opsomming sterk verouderd was. Bovendien vond de politiek dat het juist heel emancipatorisch zou werken als buitenlanders toegang zouden kunnen hebben tot openbare functies.

Feitelijk kent de Grondwet geen belemmeringen voor het benoemen van vreemdelingen in openbare dienst. Wel zorgt de Ambtenarenwet ervoor dat voor bepaalde functies de eis van Nederlanderschap geldt. In de praktijk is het Nederlanderschap bijvoorbeeld vereist voor functies in de rechtspraak en bij de krijgsmacht.

Art. 125e van de Ambtenarenwet zegt het zo:

100000 Voor de vervulling van een vertrouwensfunctie komt slechts in aanmerking degene die Nederlander is. Degene die geen Nederlander is, kan niettemin worden aangesteld wanneer het dienstbelang dat bepaaldelijk vordert.
Aan een ambtenaar kan eervol ontslag worden verleend, indien hij op grond van het bepaalde in artikel 5, derde lid, of artikel 10, tweede lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken uit een vertrouwensfunctie moet worden ontheven.
3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ter zake van het bepaalde in dit artikel.

 

In maart 2017 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) gepubliceerd. De nieuwe wet gaat ervoor zorgen dat de arbeidsverhouding van de Nederlandse ambtenaren van een eenzijdige publiekrechtelijke aanstelling verandert in een arbeidsovereenkomst gebaseerd op het Burgerlijk Wetboek, zoals alle andere Nederlandse werknemers die al sinds jaar en dag kennen. De implementatie van het nieuwe systeem gaat de nodige tijd kosten, want er moeten naar schatting honderd wetten plus een meervoud aan regelingen aangepast worden. De feitelijke inwerkingtreding van de Wnra wordt dan ook pas op 1 januari 2020 verwacht.

Discriminatie bij benoemingen
Art. 3 Gw zorgt ervoor dat er geen sprake kan zijn van discriminatie op grond van art. 1 Gw. In het algemeen geldt dan ook dat je benoemingseisen mag stellen. Zo mag je bijvoorbeeld letten op geschiktheid, diploma's en ervaring. Geschiktheid kan ook slaan op politieke gezindheid of godsdienst, bijvoorbeeld om te komen tot een evenwichtige verdeling van functies.

Verklaring omtrent het gedrag
Voor een aantal functies wordt een zogeheten ‘verklaring omtrent het gedrag' gevraagd. De verklaring is geregeld in de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens:
Een verklaring omtrent het gedrag is een verklaring van Onze Minister dat uit een onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon ingesteld, gelet op het risico voor de samenleving in verband met het doel waarvoor de afgifte is gevraagd en na afweging van het belang van betrokkene, niet is gebleken van bezwaren tegen die natuurlijke persoon of rechtspersoon.

De aanvraag van zo’n verklaring loopt via de burgemeester. Uiteindelijk beslist de minister of er daadwerkelijk een onderzoek komt:
Onze Minister neemt de aanvraag niet in behandeling, indien een onderzoek naar het gedrag van de aanvrager kennelijk niet noodzakelijk is om, gelet op het doel van de aanvraag, een risico voor de samenleving te beperken.

 

GESCHIEDENIS

Het huidige art. 3 Gw staat sinds 1983 op deze plaats in de Grondwet, maar het hoort tot de oudste onderdelen van de verschillende Nederlandse Grondwetten. Reeds in de Staatsregeling voor het Bataafsche Volk van 1798 stond een artikel dat discriminatie bij benoemingen in het algemeen verbood.

  • 1798   De keus van den eenen Burger, boven den ander, is alleen gegrond op meerdere deugd en bekwaamheden. (art. 15)
  • 1806  De Ambten en Bedieningen (…) zullen aan geene anderen dan aan Nationalen kunnen worden toevertrouwd. (art. 11).
  • 1815   Ieder is, zonder onderscheid van rang en geboorte, tot alle ambten (…) benoembaar. (art. 11)
  • 1848   Iedere Nederlander is tot elke landsbediening benoembaar. Geen vreemdeling is hiertoe benoembaar, dan volgens de bepalingen der wet. (art. 6)

 

ACTUEEL

Weigerambtenaren

Politiek is er de afgelopen jaren veel te doen geweest over de zogeheten weigerambtenaren. Al vóór de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 wilde een meerderheid van de Tweede Kamer het door een aanpassing van het Burgerlijk Wetboek onmogelijk maken om ambtenaren van de burgerlijke stand te benoemen die gewetensbezwaren hebben tegen het sluiten van huwelijken tussen personen van hetzelfde geslacht. In hun regeerakkoord spraken PvdA en VVD af om tot de benodigde wetswijzigingen te komen.

In het verleden heeft de Raad van State zich in haar adviezen verzet tegen specifieke wetgeving tegen de weigerambtenaar. Laatstelijk gebeurde dat in november 2012 in het advies over het initiatiefvoorstel van D66.
De Raad van State heeft er steeds moeite mee dat de voorstellen het belang van de huwelijkssluiting proberen veilig te stellen door onderscheid te maken naar godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging bij de benoeming van ambtenaren. De raad wijst in dit verband altijd op het recht op gelijke benoembaarheid in de openbare dienst van art. 3 Gw. Als oplossing pleit men er ook bij het D66-initiatief voor om gemeenten in individuele gevallen een zorgvuldige afweging te laten maken.

 

JURISPRUDENTIE

Het begrip overheidsdienst

Er blijkt in de juridische praktijk verschil tussen het begrip ‘overheidsdienst’ in art. 3 Gw en in art. 45 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU). Overheidsdienst in de VWEU blijkt beperkter van omvang dan in de Nederlandse Grondwet.
Art. 45 VWEU geeft lidstaten de mogelijkheid om de toegang tot bepaalde betrekkingen in overheidsdienst tot hun eigen onderdanen beperken. Het Europese Hof van Justitie stelt zich daarbij steeds op het standpunt dat het alleen mag gaan om functies die een deelneming aan de uitoefening van openbaar gezag inhouden.

In 2003 deed het hof uitspraak in een zaak over de nationaliteit van scheepsbemanningen. Het is volgens het hof een lidstaat alleen toegestaan de betrekkingen van kapitein en eerste stuurman aan eigen onderdanen voor te behouden. Het Hof had twee voorwaarden:

  • De bevoegdheden van openbaar gezag moeten daadwerkelijk regelmatig worden uitgeoefend.
  • De bevoegdheden mogen niet slechts een zeer gering deel van hun werkzaamheden vormen.

De Europese Commissie heeft naar aanleiding hiervan gezegd dat de lidstaten dit soort mogelijkheden hebben, maar dat ze daartoe niet verplicht zijn. De commissie vindt dat de lidstaten hun overheidssectoren zoveel mogelijk voor burgers van andere lidstaten  moeten openstellen.

 

EUROPEES RECHT

Vooraf

  • Staatsrechtelijk is de Nederlandse wetgeving inclusief Grondwet ondergeschikt aan het Europees recht. Mochten Nederlandse wetten de burger echter méér garantie bieden, dan heeft hij aanspraak op de meest vergaande bescherming, in dit geval van de Nederlandse wet. Lees meer over de relatie tussen Grondwet en Europese grondrechten en de manier waarop de rechter daarmee om gaat.
  • De integrale teksten van de verdragen en andere regelgeving hieronder vindt u bij de downloads.

Verdrag Werking Europese Unie

  • Art. 45 VWEU   Dit artikel bevat in lid 2 een verbod op discriminatie op grond van nationaliteit. Vervolgens zegt lid 4 dat dit niet van toepassing is op betrekkingen in overheidsdienst. (Zie ook JURISPRUDENTIE elders op deze pagina.)

Uitgelicht


Statenverkiezingen in Caribisch Nederland
In 2010 zijn Saba, Sint-Eustatius en Bonaire bijzondere gemeenten van Nederland geworden. Bij deze operatie werd vergeten om de drie bij een provincie in te delen met als gevolg dat de Nederlandse staatsburgers daar niet in de gelegenheid zouden zijn om (indirect) hun stem uit te brengen voor de Eerste Kamer.
Om het probleem op te lossen is de Kieswet aangepast en daarvoor moest in 2017 ook de Grondwet veranderd worden. Aanvankelijk was het plan om de drie betrokken eilandsraden mee te laten stemmen voor de Eerste Kamer. Daar deed zich echter de moeilijkheid voor dat net als bij de gemeenteraden ook niet-Nederlanders voor de eilandraden mogen stemmen, terwijl voor de Statenverkiezingen het Nederlanderschap een vereiste is.
Voor de drie kleine Caribische eilanden is daarom een aparte verkiezing in de Kieswet bedacht. Tegelijk met de eilandsraadverkiezingen mogen de kiesgerechtigden met een Nederlandse nationaliteit op de eilanden ook hun stem uitbrengen voor een ‘kiescollege’. Dit college heeft als enige taak mee te doen aan de Eerste Kamer-verkiezingen. Samen zijn de drie eilanden goed voor 0,11 Kamerzetel.
(gepubliceerd op 19.03.2019)

Knipoog

Een groot misverstand

Op 26 maart 2019 is filosoof Daan Roovers benoemd tot de nieuwe Denker des Vaderlands. Die dag stond ze in een interview met Trouw onder andere stil bij de vrijheid van meningsuiting die in artikel 7 van onze Grondwet vastligt.
Er bestaat volgens Daan Roovers een groot misverstand rond het begrip:
Mensen denken dat elke uitspraak of elk vooroordeel dat je uitspreekt bijzondere bescherming verdient. Dat is denk ik een groot misverstand. De vrijheid van meningsuiting is een politiek recht van burgers ten opzichte van de overheid. Niet van kinderen ten opzichte van hun ouders, of van burgers ten opzichte van elkaar. En bij die vrijheid hoort trouwens dat je bereid bent om je mening ter discussie te stellen en kritiek van anderen aan te neme. Dát is het publieke debat.
(gepubliceerd op 26.03.2019)