• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Grondrechten

Artikel 2

De wet regelt wie Nederlander is en wie hier wordt toegelaten. Uitlevering aan een ander land is alleen mogelijk als er met dat land een verdrag is.
Iedereen heeft het recht het land te verlaten, behalve als de wet dat verbiedt.

 

TEKST GRONDWET

100000 De wet regelt wie Nederlander is.
2 De wet regelt de toelating en de uitzetting van vreemdelingen.
3 Uitlevering kan slechts geschieden krachtens verdrag. Verdere voorschriften omtrent uitlevering worden bij de wet gegeven.
4  Ieder heeft het recht het land te verlaten, behoudens in de gevallen bij de wet bepaald.

 

TOELICHTING

De wetgever is in dit Grondwetsartikel niet erg concreet. Er staat bijvoorbeeld niet waaraan de wet die in het artikel genoemd wordt, zou moeten voldoen. Je kunt het vooral zien als een opdracht aan de regering om wetten te maken. Alleen het vierde lid zou je tot de ‘echte’ klassieke grondrechten kunnen rekenen.
Art. 2 Gw is een moeilijk artikel in een multiculturele samenleving waar voortdurend sprake is van een zekere spanning tussen het behoud van je eigen identiteit en de wens (of plicht!) tot integratie. Denk aan de discussie over de dubbele nationaliteit die regelmatig in de Nederlandse politiek oplaait.

In de Grondwet wordt op allerlei plaatsen onderscheid gemaakt tussen degenen waarop de wet zich op richt. Zo staat in lid 4 van dit artikel 'een ieder', terwijl bijvoorbeeld art. 3 Gw het heeft over 'alle Nederlanders' en er in art. 4 Gw gesproken wordt van 'iedere Nederlander’.
In veel gevallen moet je om aanspraak te kunnen maken op grondrechten Nederlander zijn. Dan staat er in de Grondwetstekst 'iedere Nederlander' of 'alle Nederlanders'.

 

TOELICHTING OP ONDERDELEN

'Nederlander'
Het Nederlanderschap is voorwaarde om aanspraak te maken op grondrechten als art. 3, art. 4, art.19 lid 3 en art. 20 lid 3 Gw. Het kent trouwens ook verplichtingen, zoals art. 97 en art. 98 Gw.

  • Naturalisatie wordt geregeld in de de Rijkswet op het Nederlanderschap uit 1984. Onderdelen van deze wet die gaan over naturalisatie, zijn daarna enkele malen aangepast. De wet zegt dat je Nederlander wordt door geboorte uit een Nederlandse vader of moeder, door adoptie en door naturalisatie. (Pas in 1984 werd de moeder naast de vader in de tekst opgenomen.)
  • De Wet inburgering uit 2006 kent een inburgeringsplicht. Het krijgen van een verblijfsvergunning is afhankelijk van een inburgeringsexamen waarin degenen die Nederlander willen worden, op hun kennis van de Nederlandse taal en samenleving getoetst worden.
  • Sinds juni 2016 biedt de Paspoortwet uit 1991 de mogelijkheid om Nederlanders het paspoort af te pakken als ze zich in het buitenland schuldig gemaakt hebben aan terroristische activiteiten
    (Zie bij ACTUEEL het artikel over het intrekken van het Nederlanderschap bij jihadisten).

'Toelating en uitzetting'
De wet waarover in lid 2 wordt gesproken, is de Vreemdelingenwet uit 2000. Er is geen regeling voor toelating en uitzetting (niet te verwarren met uitleveren) van Nederlanders.
Bij het uitzetten van vreemdelingen toetst de rechter de voorgenomen uitzetting. Hij zal de uitzetting ook toetsen aan mensenrechten, zoals het recht op gezinsleven dat in art. 8 EVRM is verwoord. Op grond van dit artikel zal de rechter uitzetting niet toestaan als de rest van het gezin in ons land woont.

'Uitlevering'
Het derde lid maakt het mogelijk dat Nederlanders in bepaalde gevallen toch aan een buitenland kunnen worden uitgeleverd. Dit is geregeld in de Uitleveringswet van 1967. Deze wet zegt dat Nederland een Nederlander kan uitleveren als aan de volgende voorwaarden voldaan zijn:

  • Er moet met het betrokken land een uitleveringsverdrag gesloten zijn.
  • De uitlevering vindt alleen plaats met uitdrukkelijke toestemming van de minister van Justitie.
  • De vrijheidsstraf die in het ander land wordt opgelegd, moet in ons land mogen worden uitgezeten.
  • Op het vergrijp moet niet alleen in ons land maar ook in het andere land een gevangenisstraf van minstens één jaar staan.

Uitlevering van een Nederlander naar een ander land vindt in elk geval niet plaats als:

  • Thema's als godsdienst, levensovertuiging, hoge leeftijd, jeugdige leeftijd, gezondheid en politiek een rol in het proces spelen.
  • In het vragende land de doodstraf zou kunnen worden opgelegd.

Met andere woorden: Een Nederlander kan worden uitgeleverd aan een ander land als hij of zij daar een strafbaar feit gepleegd heeft waar een gevangenisstraf van meer dan één jaar op staat, en dat niet valt onder een van de eerder genoemde categorieën.

'Recht land te verlaten'
Het recht om het land te verlaten wordt ook wel het ‘paspoortrecht’ genoemd. De meest toegepaste uitzonderingsregel hierop geldt voor mensen met een belastingschuld of openstaande boetes. Onlangs stond bijvoorbeeld nog het bericht in de krant dat een man zijn vlucht miste omdat hij na de controle op Schiphol nog een boete 1700 euro moest betalen wegens rijden onder invloed.Internationaal zijn ook afspraken gemaakt over het verlaten van het eigen land in het verdrag van New York en het Europees verdrag inzake de nationaliteit.

 

ACTUEEL

Intrekken Nederlanderschap jihadisten

Sinds juni 2016 biedt de Paspoortwet de minister in verband met de nationale veiligheid de mogelijkheid om zonder voorafgaande veroordeling het Nederlanderschap van jihadisten met een dubbele nationaliteit in te trekken. Met dit voorstel wordt het mogelijk om het Nederlanderschap in te trekken zodra iemand zich aansluit bij een groepering die  op een lijst met terroristische organisaties voorkomt. Na het intrekken van het Nederlanderschap wordt de persoon in kwestie tot ongewenst vreemdeling verklaard en wordt het voor hem of haar onmogelijk om legaal naar Nederland terug te keren.
De wet verplicht de minister na vier weken de rechtbank over het intrekkingsbesluit te in
formeren
als de persoon in kwestie zelf geen beroep heeft aangetekend. Dit betekent dat de rechter altijd zijn oordeel over de zaak kan geven.

 

Nederlands vluchtelingenbeleid

De hoofdregel is dat een kind Nederlander is als ten tijde van de geboorte de vader of de moeder Nederlander was. In heel veel andere landen geldt deze regel ook. Van der Pot merkt hierover op pag. 228 van zijn beroemde Handboek Nederlands staatsrecht (16de druk): ‘Dan begrijpt ieder de gevolgen’.
De praktijk van de afgelopen jaren laat zien dat er in Nederland rond het begrip vreemdeling zoveel in beweging is dat niet voor een zwaar wetgevingstraject gekozen wordt, maar dat men liever met circulaires werkt. Hier gaat dan bijvoorbeeld om zaken als verblijfsvergunningen, status en asiel, verdragsvluchtelingen, humanitaire vluchtelingen en de rechtsbescherming van vluchtelingen.
Veranderingen in het Nederlandse vluchtelingenbeleid worden vaak geïnspireerd door het internationale recht.

 

Ontruiming tentenkamp Ter Apel in 2012

In mei 2012 begonnen veertig uitgeprocedeerde Irakezen een tentenkamp bij het Asielzoekerscentrum in Ter Apel. Het kamp groeide snel. Op een gegeven moment stonden er op het veld zo’n zestig tenten waarin 350 mensen bivakkeerden. De gemeente Vlagtwedde besloot op te treden en maakte een noodverordening die het mensen verbood om zich vanaf woensdag 23 mei in het tentenkamp op te houden.
Op die bewuste woensdag dienden de asielzoekers een bezwaarschrift in tegen de noodverordening en vroegen de rechter om een voorlopige voorziening. De burgemeester wachtte de procedures niet af en liet de politie dezelfde dag nog het tentenkamp ontruimen. Bij deze actie werden 117 mensen gearresteerd.
In veel krantencommentaren naar aanleiding van de ontruiming werd de vraag gesteld of hier sprake was een schending van art. 17 Gw dat het recht op toegang tot de rechter veilig wil stellen. Het tentenkamp in Ter Apel werd immers ontruimd nog vóór de Groninger rechtbank een uitspraak had kunnen doen. De dag daarop beoordeelde de bestuursrechter de ontruiming als ‘disproportioneel’. Daar bleef het voorlopig bij, want het kamp was feitelijk al is verdwenen.

In de juridische wereld bleek men alom de mening toegedaan dat de burgemeester van Vlagtwedde met zijn noodbevel om het tentenkamp te ontruimen fout gehandeld heeft. Volgens het Nederlands Juristenblad heeft de burgemeester het grondrecht om te betogen met voeten getreden. Bovendien wachtte de burgemeester de uitspraak van de rechter niet af en gaf opdracht tot ontruiming vóórdat de rechter uitspraak deed. Daarmee was tevens een ander recht geschonden, namelijk het eerder genoemde art. 17 Gw dat het recht tot toegang tot de rechter wil veiligstellen.

Hiërarchie toepassen rechtsregels
Interessant in dit verband is het volgende lijstje dat min of meer de hiërarchie in Nederland bij het toepassen van rechtsregels aangeeft: hoe hoger op de lijst, hoe meer kracht zo’n regel heeft. Burgemeesters die een noodverordening uitvaardigen, staan bijna onderaan.

  • internationale verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties
  • Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden
  • Grondwet
  • Nederlandse wet
  • Algemene Maatregel van Bestuur
  • ministeriële regeling
  • provinciale verordening
  • gemeentelijke verordening


JURISPRUDENTIE

Uitlevering Holleeder en Van Hout door Frankrijk in 1984

Welke vrijheid heeft Nederland om zelf nadere voorschriften te maken voor het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. Bovendien is de vraag hoe lang landen dit soort regels nog autonoom kunnen maken.
Een bekend en berucht voorbeeld s de uitlevering van Willem Holleeder en Cor van Hout voor de Heineken-ontvoering door Frankrijk aan Nederland. Het uitleveringsverdrag van Nederland met Frankrijk was op het moment van aanhouding in februari 1984 in Parijs onvoldoende om beide heren aan Nederland uit te leveren. Het verouderde verdrag die nog uit 1895 stamde, hield in dat ze alleen veroordeeld konden worden op grond van schriftelijke bedreiging en niet voor afpersing en ontvoering. Dat betekende dat hun maximale straf slechts vier jaar zou zijn en geen twaalf jaar en daar wilde Nederland niets van weten.

Na maandenlange juridische onderhandelingen achter de schermen nam toenmalig minister van Justitie Frits Korthals Altes een opmerkelijke beslissing: hij trok het uitleveringsverzoek in. Daarmee zadelde hij Frankrijk met een groot juridisch probleem op . Omdat er geen uitleveringsverzoek meer lag, werden Holleeder en Van Hout tot ongewenst vreemdeling verklaard. Zonder geldig paspoort konden ze echter geen kant op.

Uiteindelijk hebben de Fransen meer dan twee jaar met het duo in hun maag gezeten tot Holleeder en Van Hout alsnog konden worden uitgeleverd. De heren werden al die maanden ondergebracht in hotels waar ze huisarrest kregen. Ze werden in februari 1986 overgebracht naar Guadeloupe, vervolgens naar het Franse deel van Sint-Maarten om enkele maanden later via Guadeloupe weer naar Frankrijk terug te keren. Dit alles vanwege heftige protesten van de lokale bevolking die in actie kwam tegen het dumpen van criminelen in hun tropische paradijsjes.
Ruim twee jaar na hun arrestatie kon Nederland op grond van een nieuw uitleveringsverdrag Frankrijk voor de tweede keer om uitlevering van Holleeder en Van Hout vragen, waarna ze opnieuw in een Franse gevangenis kwamen te zitten. Het uitleveringsverzoek werd ingewilligd en het tweetal werd op 31 oktober 1986 aan Nederland uitgeleverd. De rest van het verhaal is bekend.

 

EUROPEES RECHT

Vooraf

  • Staatsrechtelijk is de Nederlandse wetgeving inclusief Grondwet ondergeschikt aan het Europees recht. Mochten Nederlandse wetten de burger echter méér garantie bieden, dan heeft hij aanspraak op de meest vergaande bescherming, in dit geval van de Nederlandse wet. Lees meer over de relatie tussen Grondwet en Europese grondrechten en de manier waarop de rechter daarmee om gaat.
  • De integrale teksten van de verdragen en andere regelgeving hieronder vindt u bij de downloads.

Verdrag Europese Unie en VWEU

  • Art. 9 VEU en art. 20-21 VWEU   Deze drie artikelen regelen het burgerschap van de Unie inclusief de rechten van de burgers. Als iemand de nationaliteit van een lidstaat bezit, is hij burger van de Europese Unie en mag hij zich vrij verplaatsen en verblijven op het grondgebied van alle lidstaten.

Handvest Grondrechten Europese Unie

  • Art. 18 Hv: Recht op asiel
  • Art. 19 Hv: Geen verwijdering, uitzetting en uitlevering naar 'risico'-landen (kans op martelen, doodstraf enzovoort.)
  • Art. 45 Hv: Vrijheid van verkeer en verblijf

Europees Verdrag Rechten van de Mens

  • Art. 3 Protocol 4 EVRM: Uitsluiting van het uitzetten van eigen onderdanen
  • Art. 4 Protocol 4 EVRM: Collectieve uitzettingen zijn niet toegestaan
  • Art. 5 Protocol 4 EVRM: Uitzonderingen

Uitgelicht


Statenverkiezingen in Caribisch Nederland
In 2010 zijn Saba, Sint-Eustatius en Bonaire bijzondere gemeenten van Nederland geworden. Bij deze operatie werd vergeten om de drie bij een provincie in te delen met als gevolg dat de Nederlandse staatsburgers daar niet in de gelegenheid zouden zijn om (indirect) hun stem uit te brengen voor de Eerste Kamer.
Om het probleem op te lossen is de Kieswet aangepast en daarvoor moest in 2017 ook de Grondwet veranderd worden. Aanvankelijk was het plan om de drie betrokken eilandsraden mee te laten stemmen voor de Eerste Kamer. Daar deed zich echter de moeilijkheid voor dat net als bij de gemeenteraden ook niet-Nederlanders voor de eilandraden mogen stemmen, terwijl voor de Statenverkiezingen het Nederlanderschap een vereiste is.
Voor de drie kleine Caribische eilanden is daarom een aparte verkiezing in de Kieswet bedacht. Tegelijk met de eilandsraadverkiezingen mogen de kiesgerechtigden met een Nederlandse nationaliteit op de eilanden ook hun stem uitbrengen voor een ‘kiescollege’. Dit college heeft als enige taak mee te doen aan de Eerste Kamer-verkiezingen. Samen zijn de drie eilanden goed voor 0,11 Kamerzetel.
(gepubliceerd op 19.03.2019)

Knipoog

Een groot misverstand

Op 26 maart 2019 is filosoof Daan Roovers benoemd tot de nieuwe Denker des Vaderlands. Die dag stond ze in een interview met Trouw onder andere stil bij de vrijheid van meningsuiting die in artikel 7 van onze Grondwet vastligt.
Er bestaat volgens Daan Roovers een groot misverstand rond het begrip:
Mensen denken dat elke uitspraak of elk vooroordeel dat je uitspreekt bijzondere bescherming verdient. Dat is denk ik een groot misverstand. De vrijheid van meningsuiting is een politiek recht van burgers ten opzichte van de overheid. Niet van kinderen ten opzichte van hun ouders, of van burgers ten opzichte van elkaar. En bij die vrijheid hoort trouwens dat je bereid bent om je mening ter discussie te stellen en kritiek van anderen aan te neme. Dát is het publieke debat.
(gepubliceerd op 26.03.2019)