• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Grondrechten

Artikel 4

Iedere Nederlander van achttien jaar en ouder mag stemmen. Ook mag je dan in de gemeenteraad, de provinciale staten en de Tweede Kamer worden gekozen.

 

TEKST GRONDWET

Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen alsmede tot lid van deze organen te worden verkozen, behoudens bij de wet gestelde beperkingen en uitzonderingen.

 

TOELICHTING

Art. 4 Gw gaat over het actief kiesrecht (= het recht om te kiezen) en het passief kiesrecht (= het recht om te worden verkozen).
Bij gemeenteraden, provinciale staten en Tweede Kamer kent Nederland rechtstreekse verkiezingen. Voor de Eerste Kamer hebben we zogeheten getrapte verkiezingen. Hier kiezen de burgers de leden van Provinciale Staten. Vervolgens kiezen de Statenleden de Eerste Kamer. Dit laatste is geregeld in art. 55 Gw.

Kiezersdemocratie en partijendemocratie
In art. 4 Gw komen politieke partijen niet voor. Het gaat uitsluitend om burgers die kiezen en gekozen kunnen worden. Van der Pot wijst er in zijn Handboek van het Nederlandse staatsrecht op dat er tussen de letter van de wet en wat hij de 'constitutionele werkelijkheid' noemt, wel enig licht zit (16e druk, pag. 552): 'Vanuit de Grondwet bezien is ons land een kiezersdemocratie en wel omdat de volksvertegenwoordigingen door de kiezers worden samengesteld, terwijl daarbij niet wordt gerept over een rol van politieke partijen. Kijkt men naar de constitutionele werkelijkheid dan is Nederland een partijendemocratie, omdat zowel bij verkiezingen als in het functioneren van de volksvertegenwoordigingen politieke partijen - en de met hen verwante fracties - een dominante rol spelen'.

Overzicht nieuwe verkiezingen
Dit zijn alle eerstvolgende Nederlandse verkiezingen op een rijtje. Bij Kamerverkiezingen is het een politiek gebruik geworden om na een kabinetscrisis tussentijds tot nieuwe verkiezingen te besluiten.

We kiezen rechtstreeks om de vier jaar:

  • Tweede Kamer (maart of mei 2021)
  • Provinciale Staten (20 maart 2019)
  • Eilandsraad (Bonaire, Saba, Sint Eustatius) (20 maart 2019)
  • Gemeenteraad (16 maart 2022)
  • Stadsdeelraad Amsterdam en Rotterdam (16 maart 2022)
  • Waterschap (20 maart 2019)

We kiezen rechtstreeks om de vijf jaar:

  • Europees parlement (23 mei 2019)

We kiezen via de leden van Provinciale Staten om de vier jaar:

  • Eerste Kamer (2019) (27 mei 2019, volgend op verkiezingen Provinciale Staten van 20 maart 2019)

Veel landen organiseren hun verkiezingen op zondag, omdat de meeste mensen dan vrij zijn. In Nederland reserveren we de zondag van oudsher voor andere besognes en is het gebruikelijk om de verkiezingen op woensdag te houden. Vaak worden verkiezingen in het voorjaar gehouden. Dan schijnt de opkomst het hoogste te zijn.

Een tip voor al te hard werkende Nederlanders: Art. 10 van de Kieswet zegt dat je als werknemer maximaal twee uur vrij kunt krijgen om te kunnen gaan stemmen!

Klassieke grondrechten
De meeste van de eerste 23 artikelen in de Grondwet worden klassieke grondrechten genoemd. Het gaat hier om rechten die de burgers tegen een oppermachtige staat moeten beschermen. In die zin is art. 4 Gw niet klassiek.
Bovendien kent het artikel ook geen zogeheten horizontale werking. Dat wil zoveel zeggen als: Als de buurman het mag, dan mag ik het ook. Ook dit is bij dit kiesrechtartikel feitelijk niet relevant.

Kiesrecht elders in de Grondwet
Een aantal zaken rond het kiesrecht en de instituties zijn elders in de Grondwet geregeld:

  • Art. 54 lid 1 Gw  Actief kiesrecht vanaf 18 jaar
  • Art. 54 lid 2 Gw   Bij een veroordeling van een gevangenisstraf van ten minste één jaar kan ook het kiesrecht worden afgenomen
  • Art. 50 t/m 64 Gw   Inrichting en samenstelling Staten-Generaal
  • Art. 65 t/m 72 Gw  Werkwijze Staten-Generaal
  • Art 129-130 Gw   Kiezen gemeenteraad en Provinciale Staten

Uitwerking in de Kieswet
In de Kieswet van 1989 staan tot in detail de spelregels rondom het kiezen en gekozen worden. Aan het eind staat een overzicht van de twintig kieskringen waarin Nederland is verdeeld. De Kieswet wordt sindsdien regelmatig geactualiseerd.
Zie volledige tekst Kieswet.

 

TOELICHTING OP ONDERDELEN

'Geheime stemming'
Art. 53 lid 2 Gw zegt dat de verkiezingen bij geheime stemming worden gehouden. Dit artikel werd verrassend actueel toen enkele jaren geleden verzet werd aangetekend tegen het gebruik van de stemcomputer.
Zie hieronder bij ACTUEEL.

'Gelijkelijk recht'
Art. 4 Gw zegt nadrukkelijk dat iedere Nederlander gelijkelijk recht heeft om te kiezen en gekozen te worden. In Nederland telt elke stem voor één stem. Uiteraard mag je wel stemmen bij volmacht waarbij je als stemmer méér stemmen mag uitbrengen.
Art. 53 lid 1 Gw bepaalt dat de leden van beide kamers gekozen worden op de grondslag van evenredige vertegenwoordiging binnen door de wet te stellen grenzen. Kiesrecht in Nederland is het recht van individuen. In de praktijk is het echter vrijwel onmogelijk om gekozen te worden zonder lid te zijn van een politieke partij. Zie het citaat van Van der Pot hierboven in de TOELICHTING.

'Iedere Nederlander'
Er is één uitzondering op de regel dat je het Nederlanderschap moet hebben om aan Nederlandse verkiezingen te mogen deelnemen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen mogen namelijk ook de niet-Nederlanders die in de gemeente staan ingeschreven, aan de verkiezingen deelnemen.
Zie verder bij EUROPEES RECHT.

 

GESCHIEDENIS

Opkomstplicht
Van 1917 tot 1970 kende Nederland een opkomstplicht bij de verkiezingen. Destijds was de invoering van de evenredige vertegenwoordiging een reden om deze plicht in te voeren. Wilde de Tweede Kamer een zo goed mogelijke afspiegeling van de kiezers zijn, dan moesten die ook allemaal aan de verkiezing meedoen, vond de politiek toen. Wie niet bij de stembus verscheen, kreeg een boete.
Overigens ging het hier om een opkomstplicht, niet om stemplicht. Wat je in het hokje met je stembiljet deed, daar ging de wetgever niet over.

Sinds de invoering van de opkomstplicht zijn er vanuit verschillende politieke partijen voortdurend pogingen gedaan om de opkomstplicht af te schaffen. Uiteindelijk kwam het Kabinet-De Jong in 1969 met een wetsvoorstel met die strekking dat moeiteloos door Tweede en Eerste Kamer kwam. Het jaar daarop werden de gevolgen van de afschaffing van de opkomstplicht voor het eerst zichtbaar. Nog geen 70 procent van de kiezers kwam opdagen bij de Statenverkiezingen.

Leeftijdsgrenzen
De leeftijd waarop je in Nederland mag stemmen, was lange tijd 25 jaar. In 1917 ging de leeftijd naar beneden naar 23 jaar, vervolgens in 1963 naar 21 jaar en in 1972 naar 18 jaar.
Voor het passieve kiesrecht moest je tot 1963 dertig jaar zijn om verkozen te worden. Bij de Grondwetsherziening dat jaar werd de leeftijd verlaagd naar 25 jaar en in 1971 naar 21 jaar. De nieuwe Grondwet van 1983 bracht ook voor het passieve kiesrecht de minimumleeftijd op 18 jaar.

 

NIEUWSITEMS

 

ACTUEEL

Ledenaantallen politieke partijen

De leden van de politieke partijen stellen de kandidatenlijsten bij de verkiezingen vast. Het betekent dat zo'n 300 duizend leden van politieke partijen letterlijk het gezicht van de Nederlandse politiek bepalen.
(De cijfers in het overzicht zijn verzameld door het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen in Groningen en betreffen de ledentallen op 1 januari 2016 resp. 1 januari 2018.)

 
CDA 50.181 46.630
Christen-Unie      23.398 25.071
D66  25.349 28.820
DENK  01.055 03.658
GroenLinks 21.188  28.429
PvdA 46.045 45.040
PvdD 12.131 16.156
PVV - -
SGP 29.928 30.399
SP 41.710  36.465
VVD   28.391 27.692
50plus 06.056 06.081
totaal
286.869     
317.325    

 

Benoemde burgemeester uit de Grondwet

Op 20 november 2018 is een tweederde meerderheid van de Eerste Kamer akkoord gegaan met een initiatiefvoorstel van D66 om art. 131 Gw te schrappen. Dit artikel zegt dat de commissaris van de Koning en de burgemeester bij koninklijk besluit worden benoemd. De politiek kan de manier waarop de commissaris en de burgemeester worden benoemd nu via een gewone wetswijziging wijzigen.
De grondwetswijziging verandert op dit moment niets aan de manier van benoeming. De huidige benoeming bij ‘koninklijk besluit’ staat namelijk ook in de Gemeentewet en de Provinciewet, terwijl in de praktijk gemeenteraden en staten via een vertrouwenscommissie de nieuwe ambtsdragers kiezen.

De coalitiefracties in de Eerste Kamer lieten in een motie vastleggen dat de burgemeester zijn relatief onafhankelijke positie moet behouden en dat hij een verbindend bestuurder van álle burgers moet blijven.
Gelet op de politieke verhouding in Eerste en Tweede Kamer is het niet te verwachten dat er in deze kabinetsperiode veel zal veranderen. Of een rechtstreekse verkiezing in de toekomst een reële optie is, valt te bezien. Op dit moment hebben alleen D66 en de PVV zich voor de gekozen burgemeester uitgesproken.

 

Raadgevend referendum bleek van tijdelijke aard

Een referendum is een volksraadpleging waar al heel lang over gesproken is als belangrijke aanvulling op ons kiesstelsel. Een referendum zou kunnen zorgen voor een meer directe vorm van democratie: burgers nemen besluiten zonder tussenkomst van gekozen vertegenwoordigers.

Je hebt twee soorten referenda: het bindend referendum en het raadgevend referendum.

  • Bindend referendum   Het meest vergaand is het bindend referendum. Een tijdlang heeft het er naar uitgezien dat Nederland een bindend referendum zou krijgen, want in 2014 was de meerderheid van Tweede en Eerste Kamer akkoord met het invoeren ervan. Omdat het een Grondwetswijziging betreft, was dit de zogeheten eerste lezing met een beslissing met een gewone meerderheid van stemmen. Het wachten was op de tweede lezing, maar een tweederde meerderheid bleek in de volgende Kamerperiode niet haalbaar. Vervolgens besloten de indieners D66, GroenLinks en PvdA, het voorstel in 2017 niet ter behandeling in te dienen.
  • Raadgevend referendum   Minder vergaand is het raadgevend referendum dat in 1 juli 2015 geregeld werd in de Wet raadgevend referendum. Daarvoor was geen grondwetswijziging nodig. De kiezer adviseert hier slechts over een wetsvoorstel en daarmee is de uitslag van het referendum niet bindend.

Wet raadgevend referendum
De Wet raadgevend referendum zegt dat een referendum gehouden mag worden over wetten die zijn aangenomen en bekrachtigd werden, maar nog niet in werking zijn getreden. Het referendum mag worden gehouden als er een eerste verzoek daartoe is ingediend met minimaal 10.000 handtekeningen en er vervolgens definitief verzoek is ingeleverd met minimaal 300.000 handtekeningen. Minstens 30 procent van de kiezers moet komen stemmen.
Zie volledige tekst Wet raadgevend referendum

Op 1 juli 2015 werd de wet formeel van kracht. Er zijn uiteindelijk twee referenda gehouden. Nederland maakte in april 2016 de primeur mee in de vorm van het referendum over de Associatieverdrag van de EU met Oekraïne. In maart 2018 was er een referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. In totaal zo'n vijftig verzoeken om een referendum te houden hebben het niet gehaald.

Einde raadgevend referendum
De afspraken tijdens de formatie van het Kabinet-Rutte III van oktober 2017 luidden na ruim twee jaar al weer het einde van het nieuwe referendum in. De coalitie stelde dat h
et referendum indertijd geïntroduceerd was als opmaat naar een correctief bindend referendum, maar dat het als tussenstap niet gebracht heeft wat ervan werd verwacht.
Het kabinet diende al in december 2017 een voorstel in om de Wet raadgevend referendum in te trekken, Op 22 februari 2018 ging de Tweede Kamer met een meerderheid van één stem daarmee akkoord waarna op 10 juli 2018 de Eerste Kamer de lot van het raadgevend referendum in Nederland definitief kon beslechten.

Nieuw referendum?
Rest de discussie over het beslissend correctief referendum dat begin juli 2018 in de stukken van de Staatscommissie Parlementair stelsel van Johan Remkes opdook. Volgens de commissie moet een goed functionerend referendum in elk geval een bindend karakter hebben: 'Als de kiezer gesproken heeft, heeft de politiek maar te volgen'.
Zie nieuwsbericht Staatscommissie Parlementair stelsel komt met 'Tussenstand'
Eind 2018 kwam de Staatscommissie Parlementair met haar officiële advies om een correctief bindend referendum in ter voeren om de Nederlanders de mogelijkheid te geven zelf iets over sommige wetten te kunnen zeggen.Correctief betekent dat de kiezers een wet kunnen tegenhouden die al door de Tweede en de Eerste Kamer is aangenomen. Om dit te bereiken moet een meerderheid bestaande uit meer dan eenderde van de kiesgerechtigden tegen de wet stemmen.
Zie nieuwsbericht Eindrapport Staatscommissie Parlementair stelsel verschenen
De kabinetsreactie op de plannen van Remkes c.s. is voorjaar te verwachten.

We hebben de geschiedenis van het referendum chronologisch op een rij gezet in het DOSSIER REFERENDUM.

 

Afdrachtsregelingen volksvertegenwoordigers verboden

De uitspraak van de Utrechtse rechtbank in februari 2017 in een zaak die een SP-raadslid tegen de gemeente Noordoostpolder had aangespannen, heeft minister Plasterk van Binnenlandse Zaken ertoe gebracht de zogeheten afdrachtsregeling, waar de volksvertegenwoordigers van de SP gebruik van maken, in de toekomst te verbieden. Zie voor de rechtszaak de JURISPRUDENTIE hieronder.
Op basis van de regeling dragen SP-politici meer dan de helft van hun inkomen aan de partij af. Ze laten het geld waar ze recht op hebben, op de rekening van de SP storten en krijgen vervolgens een deel daarvan door de uitbetaald.

Kern van de uitspraak van de Utrechtse rechter is door deze verplichte afdracht van de vergoedingen voor het politieke werk het risico bestaat dat politici financieel afhankelijk worden van hun partij. Art. 67 Gw zegt expliciet dat volksvertegenwoordigers 'zonder last' moeten kunnen opereren, iets wat volgens de rechter vanwege het verplichte karakter van de regeling niet kan.
Plasterk gaat de vergoedingen op de persoonlijke bankrekeningen van de betrokkenen storten. Tegenover BNN-nieuwsradio zei de minister op 7 juli 2017: 'Het staat een politicus volledig vrij om een deel van zijn inkomen aan zijn partij af te staan. Wat niet mag van de rechter is dat een overheid het totale inkomen naar een landelijke politieke partij overdraagt en dat dié vervolgens bepaalt of zo'n politicus wel of geen inkomen krijgt. Dan creëer je een afhankelijkheidssituatie en dat is in strijd met het eigen mandaat dat een volksvertegenwoordiger heeft.'

Bij monde van Kamerlid Ronald van Raak liet de SP weten woedend over het voorstel van Plasterk te zijn. Hij noemt het een 'pesterij' van de minister en zegt nog helemaal achter de afdrachtsregeling van zijn partij te staan: 'Ik houd er een heel fatsoenlijk inkomen aan over en met dat geld proberen we als partij onafhankelijk te zijn.'

 

Informatie Kamerverkiezingen 15 maart 2017

Op een aparte informatiepagina verzamelden we een aantal feiten en feitjes rond de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen.

 

Problemen met de Nederlandse stemcomputers

De invoering van stemcomputers leek in Nederland rimpelloos te verlopen. Nagenoeg alle gemeenten gebruikten in 2007 stemcomputers. Niet lang daarna besloot de ministerraad echter om vanaf 2009 vooralsnog weer met het potlood te gaan stemmen. Reden hiervoor was de discussie onder aanvoering van de actiegroep Wij vertrouwen stemcomputers niet over de manipuleerbaarheid en controleerbaarheid van stemcomputers.
Meer informatie op de site van 'Wij vertrouwen stemcomputers niet'

Aanleiding voor het oprichten van de actiegroep was in 2006 het besluit van de minister van Binnenlandse Zaken om de stemcomputers van 35 gemeenten af te keuren. Hij deed dit op basis van een onderzoek waaruit bleek dat deze computers elektromagnetische straling afgaven die tot op enkele tientallen meters afstand nog opgevangen en geanalyseerd kon worden. Hierdoor was het stemgeheim niet gewaarborgd.
De actiegroep 'Wij vertrouwen stemcomputers niet' spande vervolgens een kort geding aan om ook de andere typen te verbieden. De rechter oordeelde op 1 oktober 2007 dat de andere stemcomputers niet goedgekeurd hadden mogen worden en daarom niet bij die verkiezingen gebruikt hadden mogen worden. Deze stemcomputers bleken niet in staat om zinvolle hertellingen en controles mogelijk te maken, omdat ze de stemmen alleen softwarematig verzamelen.

Op 27 september 2007 bracht de Commissie Korthals Altes het adviesrapport Stemmen met vertrouwen aan het kabinet uit. De commissie kwam met de aanbeveling geen stemcomputers meer in te zetten en eventueel als alternatief een nieuw te ontwikkelen stemprinter te gaan gebruiken. Op zo'n apparaat brengt de kiezer dan zijn of haar stem uit, waarna de stemprinter vervolgens een papieren stembiljet produceert die in een stembus wordt gedeponeerd. Indien noodzakelijk kunnen deze stemmen ook handmatig worden geteld.
De staatssecretaris liet in een reactie op het adviesrapport weten de aanbevelingen over te nemen. Deze geavanceerde apparatuur is voorlopig nog niet beschikbaar en tot die tijd stemt Nederland vooralsnog met het rode potlood…

 

Rechter mag burgers van kiesrecht uitsluiten

Als de rechter iemand veroordeelt tot een vrijheidsstraf van tenminste één jaar, dan kan hij als bijkomende straf betrokkene het kiesrecht ontnemen. Art. 54 lid 2 Gw maakt dit mogelijk. Vroeger verviel het kiesrecht van zo iemand van rechtswege, maar de Grondwetsherziening van 1983 heeft een rechterlijke uitspraak noodzakelijk gemaakt. Het gaat hier om een uiterst klein groepje. Bij de Kamerverkiezingen van 2017 betrof het aantal mensen dat uitgesloten van het kiesrecht was, slechts 56 personen.
Tot 2008 konden ook mensen die door een rechter 'wegens een geestelijke stoornis' onbekwaam werden geacht om rechtshandelingen te verrichten, uit het kiesrecht worden ontzet. Door een wijziging in de Grondwet in 2008 is deze laatste uitsluitingsgrond komen te vervallen.

De rechter mag alleen tot uitsluiting besluiten bij bepaalde door de wet aangewezen misdrijven. In de praktijk zijn dit strafbare gedragingen die naar hun wettelijke omschrijving een aantasting van de grondslagen van ons staatsbestel inhouden. Denk aan het vervalsen van stembiljetten, maar ook aan een aanslag tegen de koning of een actie gericht op het omverwerpen van de regeringsvorm. In de praktijk is deze straf al jaren niet meer opgelegd. Gedetineerden mogen dus stemmen. Ten gevolge van beperkingen in hun bewegingsvrijheid is het aan gedetineerden uitsluitend toegestaan per volmacht te stemmen. Gedetineerden ontvangen hun oproepingskaart of stempas op hun huisadres.

In 2007 kreeg minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken een Kamervraag of zij het mogelijk wilde maken om in penitentiaire inrichtingen stemlokalen in te richten om de deelname van gedetineerden aan de verkiezingen te bevorderen. De minister bleek daartoe niet bereid omdat het onmogelijk was om in een gevangenis een stemlokaal in te richten die aan de eisen van de Kieswet voldeed. Al was het alleen maar omdat zo'n stemlokaal niet openbaar toegankelijk zou kunnen zijn.

 

JURISPRUDENTIE

Raadsvergoeding niet rechtstreeks naar politieke partij

Een SP-raadslid in de gemeente Noordoostpolder stapte naar de rechter omdat de gemeente weigerde haar raadsvergoeding op de bankrekening van de landelijke SP te storten.
Binnen de SP is het gebruikelijk dat zo’n vergoeding naar de partij gaat die vervolgens een deel ervan aan de betrokken volksvertegenwoordiger teruggeeft. Vrijwillig is zo’n afdrachtsregeling niet. Reeds bij de kandidaatstelling wordt een zogeheten cessie-overeenkomst getekend die de kandidaat daartoe t.z.t. zou verplichten.
Kun je een gemeente echter verplichten om die vergoeding rechtstreeks op de partijrekening te storten?

Volgens de gemeente was de vergoeding voor het betrokken raadslid en was het in strijd met de wet om de vergoeding aan haar politieke partij te geven. Als een volksvertegenwoordiger een vergoeding niet van de overheid maar van een politieke partij ontvangt, wordt betrokkene financieel afhankelijk van de partij. De overheid zou dan meewerken aan een afhankelijkheidsrelatie tussen volksvertegenwoordiger en partij. Dat is in strijd met het uitgangspunt in het Nederlandse staatsrecht dat de volksvertegenwoordiger zonder last moet kunnen functioneren.

Op 22 februari 2017 deed de rechtbank in Utrecht uitspraak in deze zaak. De gemeente Noordoostpolder werd in het gelijk gesteld.
De rechter vond dat het betalen van de raadsvergoeding niet aan het raadslid zelf, maar aan zijn of haar politieke partij, de onafhankelijkheid van betrokkene in gevaar zou kunnen brengen. Cessieovereenkomsten vanuit een politieke partij tot overdracht van inkomen aan de partijkas zijn dan ook nietig volgens de rechter.

Uitspraak Rechtbank Midden-Nederland (22.02.2017)

 

Raad van State verklaart te laat ingeleverde kandidatenlijst ongeldig

De Kieswet zegt dat op de dag van de kandidaatstelling de kandidatenlijsten tussen 9 en 15 uur bij de voorzitter van het hoofdstembureau op het gemeentehuis moeten worden ingeleverd.

In de Limburgse gemeente Margraten ging iets helemaal fout met het inleveren van de lijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen op maandag 23 januari 2006. De man die de kandidatenlijst van de combinatie PvdA-D66-GroenLinks moest komen brengen, haalde drie uur niet, maar leverde de lijst om 15:13 uur op het gemeentehuis in. Hij had van tevoren nog even gebeld dat hij van een afspraak elders moest komen, kwam vervolgens in een file terecht en arriveerde bijna een kwartier te laat.
Het hoofdstembureau besliste evenwel dat er sprake was van een ‘verschoonbare termijnoverschrijding’ en verklaarde dat de lijst van PvdA-D66-GroenLinks geldig was. Tegen dit besluit ging een inwoner van Margraten op 27 januari 2006 in beroep. De zaak kwam in een spoedprocedure voor bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State die op 2 februari uitspraak deed.

De Raad van State stelde vast dat de lijst van PvdA-D66-GroenLinks niet tussen 9 en 15 uur was ingeleverd en dat dat de lijst op grond van artikel I-5 van de Kieswet ongeldig maakte. ‘Deze bepaling is dwingend van aard en vereist strikte naleving’, aldus de Raad van State die er bovendien aan toevoegde dat nergens in de Kieswet de mogelijkheid staat om een te late indiening van kandidatenlijsten ongedaan te maken. Er kon weliswaar in zeer uitzonderlijke gevallen sprake zijn van een ‘verschoonbare termijnoverschrijding’, maar daar was in Margraten geen sprake van geweest, zo had de Kiesraad desgevraagd aangegeven.
Het hoofdstembureau had ter verdediging aangevoerd dat, als de combinatie PvdA-D66-GroenLinks niet zou kunnen deelnemen aan de gemeenteraadsverkiezingen, ‘het democratisch beginsel van evenredige vertegenwoordiging zou zijn aangetast’. De Raad van State stelde daar tegenover dat ‘de keuze van de wetgever voor een strikte regeling in de Kieswet juist als achtergrond heeft een voor ieder gelijke eerlijke verkiezing te waarborgen’.
De Raad van State besloot het besluit van het hoofdstembureau van 26 januari 2006 te vernietigen waarmee de kandidatenlijst van PvdA-D66-GroenLinks ongeldig verklaard werd.

Bij de verkiezingen van 7 maart 2006 verloor de combinatie PvdA-D66-GroenLinks in Margraten haar twee zetels. Maar liefst 640 kiesgerechtigden besloten blanco te stemmen, de meesten ongetwijfeld omdat hun partij niet op de lijst stond.

Uitspraak Raad van State (02.02.2006)

 

EUROPEES RECHT

Vooraf

  • Staatsrechtelijk is de Nederlandse wetgeving inclusief Grondwet ondergeschikt aan het Europees recht. Mochten Nederlandse wetten de burger echter méér garantie bieden, dan heeft hij aanspraak op de meest vergaande bescherming, in dit geval van de Nederlandse wet. Lees meer over de relatie tussen Grondwet en Europese grondrechten en de manier waarop de rechter daarmee om gaat.
  • De integrale teksten van de verdragen en andere regelgeving hieronder vindt u bij de downloads.

Verdrag Werking Europese Unie

  • Art. 20-22 VWEU   Opmerkelijk is dat dit artikel bepaalt dat aan iedere burger van de Europese Unie het passief en actief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen toekomt in een lidstaat waar hij verblijft, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat. Tot dan toe kende Nederland een beperking van vijf jaar onafgebroken ingezetenschap.
    Zie ook art. 39-40 Handvest Grondrechten Europese Unie.

Europees Verdrag Rechten van de mens

  • Art. 3 Protocol EVRM: Recht op vrije, geheime verkiezingen

 

 

Uitgelicht

Nashville-verklaring

De door 250 Nederlanders ondertekende Nashville-verklaring leidde tot felle discussies. Mogen de ondertekenaars zich beroepen op de vrijheid van meningsuiting van art. 7 Gw? Zijn homo’s en transgenders door de verklaring gediscrimineerd op grond van art. 1 Gw? Welk recht weegt zwaarder?
Hoogleraar rechtsfilosofie Thomas Mertens zei er in dagblad Trouw van 8 januari 2019 over:
Hier lijkt mij toch vooral de boodschap: wij christenen zijn in de verdrukking en we houden vast aan onze waarheid. Dat is mijn waarheid niet en ook niet die van vele anderen, maar ze mogen het van mij zeggen. En van de rechter ook, vermoed ik. Het is een gevecht van een groep die zich in de verdrukking voelt in deze seculiere tijd en die waarschijnlijk nog steeds de openstelling van het huwelijk voor mensen van het gelijke geslacht betreurt. Tolerantie voor onwelgevallige meningen is cruciaal voor de vrije meningsuiting.

Lees het hele artikel

Knipoog

Parlementair taalgebruik

Op 26 september 2018 schreef Ewoud Sanders een column in NRC Handelsblad over parlementair taalgebruik.
'Na de Algemene Politieke Beschouwingen van vorige week begint de vraag zich op te dringen hoe ver politici kunnen gaan voordat zij door de Kamervoorzitter worden teruggefloten. Wilders, die de beschouwingen mocht openen, zette meteen de toon. Ik telde drie keer oprotten en één keer 'Rot zelf lekker op!' Dit was gericht tegen 'de bende van Denk', zoals Wilders ze noemde. (…) Inmiddels lijken oprotten, oppleuren en oplazeren in Haagse kringen zo geaccepteerd dat de Kamervoorzitter ze kritiekloos laat passeren. Ik vind dat opmerkelijk. Zeker als je bedenkt dat van politici nog altijd wordt verwacht dat ze een voorbeeldfunctie vervullen.'

 Lees de hele column van Ewoud Sanders.