• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Grondrechten

Artikel 22

De overheid moet de volksgezondheid in Nederland bevorderen en ze moet zorgen voor voldoende goede woningen. Verder schept de overheid voorwaarden voor ontplooiing en vrijetijdsbesteding.


LETTERLIJKE TEKST GRONDWET

1. De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.
2. Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.
3. Zij schept voorwaarden voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding.


TOELICHTING BIJ ARTIKEL 22


Artikel 22 is een typisch sociaal grondrecht dat de overheid verschillende taken toebedeelt. Er komen in de drie onderdelen van het artikel een aantal wel zeer uiteenlopende beleidsthema’s voorbij: volksgezondheid, woongelegenheid, maatschappelijke en culturele ontplooiing en vrijetijdsbesteding. In alle drie bepalingen krijgt de overheid een taak; ze moet bevorderen, ze moet zorgen, ze moet voorwaarden scheppen. In één woord samengevat: zorgplicht.
Steeds betreffen ze de verhouding tussen de overheid en de burger. Ofwel: ze hebben een verticale werking.

Reeds in de Staatsregeling voor het Bataafsche Volk uit 1798 werden er woorden gewijd aan één van de thema’s van artikel 22, namelijk de gezondheid. Artikel 62 in het hoofdstuk 'Burgerlijke en staatkundige Grondregels' geeft de overheid de volgende taak:
‘Zij strekt, insgelijks, door heilzame wetten, haare zorg uit tot alles, wat in het algemeen de gezondheid der Ingezetenen kan bevorderen, met wegruiming, zooveel mooglijk, van alle belemmeringen.’
Drie jaar later in de Staatsregeling des Bataafschen Volks is het artikel verdwenen om pas in de Grondwet van 1983 terug te keren...

Prof. Kortmann zegt in zijn boek De Grondwetsherziening 1983 over de aansporingen richting overheid in artikel 22 (pag. 117): ‘Het betreft hier - gelukkig - slechts adequate keuzemogelijkheden’. In gedachten zie je hem glimlachen...
In zijn boek Constitutioneel recht merkt hij hierover ook nog op (pag. 387): ‘Al met al is deze bepaling van een zodanige vaagheid dat zij hier verder geen aandacht behoeft’...

Prof. Kortmann staat hierin niet alleen. In Tekst & Commentaar op de Grondwet stellen de auteurs: 'Dit lid is van een zodanige onbestemdheid dat het nauwelijks betekenis heeft'.
Prof. Akkermans merkt in 2005 op zijn boek Grondrechten (pag. 141):
‘De laatste jaren is er bij voortduring bezuinigd op met name de gezondheidszorg, de welzijns- en culturele voorzieningen, maar ook op de woningbouw. De behandeling van artikel 22 in het parlement was minimaal, waaruit valt af te leiden dat de politieke betekenis van het grondrecht niet hoog werd geacht.’


TOELICHTING PER LID

Lid 1

Bij de parlementaire behandeling van artikel 22 in de Tweede Kamer in 1976-1977 stond in de toelichting bij lid 1 dat hier ging om: 'het beleid ten aanzien van de verzekering tegen ziektekosten, de prenatale zorg, de zuigelingenzorg, de schoolgeneeskundige diensten, het bevorderen van onderzoek op medisch terrein, zorg voor de voedselvoorziening, enz.'
Opmerkelijk element van deze overheidszorg was het zogeheten Rijksvaccinatieprogramma uit 1957 stamt. Dit programma hield in dat alle kinderen in Nederland voortaan kosteloos gevaccineerd konden worden tegen belangrijke infectieziekten. Deelname aan de vaccinatie was en is nog steeds niet verplicht, maar anno 2016 laat meer dan 95 procent van de ouders hun kind inenten.
Hoewel de gezondheidzorg de afgelopen tijd zeer regelmatig onderwerp van discussie is, wordt dit grondwetsartikel hier zelden bij betrokken. Een van die zeldzame momenten is een opmerking van de Raad van State in het jaarverslag van 2004 (pag. 80) naar aanleiding van een advies over de Zorgverzekeringswet:
‘Het voorstel combineert een privaatrechtelijke zorgverzekering met alleen die publiekrechtelijke randvoorwaarden die noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de markt om te voldoen aan internationaalrechtelijke verplichtingen en aan de minimumvereisten die uit artikel 22 van de Grondwet voortvloeien. Volgens de Raad schuilt de kwetsbaarheid van deze aanpak in de combinatie van voorwaarden voor marktwerking met eisen van toegankelijkheid en betaalbaarheid.’

Lid 2

Huisvesting is sinds de Woningwet van 1901 weliswaar al onderwerp van actief overheidsingrijpen, maar net als de gezondheidszorg kwam het thema pas in 1982 in de Grondwet terecht.
Bij dezelfde parlementaire behandeling in 1976-1977 stond in de toelichting bij lid 2 dat het hier niet om het aantal woningen ging, maar ook ‘om het volume, de kwaliteit, de veiligheid en de gezondheid ervan’.
De eerste vraag die bij de Kamerleden bij het begrip ‘voldoende woongelegenheid’ opkwam, was: wat is voldoende? Denkt de regering hier misschien zelfs aan ‘recht op wonen? De regering kwam met een ingewikkeld antwoord: 'Het beleid moet erop gericht zijn dat slechts in noodgevallen een situatie van onvoldoende wooneenheden mag bestaan.'
Van der Pot ‘vertaalt’ dat in het Handboek van het Nederlands Staatsrecht, 2012) met 'voldoende betaalbare woongelegenheid', in elk geval geen ‘recht op wonen’...


Lid 3

Met maatschappelijke ontplooiing bedoelde de regering 'de zorg om de relaties van mens tot mens, in gezin, werk en samenleving, zo goed mogelijk te laten functioneren, de zorg derhalve voor het maatschappelijk welzijn van de mens'.
Zo’n antwoord riep meteen weer tal van vragen op. Wat betekent die ‘zorg om de relaties van mens tot mens'? Wat heeft de overheid feitelijk met de maatschappelijke ontplooiing van de burgers te maken? Is iedereen hiervan wel gediend?
Met culturele ontplooiing en vrijetijdsbesteding ging het er volgens de regering om dat de burger 'voldoende mogelijkheden krijgt om kennis te nemen van en te participeren in cultuuruitingen en gebruik te maken van recreatieve voorzieningen'.
Bevordering van de kunst valt wel onder lid 3, maar vrijheid van de kunst niet, blijkt tijdens de parlementaire behandeling. De overheid moet zich weliswaar onthouden van een oordeel over de inhoud van een kunstuiting, maar bijvoorbeeld bij subsidies aan de kunst is het onvermijdelijk dat de overheid er beoordelingscriteria op na houdt die dichtbij een inhoudelijk oordeel liggen.


ARTIKEL 22 IN DE ACTUALITEIT

Links naar nieuwsitems


Nederland mag uitgeprocedeerde asielzoekers niet op straat laten staan
Begin 2013 diende de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) een klacht in tegen de Nederlandse staat bij het Comité voor Sociale Rechten van de Raad van Europa . Het kerkgenootschap vond dat Nederland asielzoekers in de kou liet staan die niet voldoende papieren hadden of afgewezen waren, door hen zonder voedsel en kleding op straat te zetten. Daarmee zou Nederland het Europees Sociaal Handvest schenden.
In een voorlopig oordeel achtte het Comité voor Sociale Rechten eind oktober 2013 de klacht van PKN gegrond en stelde de Nederlandse overheid in het ongelijk. De Nederlandse overheid moet ook de uitgeprocedeerde asielzoekers voorzien van eten, kleding en onderdak.
De uitspraak houdt in dat de overheid tot er een definitieve uitspraak is, deze groep niet op straat laten staan.

Op 1 juli 2014 kwam het Comité tot een definitief oordeel dat identiek was aan het voorlopige vonnis van een halfjaar daarvoor. Nederland mocht geen uitgeprocedeerde asielzoekers op straat laten staan.
Het comité stelde in zijn vonnis onder andere het volgende vast:
‘Het recht op onderdak is nauw verbonden met het recht op leven en cruciaal voor de eerbiediging van de menselijke waardigheid van ieder mens. Net als in eerdere jurisprudentie stelt het Comité dat ook volwassen migranten zonder verblijfsrecht recht hebben op onderdak. Ook wanneer zij het land moeten verlaten. (...) Toegang tot voedsel, water, kleding en een veilige plek om te slapen zijn minimumvereisten om te kunnen overleven.’


JURISPRUDENTIE ROND ARTIKEL 22

#


EUROPESE GRONDRECHTEN


In het Europees Sociaal Handvest, het Handvest Grondrechten Europese Unie en het Internationaal verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten staan in verschillende artikelen bepalingen die te maken hebben met artikel 22 van de Nederlandse Grondwet.
In het algemeen geldt dat als een verdragsbepaling een betere bescherming biedt of een ruimere formulering bevat dan onze Grondwet, de internationale formulering geldt. Als daarentegen de nationale wet meer garanties biedt dan het verdragsrecht gelden deze garanties. Als burger heb je dus altijd aanspraak op de meest vergaande bescherming.


Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)


Artikel 53

Waarborging van bestaande rechten van de mens
Geen bepaling van dit Verdrag zal worden uitgelegd als beperkingen op te leggen of inbreuk te maken op de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden die verzekerd kunnen worden ingevolge de wetten van enige Hoge Verdragsluitende Partij of ingevolge enig ander Verdrag waarbij de Hoge Verdragsluitende Partij partij is.


Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR)

Artikel 5
1. Geen bepaling van dit Verdrag mag zodanig worden uitgelegd als zou zij voor een Staat, een groep of een persoon het recht inhouden enige activiteit te ontplooien of enige daad te verrichten, die ten doel heeft de rechten en vrijheden welke in dit Verdrag zijn erkend, te vernietigen of deze rechten en vrijheden meer te beperken dan bij dit Verdrag is voorzien.
2. Het is niet toegestaan enig fundamenteel recht van de mens dat in een land, ingevolge wettelijke bepalingen, overeenkomsten, voorschriften of gewoonten, wordt erkend of bestaat, te beperken of ervan af te wijken, onder voorwendsel dat dit Verdrag die rechten niet erkent of dat het deze slechts in mindere mate erkent.


Europees Sociaal Handvest (ESH)

Artikel 11

Recht op bescherming van de gezondheid
Teneinde de doeltreffende uitoefening van het recht op bescherming van de gezondheid te waarborgen, verbinden de partijen zich, hetzij rechtstreeks, hetzij in samenwerking met openbare of particuliere instanties, passende maatregelen te nemen onder andere met het oogmerk:
1. de oorzaken van een slechte gezondheid zoveel mogelijk weg te nemen
2. ter bevordering van de volksgezondheid en de persoonlijke verantwoordelijkheid op het gebied van de gezondheid voorzieningen te treffen op het terrein van voorlichting en onderwijs
3. epidemische, endemische en andere ziekten, alsmede ongevallen, zoveel mogelijk te voorkomen.

Artikel 12

Recht op sociale zekerheid
Teneinde de doeltreffende uitoefening van het recht op sociale zekerheid te waarborgen, verbinden de partijen zich:
1. een stelsel van sociale zekerheid in te voeren of in stand te houden
2. het stelsel van sociale zekerheid te houden op een toereikend niveau, dat ten minste gelijk is aan het niveau dat vereist is voor de bekrachtiging van de Europese code inzake sociale zekerheid
3. te streven naar het geleidelijk optrekken van het stelsel van sociale zekerheid naar een hoger niveau
4. stappen te ondernemen, door het sluiten van passende bilaterale en multilaterale verdragen of door andere middelen, en met inachtneming van de in zulke verdragen neergelegde voorwaarden, ter waarborging van:
a. een gelijke behandeling van de onderdanen van andere partijen en de eigen onderdanen wat betreft rechten op het gebied van sociale zekerheid, met inbegrip van het behoud van uitkeringen uit hoofde van socialezekerheidswetgeving, ongeacht eventuele verplaatsingen van de beschermde personen tussen de grondgebieden van de partijen
b. de verlening, handhaving en het herstel van rechten op sociale zekerheid, onder andere door het samentellen van tijdvakken van verzekering of tewerkstelling van de betrokkenen overeenkomstig de wetgeving van elk der partijen.

Artikel 13

Recht op sociale en geneeskundige bijstand
Teneinde de doeltreffende uitoefening van het recht op sociale en geneeskundige bijstand te waarborgen, verbinden de partijen zich:
1. te waarborgen dat een ieder die geen toereikende inkomsten heeft en niet in staat is zulke inkomsten door eigen inspanning of met andere middelen te verwerven, in het bijzonder door uitkeringen krachtens een stelsel van sociale zekerheid voldoende bijstand verkrijgt en in geval van ziekte de voor zijn toestand vereiste verzorging geniet
2. te waarborgen dat personen die zulk een bijstand ontvangen, niet om die reden een vermindering van hun politieke of sociale rechten ondergaan
3. te bepalen dat een ieder van de bevoegde openbare of particuliere diensten de voorlichting en persoonlijke bijstand ontvangt die nodig zijn om zijn persoonlijke nood of die van zijn gezin te voorkomen, weg te nemen of te lenigen
4. de bepalingen sub 1, 2 en 3 van dit artikel op onderdanen van andere partijen die legaal binnen hun grondgebied verblijven, toe te passen op gelijke wijze als op hun eigen onderdanen, in overeenstemming met hun verplichtingen krachtens het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand, op 11 december 1953 te Parijs ondertekend.


Handvest Grondrechten Europese Unie

Artikel 13

Vrijheid van kunsten en wetenschappen
De kunsten en het wetenschappelijk onderzoek zijn vrij. De academische vrijheid wordt geëerbiedigd.

Artikel 35

Gezondheidszorg
Eenieder heeft recht op toegang tot preventieve gezondheidszorg en op medische verzorging onder de door de nationale wetgevingen en praktijken gestelde voorwaarden. Bij de bepaling en de uitvoering van het beleid en het optreden van de Unie wordt een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid verzekerd.


Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR)


Artikel 11

1. De staten die partij zijn bij dit verdrag erkennen het recht van een ieder op een behoorlijke levensstandaard voor zichzelf en zijn gezin, daarbij inbegrepen toereikende voeding, kleding en huisvesting, en op steeds betere levensomstandigheden. De staten die partij zijn bij dit verdrag nemen passende maatregelen om de verwezenlijking van dit recht te verzekeren, daarbij het essentieel belang erkennende van vrijwillige internationale samenwerking.
2. De staten die partij zijn bij dit verdrag, het fundamentele recht erkennende van een ieder gevrijwaard te zijn tegen honger, nemen zowel zelfstandig als door middel van internationale samenwerking de maatregelen, waaronder mede begrepen bijzondere programma's, die nodig zijn ten einde:
a. de methoden voor de voortbrenging, verduurzaming en verdeling van voedsel te verbeteren door volledige gebruikmaking van de technische en wetenschappelijke kennis, door het geven van voorlichting omtrent de beginselen der voedingsleer en door het ontwikkelen of reorganiseren van agrarische stelsels op zodanige wijze dat de meest doelmatige ontwikkeling en benutting van natuurlijke hulpbronnen wordt verkregen
b. een billijke verdeling van de wereldvoedselvoorraden in verhouding tot de behoefte te verzekeren, daarbij rekening houdende met de problemen van zowel de voedsel invoerende als de voedsel uitvoerende landen.

Artikel 12
1. De staten die partij zijn bij dit verdrag erkennen het recht van een ieder op een zo goed mogelijke lichamelijke en geestelijke gezondheid.
2. De door de staten die partij zijn bij dit verdrag te nemen maatregelen ter volledige verwezenlijking van dit recht omvatten onder meer die welke nodig zijn om te komen tot:
a. vermindering van het aantal doodgeborenen en van de kindersterfte, alsmede een gezonde ontwikkeling van het kind
b. verbetering van alle aspecten betreffende de hygiëne van het gewone milieu van de mens en van het arbeidsmilieu
c. voorkoming, behandeling en bestrijding van epidemische en endemische ziekten, alsmede van beroepsziekten en andere ziekten
d. het scheppen van omstandigheden die een ieder in geval van ziekte geneeskundige bijstand en verzorging waarborgen.

Artikel 15
1. De staten die partij zijn bij dit verdrag erkennen het recht van een ieder:
a. deel te nemen aan het culturele leven
b. de voordelen te genieten van de wetenschappelijke vooruitgang en de toepassing daarvan;
c. de voordelen te genieten van de bescherming van de geestelijke en stoffelijke belangen voortvloeiende uit door hem verricht wetenschappelijk werk of uit een literair of artistiek werk waarvan hij de schepper is.
2. De door de staten die partij zijn bij dit verdrag te nemen maatregelen om tot de volledige verwezenlijking van dit recht te komen houden mede in die, welke noodzakelijk zijn voor het behoud, de ontwikkeling en de verbreiding van wetenschap en cultuur.
3. De staten die partij zijn bij dit verdrag verbinden zich de vrijheid te eerbiedigen die onontbeerlijk is voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek en scheppend werk.
4. De staten die partij zijn bij dit verdrag erkennen de voordelen die de stimulering en ontwikkeling van internationale contacten en van internationale samenwerking op wetenschappelijk en cultureel gebied met zich brengen.


Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind

Artikel 24

Gezondheidszorg
Het kind heeft recht op de best mogelijke gezondheid en op gezondheidszorgvoorzieningen. De overheid waarborgt dat geen enkel kind de toegang tot deze voorzieningen wordt onthouden. Extra aandacht is er voor de vermindering van baby- en kindersterfte, eerstelijnsgezondheidszorg, voldoende voedsel en schoon drinkwater, zorg voor moeders voor en na de bevalling en voor voorlichting over gezondheid, voeding, borstvoeding en hygiëne. De overheid zorgt ervoor dat traditionele gewoontes die schadelijk zijn voor de gezondheid van kinderen, worden afgeschaft.

Uitgelicht

Vier grondwettelijke redenen

Bastiaan Rijpkema schreef in NRC Next van 21 juli 2018 een column over het interview op de fiets dat Tijs van den Brink had met minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge. Hij hoorde De Jonge in een bijzin zeggen dat deze samenwerking met de PVV 'in beginsel' niet uitsluit.Voor alle zekerheid reikte Rijpkema de minister in zijn column 'een Grondwet vol redenen' aan tegen zo'n samenwerking.
'Het kan uiteraard aan de ademnood van beide fietsers hebben gelegen, maar er werd geen woord gewisseld over de voorstellen van de PVV. Het willen sluiten van alle moskeeën (in strijd met art. 6 Gw), het willen sluiten van alle islamitische scholen (art. 23 Gw), het weren van moslims uit het leger (art. 1 Gw), en inmiddels ook het willen ontnemen van stemrecht aan Nederlanders met een dubbele nationaliteit, zelfs als ze praktisch niet van hun andere nationaliteit af kunnen komen, zoals Marokkaanse Nederlanders (art. 4 Gw). Stuk voor stuk glasheldere, principiële en grondwettelijke redenen om samenwerking uit te sluiten, totdat de PVV afstand doet van haar antirechtsstatelijke standpunten.'

'Lees de hele column van Bastiaan Rijpkema.

Knipoog

Parlementair taalgebruik

Op 26 september 2018 schreef Ewoud Sanders een column in NRC Handelsblad over parlementair taalgebruik.
'Na de Algemene Politieke Beschouwingen van vorige week begint de vraag zich op te dringen hoe ver politici kunnen gaan voordat zij door de Kamervoorzitter worden teruggefloten. Wilders, die de beschouwingen mocht openen, zette meteen de toon. Ik telde drie keer oprotten en één keer 'Rot zelf lekker op!' Dit was gericht tegen 'de bende van Denk', zoals Wilders ze noemde. (…) Inmiddels lijken oprotten, oppleuren en oplazeren in Haagse kringen zo geaccepteerd dat de Kamervoorzitter ze kritiekloos laat passeren. Ik vind dat opmerkelijk. Zeker als je bedenkt dat van politici nog altijd wordt verwacht dat ze een voorbeeldfunctie vervullen.'

 Lees de hele column van Ewoud Sanders.