• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Grondrechten

Artikel 11

Iedere Nederlander heeft recht op de onaantastbaarheid van zijn lichaam. Wel mag de wetgever uitzonderingen op dat grondrecht maken.

 

 

TEKST GRONDWET

Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.

 

TOELICHTING

Lichamelijke en psychische integriteit
Art. 11 Gw zorgt voor de bescherming van de lichamelijke en psychische integriteit van de burgers. Aandacht voor de onaantastbaarheid van het lichaam stamt uit een tijd dat er in naam van de overheid nog gefolterd en gemarteld werd.

Relatie met art. 10 Gw
Strikt juridisch gezien is art. 11 Gw overbodig. De onaantastbaarheid van het lichaam maakt onderdeel uit van de persoonlijke levenssfeer waar art. 10 Gw over gaat. Bij de voorbereiding van de Grondwetsherziening 1983 stelde de regering voor om dit artikel weg te laten. De Kamer nam in juni 1979 echter een motie van VVD-Kamerlid Kappeyne van de Coppello aan om dat te voorkomen. Artikel 11 bleef in de Grondwet.

Abortus. euthanasie en donororganen
Art. 11 geeft je het recht om zelf over je lichaam te beschikken, ook na je overlijden. Zonder instemming van de betrokkene mag geen euthanasie  worden toegepast. Hetzelfde geldt voor abortus. Ook mogen er geen donororganen uit het lichaam van de overledene verwijderd worden. Zie hieronder bij Actueel het item over verplichte donorregistratie en de nieuwe Donorwet.

Dwangbehandelingen verboden
Het artikel verbiedt dwangbehandelingen. Denk aan vaccinaties, bloedtransfusies en het gedwongen toedienen van voedsel. De rechters zien het zelfbeschikkingsrecht ruim. Zo kunnen ook lawaai en bepaalde vormen van milieuverontreiniging inbreuk op de lichamelijke en psychische integriteit vormen.

Verplichte bloedproef
Wie denkt artikel 11 te kunnen gebruiken om een bloedproef te weigeren, komt bedrogen uit. Weigeren van de bloedproef zal de rechter beschouwen als een schuldbekentenis.

Recht op onaantastbaarheid in de gewone wetgeving
In verschillende wetten is de uitwerking van dit grondrecht terug te vinden. Bijvoorbeeld in de Politiewet waar paragraaf 2.2 de bevoegdheden van de politie regelt.
Ook voor ambtenaren is op dit punt het een en ander bij wet geregeld. In art. 11 van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) uit 2017 staan spelregels voor onderzoek aan het lichaam en de kleding van een ambtenaar:
De ambtenaar is verplicht tijdens het verblijf op zijn werk zich te onderwerpen aan een in het belang van de dienst door de overheidswerkgever gelast onderzoek aan zijn lichaam of aan zijn kleding of van zijn daar aanwezige goederen. De overheidswerkgever op wiens last het onderzoek plaatsheeft, neemt de nodige maatregelen ten einde daarbij een onredelijke of onbehoorlijke bejegening te voorkomen.
De verwachting is dat de politiek de komende jaren nog kritisch naar deze regels gaat kijken.
Bekijk de volledige tekst van de Wnra.

 

NIEUWSITEMS

 

ACTUEEL

Verplichte donorregistratie en de nieuwe Donorwet

Regelmatig keerde in Nederland de discussie terug over het systeem van donorregistratie. In februari 2011 besloot minister Schippers nog om het donorregistratiesysteem van Wet op de orgaandonatie uit 1998 ongewijzigd te laten. Deze wet zegt dat iedereen van twaalf jaar en ouder die wilsbekwaam is, toestemming kon geven voor de donatie van organen en weefsels na overlijden. Deze toestemming diende je vast te leggen in het Donorregister. Stond er niets in het register, dan werd de beslissing na het overlijden overgelaten aan de nabestaanden.

Sindsdien werd er regelmatig voor gepleit om dat systeem te vervangen door een systeem waarbij mensen automatisch als orgaandonor worden geregistreerd tenzij ze hier zelf bezwaar tegen maken. Een dergelijk systeem zou voor meer donoren kunnen zorgen. Een meerderheid van de Kamer achtte zo’n nieuw systeem echter een inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht.

donorweek

Initiatiefwet D66
Op initiatief van D66 ging de Tweede Kamer in september 2016 akkoord met de Donorwet die gebaseerd is op een actief donorregistratiesysteem. Het vraagt van de burger actief een keuze te maken om niet als donor geregistreerd te staan. De Donorwet van D66 gaat uit van een veronderstelde toestemming in plaats van een expliciete toestemming. Het is ja, tenzij.
Rond de nieuwe Donorwet is veel geschreven over art. 11 Gw. Tegenstanders wezen op de schending van de lichamelijke integriteit, de voorstanders vonden dat het nieuwe systeem juist de individuele zelfbeschikking bevorderde.

In zijn advies over de initiatiefwet schreef de Raad van State destijds dat een actief donorregistratiesysteem niet per definitie in strijd met de Grondwet is. Art. 11 Gw zegt immers dat het recht op onaantastbaarheid van het lichaam alleen mag worden ingeperkt als dat wettelijk wordt geregeld. Hetgeen geschiedt is met het aannemen van het initiatief-wetsvoorstel van D66 door de Tweede en Eerste Kamer op respectievelijk 13 september 2016 en 13 februari 2018.

Op 1 juli 2018 stonden 6.354.909 mensen geregistreerd:

  • 3.698.639 mensen staan als donor geregistreerd.
  • 1.932.189 mensen willen geen donor zijn.
  • 724.081 laten de beslissing over aan iemand anders.

(bron: website donorregister)

 

Behandeling gehandicapte Brandon

Nederland heeft tot nu toe het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap van 13 december 2006 niet geratificeerd. Het ratificatievoorstel is inmiddels op 21 januari 2016 wel met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer aangenomen, maar het ligt nog bij de Eerste Kamer zodat het nog niet van kracht is.

Was dit wel het geval geweest, dan zou de zaak uit 2011 van de 18-jarige gehandicapte Brandon die vanwege zijn gedrag drie jaar vastgebonden werd, minder schrijnend in het nieuws gekomen zijn.
Had Nederland het verdrag geratificeerd, dan hadden de ouders van Brandon gewoon naar de rechter kunnen stappen om bezwaar te maken tegen de behandeling van hun zoon in de instelling. Art. 13 van het Verdrag zegt namelijk dat je als gehandicapte recht hebt om de rechter in te schakelen als je vindt dat je volgens de wetten van je eigen land niet goed behandeld wordt. Met alleen de Nederlandse wetgeving bleek er geen juridisch verweer mogelijk tegen de behandeling die Brandon kreeg.

 

Mosquito treitert hangjongeren weg

De Mosquito is een metalen kastje dat een zeer hoge toon verspreidt. Die frequentie is alleen hoorbaar voor jonge oren tot ongeveer 25 jaar. Omdat het gehoor met de jaren verslechtert, horen 25-plussers de irritante zoem van het apparaat net. Het apparaat werd zo'n tien jaar geleden in een groot aantal gemeenten aangeschaft om te verjagen.
Tegenstanders beschouwden de Mosquito in strijd met art. 11 Gw omdat het kastje in strijd zou zijn met de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam.

In 2008 besloot toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Ter Horst om het apparaat vooralsnog niet te verbieden. Wel achtte ze het mogelijk dat een rechter met verwijzing naar art. 11 Gw zou kunnen oordelen dat de Mosquito de grondrechten daadwerkelijk schendt.
Gemeenten hebben volgens haar genoeg andere mogelijkheden om de hangjongerenproblematiek aan te pakken, aldus de minister. Gemeenten kunnen de apparaten op eigen initiatief verwijderen of het laten aankomen op een uitspraak van een rechter. Zie de handreiking de minister aan de gemeenten.

 

JURISPRUDENTIE

Camerabeelden van een wachtruimte in een ziekenhuis

Vallen camerabeelden van voor het publiek toegankelijke ruimten van een ziekenhuis onder het medische verschoningsrecht? Het slachtoffer van een mishandeling meende in een wachtruimte van het ziekenhuis de dader te hebben herkend. De officier van justitie vorderde daarop de camerabeelden van het ziekenhuis om de identiteit van de man te achterhalen.
Het ziekenhuis verzette zich tegen tegen de inbeslagname van de beelden met een beroep op zijn medisch verschoningsrecht. Dit zegt dat iedere patiënt zich vrijuit en zonder vrees voor de openbaarmaking van toevertrouwde gegevens tot een arts moet kunnen wenden.

De rechtbank oordeelde dat de camerabeelden om tweee redenen niet onder het verschoningsrecht vallen:

  • Op de beelden staan niet alleen patiënten, maar ook bezoekers en begeleiders. Dit maakt het onmogelijk om vast te stellen wie de patiënt is.
  • De beelden in een openbare ruimte gemaakt. Iedereen die daar aanwezig was, kon hetzelfde waarnemen als op de beelden staat.

De Hoge Raad was het hier in zijn uitspraak van 10 april 2018 niet mee eens. Volgens de raad gaat het argument van de rechtbank dat niet vastgesteld kan worden wie patiënt is, niet altijd op.
Bovendien staan er in elk geval óók patiënten op de beelden. Hun identiteit of het bestaan van een hulpverleningsrelatie kan van de beelden kan afgeleid worden en daarmee vallen ze onder het verschoningsrecht. Dat op de beelden ook anderen te zien zijn en dat ze in een openbare ruimte gemaakt zijn, zijn argumenten die daar niet aan af doen.

Uitspraak Hoge Raad (10.04.2018)

 

In de vinger gesneden

In 2003 sneed tandarts X zich in zijn vinger met een instrument waarmee hij een patiënt behandelde. Via die wond kwam hij in aanraking met bloed van een homoseksuele patiënt. De tandarts vond dat de patiënt tot de groep van de bevolking behoorde met een verhoogde kans op besmetting met het Hiv-virus. Hij vroeg de patiënt bloed af te staan voor een aidstest. Deze weigerde dat en beriep zich op naar de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam, zoals deze in art. 11 Gw geregeld is.

De zaak kwam voor de rechte. Uiteindelijk stelde de Hoge Raad de tandarts in het gelijk, de patiënt moest wél bloed afstaan. Het ging volgens de rechter weliswaar om een inbreuk op art. 11 Gw, maar het was slechts een geringe inbreuk. In de juridische taal van de Raad van State:
'Voorts heeft het hof (...) geoordeeld dat in verband met de redelijkheid en billijkheid van een patiënt verlangd kan worden om ook na beëindiging van een medische behandelingsovereenkomst binnen redelijke grenzen het nodige te doen om de schade die de arts tijdens de behandeling heeft opgelopen, te beperken.'
De Hoge Raad vond dat de patiënt slechts hoeft te dulden dat er bloed wordt afgenomen. De resultaten van onderzoek hoeven uitsluitend aan tandarts X bekend te worden gemaakt.

Uitspraak Hoge Raad (12.12.2003)

 

EUROPEES RECHT

Vooraf

  • Staatsrechtelijk is de Nederlandse wetgeving inclusief Grondwet ondergeschikt aan het Europees recht. Mochten Nederlandse wetten de burger echter méér garantie bieden, dan heeft hij aanspraak op de meest vergaande bescherming, in dit geval van de Nederlandse wet. Lees meer over de relatie tussen Grondwet en Europese grondrechten en de manier waarop de rechter daarmee om gaat.
  • De integrale teksten van de verdragen en andere regelgeving hieronder vindt u bij de downloads.
  • In onze Grondwet zijn het recht op vrijheid van vereniging (art. 8 Gw) en vrijheid van vergadering en betoging (art. 9 Gw) gesplitst. Europees recht vat ze samen, vandaar dezelfde verwijzingen naar artikelen in EVRM en Handvest Grondrechten.

 

Twee Europese verdragen voegen een aantal specifieke aspecten aan art. 11 Gw toe.

Europees Verdrag Rechten van de Mens

  • Art. 1 EVRM (Protocol 13):   Verbod op de doodstraf
  • Art. 2 EVRM:   Recht op leven
  • Art. 3 EVRM:   Verbod op martelen en onmenselijke behandeling
  • Art. 3 EVRM:   Verbod op slavernij en dwangarbeid
  • Art. 8 EVRM:   Onaantastbaarheid van het lichaam

Handvest Grondrechten Europese Unie

  • Art. 2 Hv:   Recht op leven en verbod op de doodstraf
  • Art. 3 en 4 Hv:   Regels op het gebied van geneeskunde en biologie


Uitgelicht

Vier grondwettelijke redenen

Bastiaan Rijpkema schreef in NRC Next van 21 juli 2018 een column over het interview op de fiets dat Tijs van den Brink had met minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge. Hij hoorde De Jonge in een bijzin zeggen dat deze samenwerking met de PVV 'in beginsel' niet uitsluit.Voor alle zekerheid reikte Rijpkema de minister in zijn column 'een Grondwet vol redenen' aan tegen zo'n samenwerking.
'Het kan uiteraard aan de ademnood van beide fietsers hebben gelegen, maar er werd geen woord gewisseld over de voorstellen van de PVV. Het willen sluiten van alle moskeeën (in strijd met art. 6 Gw), het willen sluiten van alle islamitische scholen (art. 23 Gw), het weren van moslims uit het leger (art. 1 Gw), en inmiddels ook het willen ontnemen van stemrecht aan Nederlanders met een dubbele nationaliteit, zelfs als ze praktisch niet van hun andere nationaliteit af kunnen komen, zoals Marokkaanse Nederlanders (art. 4 Gw). Stuk voor stuk glasheldere, principiële en grondwettelijke redenen om samenwerking uit te sluiten, totdat de PVV afstand doet van haar antirechtsstatelijke standpunten.'

'Lees de hele column van Bastiaan Rijpkema.

Knipoog

Parlementair taalgebruik

Op 26 september 2018 schreef Ewoud Sanders een column in NRC Handelsblad over parlementair taalgebruik.
'Na de Algemene Politieke Beschouwingen van vorige week begint de vraag zich op te dringen hoe ver politici kunnen gaan voordat zij door de Kamervoorzitter worden teruggefloten. Wilders, die de beschouwingen mocht openen, zette meteen de toon. Ik telde drie keer oprotten en één keer 'Rot zelf lekker op!' Dit was gericht tegen 'de bende van Denk', zoals Wilders ze noemde. (…) Inmiddels lijken oprotten, oppleuren en oplazeren in Haagse kringen zo geaccepteerd dat de Kamervoorzitter ze kritiekloos laat passeren. Ik vind dat opmerkelijk. Zeker als je bedenkt dat van politici nog altijd wordt verwacht dat ze een voorbeeldfunctie vervullen.'

 Lees de hele column van Ewoud Sanders.